Hoe wordt het bedrijvenbeleid geëvalueerd?

Bij de start van het bedrijvenbeleid in 2011 is een impuls gegeven aan de kwaliteit van de beleidsmonitoring en beleidsevaluatie. De huidige evaluatiepraktijk van het bedrijvenbeleid wordt door velen gezien als een aanpak die zich (inter)nationaal in de voorhoede bevindt.

De evaluatiepraktijk van het bedrijvenbeleid

Bij de start van het bedrijvenbeleid in 2011 is in samenwerking met externe en onafhankelijke evaluatie-experts een impuls gegeven aan de kwaliteit van de beleidsmonitoring en beleidsevaluatie van het bedrijvenbeleid:

  • Er vindt een systematische monitoring plaats van de Nederlandse positie, van het ingezette beleidsinstrumentarium en van de mate waarin de beleidsdoelstellingen worden gerealiseerd. De resultaten daarvan worden via deze website ontsloten en het vormt tevens de basis voor de voortgangsrapportages en (begrotings)verantwoording aan de Tweede Kamer.
  • Evaluaties van individuele beleidsinstrumenten worden zo veel mogelijk uitgevoerd overeenkomstig de aanbevolen werkwijze van de Commissie Theeuwes. Deze commissie van onafhankelijke Nederlandse evaluatie experts bracht in 2012 het rapport “Durf te meten” uit  met gerichte adviezen over hoe het beste te evalueren. De aanbevelingen van de Commissie Theeuwes zijn thans volledig geïmplementeerd en hebben tot een vergaande professionalisering en kwaliteitsverbetering van de evaluaties geleid. Bij de opzet van evaluaties wordt nu gebruik gemaakt van de expertise van onafhankelijke experts. Elders op de website staat een overzicht van de uitgevoerde evaluaties.
  • Niet alleen de afzonderlijke instrumenten worden geëvalueerd. Onlangs heeft een integrale beleidsdoorlichting plaatsgevonden van het bedrijvenbeleid waarin ook de beleidsaanpak, de samenhang tussen de verschillende beleidsinitiatieven en de efficiency, effectiviteit en doelmatigheid van het bedrijvenbeleid is beoordeeld.  

De huidige evaluatiepraktijk van het bedrijvenbeleid wordt gezien als een aanpak die zich (inter)nationaal in de voorhoede bevindt. Met deze aanpak is tevens tegemoet gekomen aan de wensen van de Tweede Kamer om hier beter te presteren; en ook aan de toezegging uit het Wetgevingsoverleg 25 juni 2015 van de Minister van Economische Zaken aan de Tweede Kamer om “additionaliteit van regelingen beter in kaart te brengen bij evaluaties d.m.v. het gebruik van econometrische methodes”.

Meer weten?

Onder de downloads staat een notitie die uitgebreider de resultaten en (leer)ervaringen van de evaluatiepraktijk bij het bedrijvenbeleid schetst.