Het bedrijvenbeleid richt zich ook op kennis en vaardigheden. Met de juiste opleiding, talent en ervaring zijn ondernemers en personeel beter in staat om innovatief en ondernemend te zijn. Voor het ontwikkelen van nieuwe producten en diensten, het bedenken van nieuwe verdienmodellen en de toepassing van nieuwe kennis en technologie.

Hoe staat Nederland ervoor?

Het kennis- en opleidingsniveau van de Nederlandse bevolking ligt op een hoog niveau, maar volgens de OESO nemen de prestaties van Nederlandse scholieren sinds 2012 wel af. Binnen het onderwijs is er ook steeds meer aandacht voor ondernemende vaardigheden. In Nederland worden relatief weinig technici opgeleid, maar dit aantal neemt wel structureel toe.

Vaardigheden Nederlanders

Nederlandse leerlingen scoren bovengemiddeld op het gebied van wiskundige en natuurwetenschappelijke vaardigheden, maar benedengemiddeld op leesvaardigheid volgens het Programme for International Student Assessment (PISA) 2025 van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). De kwaliteit van ondernemerschapsonderwijs wordt door experts beoordeeld als één van de hoogste in de Europese Unie en wereldwijd.

Meer over de beschikbaarheid van vaardigheden

Concurreren op talent

Nederland staat wereldwijd eerste als het gaat om ontwikkelen van talent. Het aantrekken van talent blijkt uitdagender. Daarmee staat Nederland op de vijftiende plaats. Dit blijkt uit de Global Talent Competitiveness Index (GTCI) 2025 van INSEAD. 

Meer over concurreren op talent

Aandeel technici in afgestudeerden

Nederland leidt relatief weinig technici op. Van alle afgestudeerden in het hoger onderwijs bestaat slechts een klein deel uit technici. Internationaal gezien staat Nederland hiermee bijna onderaan. Ook al is het aantal afgestudeerde technici gestegen van 9,9 per 1.000 inwoners in 2014 naar 17,1 in 2024.

Meer over het aandeel technici onder afgestudeerden

Welke knelpunten zien we?

Het belang van goed geschoolde (vak)mensen is groot, want er zijn dringend meer vakmensen nodig voor de transitie naar een duurzame en digitale economie. Ondernemers vinden het al jaren moeilijk om goed geschoold personeel te vinden. Zij noemen dit geregeld als hun grootste knelpunt. Vooral bètatechnisch (hoger technisch en natuurwetenschappelijk) opgeleide mensen zijn moeilijk te vinden.

Dit kan in de komende jaren een steeds grotere uitdaging worden. Door de vergrijzing verwachten we straks meer werk te moeten doen met relatief minder mensen. Er is een mismatch tussen de banen waarvoor we mensen nodig hebben en de vaardigheden die mensen hebben. En er staan te veel mensen onnodig langs de kant.

Wat is onze ambitie?

Het kabinet wil voor de meest cruciale domeinen van Nederland mensen aantrekken, opleiden én behouden. We werken toe naar een toekomst waarin dat talent op de juiste plek zit en op een slimme manier kan worden ingezet.

Hoe gaan we dat realiseren?

Samen met het bedrijfsleven en maatschappelijke partijen zoals werkgevers, werknemers, onderwijsinstellingen en studentenorganisaties wil het kabinet aan de slag om ieders talent te benutten. Van het opleiden van leerlingen en studenten, tot het om- en bijscholen van (meer) ervaren werknemers en werkzoekenden. Zowel nationaal als internationaal talent, met praktische vaardigheden én theoretische kennis. Het onderwijs vormt daarbij de motor van de Talentstrategie.

Het kabinet zet samen met de regio’s in op de versterking van menselijk kapitaal in Nederland, via een aanpak die een breed pakket aan maatregelen voor arbeidsmarkt, onderwijs, fiscaliteit en migratie omvat.

Zo wil het kabinet de komende periode een nieuwe regeling voor een Leven Lang Ontwikkelen (LLO) uitwerken. Ook krijgt het aantrekken van internationaal talent op korte termijn vorm door de verkenning van de mogelijkheden voor een vakkrachtenpilot.

Talentstrategie voor toekomstige welvaart

We investeren specifiek in vier domeinen waar voor Nederland kansen liggen om te groeien en waar we talent nodig hebben. Het zijn terreinen waarop Nederland een sterke positie heeft op het gebied van innovatie en onderzoek en waarop we onze strategische autonomie willen versterken. Bovendien zijn ze cruciaal voor de uitdagingen van deze tijd, zoals klimaatverandering en gezond ouder worden.

Het gaat om de volgende vier domeinen waar ook de Taskforce toekomstige welvaart en vestigingsklimaat zich op richt en deze strategie een onderdeel van is:

  • Digitalisering en AI;
  • Veiligheid en weerbaarheid;
  • Energie- en klimaattechnologie;
  • Life sciences en biotechnologie.

