Innovatie is vernieuwing van een product of bedrijfsproces. Het is één van de belangrijkste bronnen voor economische groei en welvaart. Bedrijven innoveren om meer winst te maken en om beter te concurreren. Daarnaast kunnen nieuwe producten en processen bijdragen aan het oplossen van maatschappelijke vraagstukken.
Hoe staat Nederland ervoor?
Een belangrijke inputfactor voor innovatie in het bedrijfsleven zijn de uitgaven van bedrijven aan onderzoek en ontwikkeling (Research & Development; R&D). Bij de R&D-uitgaven van bedrijven in verhouding tot het bruto binnenlands product (bbp) scoort Nederland boven het EU-gemiddelde, maar blijft het achter bij het gemiddelde van de OESO-landen. In Nederland bedroegen ze 1,67 procent in 2024, tegenover 1,41 procent gemiddeld in de EU en 2,00 procent gemiddeld in de OESO. In de jaren 2023 en 2024 zijn deze uitgaven substantieel gestegen van 1,49 procent in 2022, via 1,59 procent in 2023.
Ook het aandeel innovatieve bedrijven is in Nederland hoger dan het EU-gemiddelde. In 2024 bedroeg dit 55 procent, tegenover 51 procent gemiddeld in de EU in 2022: het meest recente jaar waarover een EU-gemiddelde beschikbaar is.
Een kernindicator voor de uiteindelijke innovatieprestaties van een land is het omzetaandeel van nieuwe en verbeterde producten. In 2024 bedroeg het omzetaandeel van nieuwe en verbeterde producten in Nederland 9 procent, wat fors lager is dan het EU-gemiddelde van 13 procent in 2022: het recente jaar waarover een EU-gemiddelde beschikbaar is.
Zie ook
Welke knelpunten zien we?
Hoewel Nederland sterk scoort op het terrein van wetenschappelijke publicaties, is de omzet die bedrijven behalen met innovatieve producten relatief bescheiden in internationaal perspectief. Voorts blijven de R&D-uitgaven van bedrijven achter bij het OESO-gemiddelde, waarbij de achterstand zich bij een onderscheid naar typen R&D geheel voordoet bij de uitgaven voor experimentele ontwikkeling. Oftewel het brengen van een innovatie naar de markt.
Nederland haalt de ambitie om drie procent van het bbp aan R&D te besteden op dit moment niet. Rathenau toont in het overzicht Totale investeringen in wetenschap en innovatie (TWIN) een neerwaartse trend in de ontwikkeling van de overheidsbudgetten voor R&D in verhouding tot het bbp de komende jaren, wat het realiseren van de R&D-ambitie bemoeilijkt.
Wat is onze ambitie?
De ambitie is om met een sterk innovatievermogen van bedrijven bij te dragen aan zowel het verdienvermogen van de Nederlandse economie als aan het oplossen van maatschappelijke uitdagingen. Nederland heeft daarbij als ambitie dat de R&D-uitgaven in Nederland stijgen, waarbij een niveau van drie procent van het bbp in 2030 wordt geambieerd. Daarmee wordt aangesloten bij de ambitie in de EU om gemiddeld in de EU drie procent van het bbp aan R&D te besteden. Bij de stijging van de uitgaven is het doel ook om dit te doen met een minimaal gelijkblijvend aandeel van private investeringen. We willen de extra publieke investeringen zo vorm geven dat het extra private investeringen uitlokt.
Hoe gaan we dat realiseren?
Om de innovatiekracht van bedrijven te versterken zijn er diverse financiële innovatie-instrumenten die R&D en innovatie bij bedrijven stimuleren. De WBSO en de Innovatiebox zijn fiscale instrumenten met een omvangrijke financiële omvang die worden ingezet. Met de deelname van Nederland aan Eurostars, Eureka Clusters, Joint Undertakings en GlobalStars worden R&D en innovatie in internationale samenwerkingsverbanden gestimuleerd. Voorts is er een actieplan ontwikkeld om langs verschillende actielijnen de R&D-uitgaven richting de drie procent van het bbp te laten bewegen. Zie dit actieplan hier.
Om welke bedragen gaat het?
