De ruimte voor bedrijven staat onder druk. Naast voldoende en goede ruimte voor bedrijvigheid op de juiste plek is er ook meer ruimte nodig voor wonen, de energietransitie en natuur. 

Hoe staat Nederland ervoor?

Het grootste deel van het bodemgebruik bestaat uit agrarisch terrein en natuur. Het grondgebruik (exclusief het bodembeslag van water) voor bedrijven zoals bedrijventerreinen en kantoren bedroeg in 2022 2,8 procent van het totale bodemgebruik van Nederland. 

Bodemgebruik 2022 in % (exclusief bodembeslag van water)

Bron: CBS

Ontwikkeling in ruimte gebruik bedrijventerreinen

Tussen 2020 en 2022 is het areaal agrarisch terrein afgenomen ten gunste van de ruimte voor vooral wonen, bedrijven, en verkeer.

Verschil in bodemgebruik, 2022 en 2020 (ha.)

Bron: CBS

Welke knelpunten zien we?

Bedrijventerreinen concurreren met ruimte voor natuur en woningbouw. De transitie van onze energie-intensieve industrie en de grootschalige logistieke bedrijvigheid vragen de komende jaren extra ruimte. Op basis van prognoses van economische groei en demografische ontwikkelingen kan een benodigde hoeveelheid ruimte voor de economie worden afgeleid: 3,5 procent van de totale oppervlakte van Nederland in 2050. Zo blijft er voldoende ruimte om te ondernemen. Deze indicatie geldt voor Nederland als geheel. Per regio verschilt de behoefte voor economie zowel in ruimte als in type werkmilieu. Tegelijkertijd is in de helft van de provincies de ruimte voor bedrijvigheid in 2030 zo goed als uitverkocht.

Om zicht te krijgen op de ruimtelijke economische ontwikkelingen richting 2050 is door het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) in 2024 een Ruimtelijke Economische Verkenning (REV) opgesteld.

Lees hier meer over de Ruimtelijke Economische Verkenning

In 2025 is vervolgens een Ruimtelijk Economische Visie opgesteld. In deze visie wordt de ontwikkeling van de Nederlandse economie vertaald naar de ruimtelijke implicaties. De visie dient ook als economische bouwsteen voor de Nota Ruimte.

De Visie noemt drie sturingsprincipes voor ruimtelijk economisch beleid:

  • Een samenhangend systeem op nationaal en internationaal niveau: Het Rijk ziet een rol voor zichzelf waar het gaat om het borgen van economische functies die een regio-overstijgend effect of functie hebben.  
  • Voldoende en diverse ruimte voor economische activiteiten in heel Nederland: Het Rijk zet samen met decentrale overheden in op het realiseren van voldoende ruimte voor verschillende typen economische activiteiten.  
  • Regionale kenmerken centraal in economische ontwikkeling: Elke regio draagt op een andere manier bij aan het verdienvermogen en elke regio heeft een ander economisch potentieel. Om alle regio’s te kunnen laten floreren sluiten we aan bij regionale kenmerken en kansen voor competitieve regio’s.

Lees hier meer over de Ruimtelijk Economische Visie 

Lees hier meer over de Nota Ruimte 

Wat is onze ambitie?

In het Programma “Ruimte voor Economie” zet EZK in op het realiseren van voldoende en kwalitatief goede ruimte voor bedrijvigheid op de juiste plek. Het programma heeft vier doelstellingen:  

  • Ruimte voor een circulaire en CO2-neutrale industrie  

  • Ontwikkelruimte voor kennisindustrie en kennisclusters 

  • Inpassing van grootschalige bedrijfsvestigingen 

  • Goede en betaalbare vestigingsmogelijkheden voor het midden- en kleinbedrijf 

Samen met provincies, gemeenten en bedrijfsleven willen we bedrijfsactiviteiten ruimtelijk faciliteren die cruciaal zijn voor de transities en de weerbaarheid van de economie. 

Lees hier meer over het EZK (2023) Programma Ruimte voor de Economie 

Meer over de ruimtebehoefte van bedrijventerreinen

Hoe gaan we dat realiseren?

Om dit tactische doel te realiseren, zijn in het Programma Ruimte voor Economie vier zogenoemde ‘actielijnen’ opgesteld: 

  • Het opbouwen en in stand houden van een uniforme kennisbasis met als doel vraag en aanbod optimaal bij elkaar te brengen;
  • Zorgen voor voldoende fysieke ruimte voor clusters van nationaal belang;
  • Realiseren van toekomstbestendige bedrijfsterreinen; 
  • Sturen op een gezonde woon-werkbalans in stedelijke gebieden.

Het doel van de pilots toekomstbestendige bedrijventerreinen is het onderzoeken van een integrale en samenhangende aanpak voor het toekomstbestendig maken van bedrijventerreinen. Dit doen we samen met decentrale overheden en bedrijven. Hiermee leren we als overheden beter wat wel en niet aan bijdraagt aan toekomstbestendige bedrijventerreinen.

Daarnaast is met hulp van de dienstverlening door de NFIA en de ROM’s een vierjarige pilot gestart gericht op Technologiebrandpunten met als doel innovatieve deeptechbedrijven te helpen. Als zij in hun eigen regio niet verder kunnen groeien, krijgen zij hulp om elders in Nederland een geschikte vestigingslocatie te vinden.

Om welke bedragen gaat het?

In jaarverslag 2025 stond er op de ontwerpbegroting 2027 van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat 16 miljoen euro aan uitgaven vanuit het bedrijvenbeleid die aan dit tactische doel zijn te koppelen.

Hoe evalueren wij de effecten?

De Impulsaanpak winkelgebieden wordt in 2027 geëvalueerd.

Wat heeft het tot nu toe opgeleverd?

Het programma is in oktober 2023 vastgesteld. Het doel van het programma is ook om bewustwording van de schaarste aan ruimte voor bedrijven te vergroten en bouwstenen te leveren aan andere ruimtelijke dossiers zoals de Nota Ruimte die naar verwachting in het najaar van 2026 wordt vastgesteld.

Daarnaast is in september 2026 een eerste versie van de Uitvoeringsagenda Ruimte voor Economie met decentrale overheden, VNO/ NCW en betrokken departementen bestuurlijk vastgesteld.

Een succesvolle uitvoering van een programma valt of staat met een goed ingerichte monitoringstructuur en sturingsfilosofie. Momenteel is het Integraal Bedrijventerreinen Informatie Systeem (IBIS) de belangrijkste basis voor het registreren en raadplegen van gegevens over werklocaties. Vanuit dit programma wordt de geleidelijke uitbouw van IBIS door provincies ondersteund.

Op dit moment wordt een aanpak voor een Pilot toekomstbestendige bedrijventerreinen uitgerold. In elke provincie zijn inmiddels één of meerdere pilots van start. De eerste resultaten worden in 2027 verwacht.