Het pakket omvat maatregelen langs vier lijnen. Slimmer, innovatiever en productiever werken om zo meer met minder mensen te doen. Beter en gerichter opleiden voor cruciale domeinen door een betere samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven. Blijven leren en ontwikkelen, ook voor mensen die nu langs de kant staan. En ten slotte een strategische inzet van arbeids-, kennis- en studiemigratie en een afbouw van laagproductieve arbeidsmigratie.

Versterkingsplan Microchip-talent

Het Versterkingsplan heeft als doel om extra technisch talent (mbo-, hbo- en wo-niveau) op te leiden en aan te trekken voor de halfgeleiderindustrie. 

Nationaal Groeifonds opschaling beroepsonderwijs

Deze regeling zorgt ervoor dat een aantal bestaande samenwerkingen tussen onderwijs en bedrijfsleven door gerichte investeringen verder kunnen worden opgeschaald, zodat meer scholieren en werkenden worden opgeleid voor een baan in techniek of ICT (klik hier voor meer informatie).

Het Actieplan Groene en Digitale Banen

Het Actieplan Groene en Digitale Banen is een samenwerking van onderwijs, bedrijfsleven, werkgevers en werknemers, de regio’s en het Rijk. Het Actieplan bevat maatregelen om de krapte op de arbeidsmarkt aan te pakken, in sectoren met banen die belangrijk zijn voor de klimaat- en digitale transitie. Het Actieplan heeft vier pijlers:

1. Verhogen instroom in bètatechnisch onderwijs;

2. Het behoud en vergroten van de instroom in de bètatechnische arbeidsmarkt;

3. Arbeidsproductiviteitsgroei, en;

4. Versterken governance en tegengaan versnippering.

De voortgang van het Actieplan wordt bijgehouden in een monitor. Klik hier voor meer informatie over de monitor.

Om welke bedragen gaat het?

Voor verslagjaar 2025 stond er op de ontwerpbegroting 2027 van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat ongeveer 80 miljoen euro aan uitgaven vanuit het bedrijvenbeleid die aan dit tactische doel zijn te koppelen.

Hoe evalueren wij de effecten?

Uit een overkoepelende kwalitatieve evaluatie van het beleid gericht op menselijk kapitaal blijkt dat het beleid vooral bepaald wordt door de ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) en Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) die grootschalig en sturend actief zijn met arbeidsmarktprogramma’s. De beleidsmix van het ministerie van EZK bestaat juist vooral uit ondersteunende en tijdelijke instrumenten, die zich richten op het verbinden van onderwijs en arbeidsmarkt. Onze rol als EZK is daarmee vooral aanvullend.

Dit zorgt er voor dat de afzonderlijke instrumenten van het ministerie van EZK moeilijk te evalueren zijn en door hun schaal ook beperkt doeltreffend zijn. 

De aanpak van het beleidsexperiment Shaping the Future of Work is wel geëvalueerd en daaruit blijkt het veelbelovend te zijn en bij te dragen aan zowel de ontwikkeling van concrete innovaties als aan het innovatievermogen van mkb-bedrijven. Daarnaast biedt het experiment belangrijke inzichten voor de verdere doorontwikkeling en opschaling van de aanpak.

Zie ook:

Wat heeft het tot nu toe opgeleverd?

In de zomer van 2026 is de Talentstrategie voor toekomstige welvaart vastgesteld. Eind 2026 volgt een voortgangsupdate.

Het Actieplan Groene en Digitale Banen is de paraplu waaronder werkgevers, werknemers, onderwijsinstellingen en de overheid samenwerken om de technische en digitale arbeidsmarkt te versterken. Het  plan beoogt versnippering van initiatieven te voorkomen en een samenhangende aanpak te waarborgen door overheids- en werkgeversinitiatieven te integreren. Kernpunt is daarbij de regierol van de betrokken departementen op specifieke pijlers. Voor het ministerie van EZK ligt die regierol bij de pijler gericht op arbeidsproductiviteitsgroei door het stimuleren van innovatie en arbeidsbesparende technologieën.

Digitale technologieën zoals robotica en AI kunnen mensen op de werkvloer ondersteunen en werk aantrekkelijker maken, maar het potentieel blijft voor veel bedrijven onbenut. Dit geldt voor Nederland maar ook in andere (Europese) landen. Mkb-bedrijven stuiten vaak op structurele barrières bij het ontwikkelen, testen en adopteren van innovaties. Van eind 2024 tot begin 2026 liep daarom het beleidsexperiment Shaping the Future of Work. Ondernemers, vakmensen en onderzoekers ontwikkelden hierin gezamenlijk arbeidsbesparende innovaties die naadloos aansluiten op de werkprocessen in het mkb.

Op dit moment wordt samen met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) gewerkt aan opschaling van het experiment en de uitwerking van het programma.

Gerelateerde beleidsinstrumenten

Om dit doel te bereiken, zetten we op verschillende beleidsinstrumenten in. De belangrijkste zijn: