Het kabinet werkt aan een concurrerende economie. Dat doen we samen met onze Europese en strategische partners. De ambitie is het behouden van een gediversifieerde economie, het opbouwen van nieuwe waardeketens in technologisch hoogwaardige industrieën/sectoren en een gelijk speelveld tussen Nederlandse en buitenlandse bedrijven.

Hoe staat Nederland ervoor?

Om als Nederlandse economie te blijven verdienen, is het belangrijk dat we meer en in de juiste zaken investeren. Die investeringen vormen de basis voor innovatie en ondernemerschap. In de industrie vindt het grootste deel van de innovatie-uitgaven in Nederland plaats. Daarom zet de overheid in op het behouden en stimuleren van de (hoog)technologische industrie.

De ambitie is dat de industrie als onderdeel van een gediversifieerde economie in 2030 ten minste 15 procent vormt van onze totale toegevoegde waarde. De laatste jaren is dit percentage redelijk stabiel gebleven op ongeveer 12 procent. Sinds 2021 is het aandeel licht gedaald. Dit komt niet doordat de industriële output is gekrompen, maar omdat andere delen van de economie harder groeiden dan de industrie. Dit aandeel is in Nederland lager dan gemiddeld in de Europese Unie (EU: 14 procent van het bbp) en in andere West-Europese economieën zoals België, Denemarken, Duitsland  en Zweden (11 tot 18 procent).

Aandeel industrie in toegevoegde waarde (%)

CBS

Welke knelpunten zien we?

Nederland is een welvarend land, maar die welvaart is niet vanzelfsprekend. Ons verdienvermogen staat onder druk. Het speelveld is de afgelopen decennia ingrijpend veranderd, zoals ook het rapport over de toekomst van het Europees concurrentievermogen van Mario Draghi laat zien.

Internationale concurrentie en geopolitieke spanningen zijn toegenomen. Dat heeft grote gevolgen voor internationale handel, terwijl Nederland daar traditioneel juist veel aan verdient. Andere landen, ook binnen de EU, voeren veel actiever industriebeleid. Dat betekent onder andere dat ze actief sturen op de ontwikkeling van bepaalde technologieën en markten in eigen land. De Wereldbank schat bijvoorbeeld dat het aantal maatregelen met dit doel met een factor negen is toegenomen tussen 2017 en 2023 (klik hier). Economische macht wordt steeds vaker ingezet voor politieke doeleinden. Nederlandse bedrijven kunnen daardoor benadeeld worden.

Wat is onze ambitie?

De huidige internationale economische en geopolitieke situatie vragen om een actievere rol van de overheid. Het doel van ons industriebeleid is drieledig. Ten eerste moeten we het verdienvermogen versterken. Dat zorgt ervoor dat we ook in de toekomst verduurzaming, onderwijs, veiligheid, zorg en infrastructuur kunnen blijven betalen.

Ten tweede moeten we onze economische veiligheid vergroten. Dit houdt onder andere in dat we risicovolle strategische afhankelijkheden van andere landen moeten voorkomen en waar mogelijk proportioneel verminderen. Een afhankelijkheid is risicovol en strategisch, als het betreffende product, de dienst of de technologie cruciaal is voor het borgen van onze publieke belangen, en als het risico van leveringsonderbrekingen hoog is, waarbij onder andere wordt gekeken naar de aard van de betrekkingen met het land van oorsprong. Die risicovolle strategische afhankelijkheden kunnen we bijvoorbeeld verminderen door onze economie meer circulair in te richten of door innovatiever te worden.

Het afbouwen van álle afhankelijkheden is onmogelijk maar ook onwenselijk. Juist de open wereldhandel brengt de Nederlandse economie heel veel. Het is daarbij van belang dat we in de wereldmarkt economisch gewicht in de schaal leggen. Daarom adviseert onder andere TNO daarom dat we essentiële capaciteiten in markten en technologieën moeten behouden en opbouwen waardoor wederzijdse afhankelijkheden ontstaan (klik hier).

Ten derde zetten we in op markten die niet alleen bijdragen aan ons verdienvermogen en onze economische veiligheid, maar ook aan maatschappelijke opgaven waar ons land voor staat. Denk bijvoorbeeld aan de digitale en klimaattransities.

Hoe gaan we dat realiseren?

