Ondernemers kunnen soms wat hulp gebruiken. Zij hebben bijvoorbeeld vragen als: Hoe start ik een bedrijf? Hoe kan ik mijn weg vinden in het buitenland? Waar vind ik de juiste zakenpartner? Bij dat soort vragen bieden diverse overheidsorganisaties hulp.

Ondernemers kunnen op deze manier makkelijker hun weg vinden en de juiste informatie krijgen. Zo draagt de overheidsdienstverlening bij aan het behoud en de versterking van de concurrentiepositie van het Nederlandse bedrijfsleven.

Hoe staat Nederland ervoor?

Afgaand op de Government Effectiveness Index van de Wereldbank staat Nederland in 2024 op de twaalfde plaats van de 193 landen. Dat betekent dat we twee plekken zijn gezakt ten opzichte van het voorgaande jaar.

Meer over de positie van Nederland op de Government Effectiveness Index

Welke knelpunten zien we?

Het Nederlandse bedrijfsleven heeft te maken met verschillende grote transities zoals digitalisering, verduurzaming en circulariteit. Het zijn vooral de mkb-bedrijven die niet altijd over voldoende tijd, personeel of verandervermogen beschikken om die overgang te volgen of te implementeren. Een goede publieke dienstverlening kan hierbij helpen.

Die dienstverlening is op dit moment versnipperd. Het Nederlands Comité voor Ondernemerschap heeft geconstateerd dat de publieke dienstverlening beter moet aansluiten op de vraag vanuit ondernemers (Klik hier). Om dat te bereiken moet er meer samenhang en logische ordening komen in het aanbod, aansluitend op de (geactiveerde) vraag van de mkb-ondernemer.

Wat is onze ambitie?

We streven naar een goede toegankelijke publieke dienstverlening voor ondernemers, onder andere door:

  • Handelsregister op orde;
  • Een adequate informatieverzorging en advies door de Kamer van Koophandel (KVK), het Ondernemersplein en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO);
  • Het brede mkb te activeren om te werken aan hun toekomstbestendigheid zodat zij voorbereid zijn op de verschillende transities zoals verduurzaming, digitalisering en arbeidsmarktkrapte.

Hoe gaan we dat realiseren?

Om bedrijven te voorzien van een adequate informatievoorziening zet het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) twee organisaties in:

Kamer van Koophandel

De KVK informeert en ondersteunt ondernemers: van het starten van een bedrijf tot het vinden van een opvolger. Via de Ondernemerspleinen ontsluit het alle informatie van de (semi-)overheid die ondernemers nodig hebben om te ondernemen.

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

RVO ondersteunt ondernemers en organisaties die verduurzamen, innoveren of internationaliseren. Zo maakt het (subsidie)regelingen en voert het die uit, draagt het bij aan kennisnetwerken en informeert het over wetten en regels.

Om welke bedragen gaat het?

Voor verslagjaar 2025 stond er op de ontwerpbegroting 2027 van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat ongeveer 187 miljoen euro aan uitgaven vanuit het bedrijvenbeleid die aan dit tactische doel zijn te koppelen.

Hoe evalueren wij de effecten?

Ondernemers zijn positief over de voorlichting en ondersteuning door de KVK en RVO als de belangrijkste dienstverleners die zich op het bedrijfsleven richten. Hun werkzaamheden overlappen echter ook en er zijn veel verschillende loketten. Het is daarom niet altijd duidelijk voor welke vragen en dienstverlening bedrijven precies bij welke organisatie aan kunnen kloppen.

Er zijn echter wel grote stappen gezet om de samenwerking tussen deze partijen en de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s) te verbeteren en daarmee ook de publieke dienstverlening. Binnen de dienstverlening van de KVK worden de registertaak en voorlichtingstaak, net als het onderhoud van de fysieke en online Ondernemerspleinen duidelijk erkend als kerntaken van de KVK. Zeker de dienstverlening aan starters en zzp’ers is het meest effectief. Deze is toegankelijk en betrouwbaar.

Tegelijkertijd weet de KVK het bredere mkb onvoldoende te bereiken. Daar ligt ruimte voor verbetering, bijvoorbeeld door met andere partijen met een grote mkb-achterban samen te werken om informatie specifieker en beter bereikbaar te maken. Ook zijn de twee andere wettelijke taken van de KVK minder passend en beperkt doeltreffend. Deze innovatie- en regiostimuleringstaken zijn toe aan een herijking. Ten slotte ligt er een structureel aandachtspunt in het verbeteren van de ICT-infrastructuur van de KVK.

Klik hier voor de evaluatie van de KVK.

In 2027 volgt een doorlichting van RVO.

Wat heeft het tot nu toe opgeleverd?

Eind 2023 is de Actieagenda Mkb-dienstverlening tot stand gekomen. Deze heeft als doel om een vraaggestuurd stelsel van publieke dienstverlening te realiseren voor het brede mkb. Het wil die doelgroep bereiken, activeren en ondersteunen om de juiste keuzes te maken bij het toekomstbestendig maken van hun bedrijf. De agenda wordt samen met gemeenten, provincies, ondernemersorganisaties, mbo- & hbo-raden, de KVK, RVO en de ROM’s geïmplementeerd. De actieagenda werkt langs drie sporen:

  1. Activering van de vraag van ondernemers;
    Doel is om de urgentie van het investeren in toekomstbestendigheid centraal te zetten en dit activeren van de vraag als kernfunctie van de regio te zien. Elke regio heeft hierbij vrijheid in het ontwikkelen van een eigen aanpak, maar er zijn wel kaders en handreikingen meegegeven. Daarnaast ligt er een praktische aanpak en routekaart voor gemeenten en een aanpak voor branche- en ondernemersverenigingen. Eind 2026 wordt toegewerkt naar 25 georganiseerde regionale ecosystemen, als basis voor verdere opschaling naar 30 regio’s.
  2. Vereenvoudiging van het aanbod;
    Er is zicht op waar en waarom het aanbod versnipperd raakt en welke patronen daaronder liggen. Zo is voor digitalisering, duurzaamheid en circulariteit het landelijke aanbod in kaart gebracht (aangevuld met verschillende regio’s) en vanuit het perspectief van het brede mkb geanalyseerd. Veel aanbod blijkt zich specifiek te richten op innovatief mkb en er is behoefte aan duidelijkere kaders voor nieuw aanbod van dienstverlening. Op basis hiervan zijn conceptspelregels ontwikkeld rond onder meer doelgroep, meerwaarde, rolverdeling (tussen Rijk, provincie en gemeente) en de toetsing van nieuw aanbod. In meerdere regio’s worden praktijkproeven voorbereid voor doorverwijzing, digitale toegang en het terugbrengen van signalen naar het landelijke niveau.
  3. Versterken van de samenwerking in het regionale en landelijke ecosysteem tussen publieke en private dienstverleners.
    De Actieagenda heeft de samenwerking tussen Rijk, regio, uitvoeringsorganisaties en private partijen verdiept en een gezamenlijke koers opgeleverd. Er is een businesscase voor een structurele regionale basisinfrastructuur uitgewerkt en er zijn eerste bestuurlijke gesprekken gevoerd over structurele financiering. Op het gebied van data is een harmonisatieslag gemaakt, met perspectief op een dashboard.

Gerelateerde beleidsinstrumenten

Om dit doel te bereiken, zetten we op verschillende beleidsinstrumenten in. De belangrijkste zijn: