De World Competitiveness Ranking van het International Institute for Management Development (IMD) is een jaarlijkse internationale vergelijking van hoe aantrekkelijk en concurrerend economieën zijn voor bedrijven en voor het creëren van welvaart. Het is een brede internationale benchmark van economische concurrentiekracht.
Nederland blijft onverminderd tot de top 10 behoren
De ranglijst van het IMD rangschikt 70 economieën wereldwijd en laat zien dat Nederland in 2026 op de achtste plek staat. Dit betekent een kleine stijging na twee opeenvolgende jaren gedaald te zijn vanaf de vijfde positie. Al kent Nederland de afgelopen jaren een daling in de ranking, Nederland blijft onverminderd tot de top-10 behoren.
De meest recente top vijf van de ranglijst bestaat uit Singapore, Hong Kong, Zwitserland, Taiwan en de Verenigde Arabische Emiraten. Binnen Europa neemt Nederland de vierde positie in.
Positie Nederland op globale ranglijsten, 2007-2026
WEF Global Competitiveness Index IMD World Competitiveness Ranking 2007 -10 2008 -8 2009 -10 2010 -8 2011 -7 2012 -5 2013 -8 2014 -8 2015 -5 2016 -4 2017 -4 2018 -6 2019 -4 -6 2020 -4 2021 -4 2022 -6 2023 -5 2024 -9 2025 -10 2026 -8
Hoe scoort de Nederlandse economie op onderdelen?
Ontwikkeling deelindicatoren IMD-ranglijst, 2024-2026
2024 2025 2026 Economische prestaties 9 19 9 Stimuleren concurrerende economie 14 12 9 Effectiviteit bedrijfsleven 8 7 7 Infrastructuur 8 9 7 in deze figuur betekent een hogere score een slechtere score.
De absolute totaalscore van Nederland is toegenomen, maar andere landen binnende top-tien hebben een nóg sterkere toename gezien van hun totaalscore. Nederland moet EU-landen Denemarken (6) en Ierland (7) voor zich dulden. De top word al jaren gedomineerd door Singapore, Zwitserland en Hong Kong. Sinds 2023 is Nederland is door drie landen ingehaald, namelijk Hong Kong, Taiwan en de Verenigde Arabische Emiraten.
Nederland scoort hoog op internationale handel, institutioneel kader en maatschappelijke randvoorwaarden, technische infrastructuur. Op belastingbeleid, loonkosten, energieprijzen en -infrastructuur en prijsniveaus scoren we juist laag.