Gerichte programma’s industriebeleid

Het kabinet zet met gericht industriebeleid (klik hier) in op de verdere versterking van de Nederlandse positie op zes markten die bijdragen aan ons verdienvermogen, economische veiligheid en aan de maatschappelijke opgaven, zoals geformuleerd in ons missiegedreven innovatiebeleid:

  • Halfgeleiders
  • Biotechnologie
  • Digitale diensten (met name AI)
  • Machinebouw
  • Innovatieve chemie
  • Groeimarkten die zijn gerelateerd aan de Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie (DSII) 2025-2029, zoals 6G, radar, lasersatellietcommunicatie en quantum (klik hier).

Mogelijke acties binnen programma’s

Per markt verschilt waar de kansen en knelpunten liggen, welke interventies nodig zijn en welk instrumenten daarvoor moeten worden ingezet. Daarom is straks maatwerk nodig. Per programma nemen we de volgende acties wanneer nodig:

  • Capaciteit en kennis: We zetten op ieder programma extra capaciteit in om kansen en knelpunten aan te pakken en we versterken onze kennispositie op de zes markten.
  • Ecosystemen bouwen: Investeren in het samenbrengen van ondernemers, onderzoekers en ontwerpers in creatieve ecosystemen, met oog voor spillovers tussen markten en technologieën. 
  • Financiering: Vergroten van de toegang tot (private) financiering om de toegang tot grotere financieringsbedragen voor doorgroei te vergroten. 
  • Regelgeving: Wegnemen van belemmerende regels, zowel in Nederland als op EU-niveau, in samenwerking met de Europese Commissie en andere lidstaten.
  • Ruimte, infrastructuur, water en gebouwen: Oplossen van knelpunten rond fysieke ruimte, milieuruimte, infrastructuur, waterbeschikbaarheid, (woning)bouw, netcongestie en vergunningen voor specifieke markten. 
  • Internationalisering en acquisitie: Versterken van de interne markt en geopolitieke positie via handelsbevordering. Acquisitie van buitenlandse investeringen en bedrijven met hulp van de Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA), waarbij economische veiligheidsbelangen worden meegewogen in welke bedrijven wel en niet worden aangetrokken. Europese samenwerking op specifieke markten (onder andere via de IPCEI’s, Horizon Europe, Net Zero Industry Act).
  • Menselijk kapitaal: Nederland profileren als magneet en opleidplek voor digitaal en technisch talent, in samenwerking met het bedrijfsleven. 
  • Marktcreatie: Creëren en stimuleren van nieuwe markten in Nederland en Europa, onder andere via strategische inkoop.
  • Kennis- en onderzoek: Investeren in fundamenteel en praktijkgericht onderzoek als spillover tussen kennisinstellingen en bedrijven

Om welke bedragen gaat het?

Voor verslagjaar 2024 stond er op de ontwerpbegroting 2026 van het ministerie van Economische Zaken ongeveer 338,3 miljoen euro aan uitgaven vanuit het bedrijvenbeleid die aan dit tactische doel zijn te koppelen. Dit is inclusief het budgettair belang op transactiebasis in lopende prijzen in het geval van fiscale instrumenten.

Hoe evalueren wij de effecten?

Het nieuwe industriebeleid met focus is in het najaar van 2025 aangekondigd (klik hier). Op dit moment wordt gewerkt aan de verdere uitwerking van dit beleid en de daarbij behorende monitoring van dit beleid. Er zal zowel gemonitord worden op de voortgang en de effecten van de programma’s, als op de status van de prioritaire markten.

De beschikbare evaluaties van eerdere sectorspecifieke steun laten zien dat deze doorgaans directe effecten opleveren. De doelmatigheid en effecten op lange termijn zijn echter onzeker.

Wat heeft het tot nu toe opgeleverd?

Het huidige topsectorenbeleid is  afgerond per 1 januari 2026. Het nieuwe industriebeleid werkt zoveel mogelijk in de bestaande gremia door op de samenwerking die in het topsectorenbeleid tot stand is gekomen. Zo blijven de Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI’s) een belangrijke rol spelen in het stimuleren van publiek-private samenwerkingen. De PPS-Innovatieregeling wordt herzien om samenwerking tussen bedrijven en kennispartners verder te bevorderen (klik hier).

Gerelateerde beleidsinstrumenten

Om dit doel te bereiken, zetten we op verschillende beleidsinstrumenten in. De belangrijkste zijn:

Daarnaast dragen ook de volgende beleidsinstrumenten bij aan het behalen van dit doel: