Investeringen in onderzoek en ontwikkeling (R&D) leveren in de regel geld op voor het investerende bedrijf zelf, maar ook voor de rest van de economie via zogenaamde spillovers. Het publieke rendement van de investering is dan groter dan het private rendement. Omdat bedrijven die bredere baten onvoldoende meewegen in hun investeringsbeslissing kan dit leiden tot minder investeringen in R&D dan wenselijk. Voor Nederland ontbreken recente econometrische inzichten over de omvang van deze spillovereffecten en de manier waarop ze doorwerken in de rest van de economie.

Het bestaan van die kennisspillovers is een belangrijke onderbouwing voor overheidsingrijpen om R&D te stimuleren. In dit rapport onderzoeken we daarom hoe groot de spillovereffecten van kennis zijn door de waarde te berekenen die op lange termijn ontstaat door één extra euro aan R&D-investeringen. We doen dit voor de gehele markteconomie in Nederland voor de periode 2014 tot en met 2022 op basis van CBS-microdata.

Kennis verspreidt zich vooral tussen bedrijven die op een of andere manier aan elkaar gerelateerd zijn. In dit onderzoek brengen we dit op twee manieren in kaart. De eerste methode is generiek en gaat ervan uit dat kennis zich enkel binnen sectoren en/of regio’s verspreidt. De tweede methode is specifieker en bepaalt de mate van gerelateerdheid (en dus de kennisspillovers) op basis van het gebruik van vergelijkbare technologieën, de toepassing van vergelijkbare vaardigheden van het personeel en/of de geografische afstand tussen de vestigingen van bedrijven, waarbij sector en regiogrenzen niet langer leidend zijn.

Dit onderzoek is een eerste stap richting een model waarmee de maatschappelijke baten van investeringen in R&D kunnen worden gekwantificeerd. Toekomstig onderzoek zal de methode en uitkomsten verder aanscherpen.

De belangrijkste bevindingen zijn:

  • Onze resultaten sluiten aan bij de bestaande literatuur en laten zien dat ook in Nederland de publieke baten ruim groter zijn dan de private baten. Bij zowel de generieke als de specifieke methode vinden we dat er aanzienlijke kennisspillovers plaatsvinden tussen bedrijven. Deze spillovers rechtvaardigen overheidsingrijpen in de R&D-stimuleringssfeer.
  • Uit onze schattingen blijkt dat het private rendement gemiddeld minder dan één euro per geïnvesteerde euro bedraagt. Dat betekent dat bedrijven zonder overheidsondersteuning gemiddeld genomen onvoldoende prikkels hebben om extra R&D-investeringen te doen.
  • Het bereik van onze schattingen van de lange termijneffecten ligt tussen de 2,00 en 6,50 euro. De ondergrens is gebaseerd op de uitkomsten van de generieke modellen, en de bovengrens op die van de specifieke modellen. Onze generieke schattingen liggen daarmee iets onder de R&D-multipliers uit de bestaande literatuur, terwijl onze specifieke schattingen er juist boven liggen.

Meer weten?

Onder ‘Downloads’ vindt u het onderzoek naar kennisspillovers van R&D in Nederland.