Voor verslagjaar 2025 stond er op de ontwerpbegroting 2027 van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat ongeveer 2,3 miljard euro aan uitgaven vanuit het bedrijvenbeleid die aan dit tactische doel zijn te koppelen. Dit is inclusief het budgettair belang op transactiebasis in lopende prijzen in het geval van fiscale instrumenten.
Hoe evalueren wij de effecten?
Investeringen in innovatie leveren niet alleen baten op voor het bedrijf dat de investeringen doet, maar ook voor de bredere maatschappij. Die positieve externaliteiten legitimeren de overheidsinzet om innovatie bij bedrijven te stimuleren.
De WBSO wordt als een doelmatige basisfaciliteit beschouwd om op grote schaal R&D te stimuleren bij bedrijven. De Innovatiebox is vooral een belangrijk onderdeel van een aantrekkelijk Nederlands vestigingsklimaat voor innovatieve bedrijven. Internationale samenwerkingsinstrumenten dragen bij aan R&D en innovatie in Nederland en geven tevens een effectieve impuls gegevens aan internationale samenwerking daarbij.
Zie ook:
- Eurostars, Eureka Clusters, Joint Technology Initiatives en Globalstars (2025)
- Innovatiekrediet (2024)
- WBSO (2025)
Wat heeft het tot nu toe opgeleverd?
Het publieke rendement van investeringen in R&D is groter dan het private rendement. Omdat bedrijven die bredere baten onvoldoende meewegen in hun investeringsbeslissing kan dit leiden tot minder investeringen in R&D dan wenselijk.
Klik hier om meer te lezen over onderzoek dat berekent hoe groot de spillovereffecten van kennis in Nederland zijn.
Een deel van alle R&D komt in aanmerking voor fiscaal voordeel uit de WBSO. Dit noemen we speur- en ontwikkelingswerk (S&O). Hoewel het conceptuele verschil tussen R&D en S&O niet is veranderd, is er vanaf 2017 wel sprake van een kwantitatieve groei van dit verschil. Dit kan er op duiden dat een groter deel van de R&D-investeringen elementen betreft die niet in aanmerking komen voor de WBSO. Uit gesprekken met vertegenwoordigers van R&D-intensieve bedrijven is niet één duidelijke oorzaak naar voren gekomen. Gebleken is wel dat programmatuurprojecten (zoals software- of AI-ontwikkeling) toenemen, maar vaak moeilijker aan te vragen zijn binnen de WBSO. Dit wordt betrokken in een traject op het gebied van AI/programmatuur. Daarin worden knelpunten bij het aanvragen van WBSO voor AI-gerelateerde projecten WBSO in kaart worden gebracht. Ook word breder bezien of de WBSO nog goed aansluit bij de snelle ontwikkelingen in het digitale domein.
Klik hier om meer te lezen over het onderzoek naar de groeiende wig tussen R&D en S&O.
Klik hier om meer te lezen over het traject op het gebied van AI/programmatuur.
Er wordt gewerkt aan de uitvoering van het actieplan om de R&D-uitgaven in Nederland richting de doelstelling van 3 procent van het bbp in 2030 te laten bewegen. Een belangrijk onderdeel daarvan is de oprichting van een Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI). Door gericht te investeren in veelbelovende innovaties vanuit de excellente wetenschappelijke kennisbasis van Nederland kan de innovatiekracht worden versterkt op gebieden waar veel R&D-potentie ligt en kunnen maatschappelijke problemen worden aangepakt. De ambitie is om het NADI in 2028 van start te laten gaan. Vooruitlopend hierop worden in 2027 pilotprogramma’s uitgevoerd.
Klik hier om meer te lezen over het NADI.
Gerelateerde beleidsinstrumenten
Om dit doel te bereiken, zetten we op verschillende beleidsinstrumenten in. De belangrijkste zijn:
- Chips Joint Undertaking
- Eureka Clusters
- Eurostars
- GlobalStars
- Horizon Europe
- Innovatiekrediet
- Innovatie Attaché Netwerk
- Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO)
Daarnaast dragen ook de volgende beleidsinstrumenten bij aan het behalen van dit doel:
