Monitoring gebruikers steunmaatregelen

Welke bedrijven maken gebruik van de verschillende steunmaatregelen? Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) wil dit graag in kaart brengen. Hiervoor heeft EZK een monitoringsysteem opgezet in samenwerking met het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en verschillende uitvoeringsinstanties. Dit systeem verwerkt beschikbare gegevens en maakt zo inzichtelijk hoeveel en welk soort bedrijven gebruik maken van de maatregelen. 

Deze pagina is voor het laatst geactualiseerd op 21 februari. De eerstvolgende actualisatie is gepland in september/oktober 2022. 

Vastelastenregelingen

TVL-1

De Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL)-1 was de opvolger van de TOGS-regeling, met enkele gewijzigde voorwaarden. Verwachtte een mkb-ondernemer omzetverlies van minimaal 30 procent in de periode 1 juni tot en met 30 september 2020 dan kon deze ondernemer een subsidie krijgen van maximaal 50 duizend euro om een deel van de vaste lasten te kunnen betalen. Alle bedrijven die eerder (op basis van afgesproken sbi-codes) voor de TOGS-regeling in aanmerking kwamen, konden ook van TVL gebruik maken (onder de gestelde voorwaarden). Hierop is nog een enkele aanvulling gekomen, zoals de recreatieluchtvaart (onderdeel van SBI 5110). 

Er zijn zo’n 42.000 bedrijven die gebruik hebben gemaakt van de TVL-1 aanvraag (peildatum 31 december 2021). In aantallen deden vooral de kleinere bedrijven (tot 10 werknemers) een beroep op deze regeling (86 procent van alle gebruikers van de TVL-1). Van alle bedrijven die hiervan gebruik konden maken op basis van hun SBI-codes maakte zes procent gebruik van deze TVL-regeling. Naar sectoren bezien, zijn het vooral de horecabedrijven die een beroep hebben gedaan op deze regeling.

Toegekende TVL-1 aan mkb-bedrijven (in %)

Toegekende TVL-1 aan mkb-bedrijven (in %)
Totaal1 werkzaam persoon2-9 werkzame personen10-249 werkzame personen50-249 werkzame personen
Totaal6,13,114,128,812,4
Horeca19,69,824,643,644,8
Bron: CBS, 10e rapportage monitoring steunmaatregelen (21 februari 2022) Brontabel als csv (163 bytes)

TVL-Q4 2020

De TVL Q4 2020 was de opvolger van de TVL-1, met enkele gewijzigde voorwaarden. MKB-ondernemers met een verwacht omzetverlies van minimaal 30 procent in de periode 1 oktober 2020 tot en met 31 december 2020 konden een subsidie krijgen van maximaal 90 duizend euro voor een deel van hun vaste lasten. De regeling gold voor vrijwel alle SBI-codes. Naast de tegemoetkoming in vaste lasten konden horecabedrijven aanspraak maken op de opslag Horeca Voorraad Aanpassingen, die 5,6 procent van de omzetderving bedroeg. Met terugwerkende kracht is het subsidiepercentage verhoogd van 50 procent naar 50 tot 70 procent, afhankelijk van het omzetverlies en is ook voor non-food detailhandel een opslag beschikbaar (de zogenaamde Voorraad Gesloten Detailhandel) welke 5,6 procent van de omzetderving bedraagt met een maximum van 20.160 euro.

Op peildatum 31 augustus 2021 waren er zo’n 79.500 bedrijven waar een TVL Q4 2020 aan is toegekend door RVO. Dit is bijna vier procent van alle bedrijven. Net als bij de TVL-1 deden in aantallen vooral de kleinere bedrijven (tot 10 werknemers) een beroep op deze regeling (86 procent van alle gebruikers). In percentages uitgedrukt zijn het vooral de bedrijven met tien tot 50 werkzame personen. Bedrijven in de horeca maakten relatief gezien het meest gebruikt van deze regeling, gevolgd door de sector vervoer en opslag.

Toegekende TVL-Q4 2020 aan mkb-bedrijven (in %)

Toegekende TVL-Q4 2020 aan mkb-bedrijven (in %)
Totaal1 werkzaam persoon2-9 werkzame personen10-49 werkzame personen50-249 werkzame personen
Totaal3,91,810,716,49,2
Horeca36,617,146,985,476,8
Vervoer en opslag11,711,114,210,47,3
Bron: CBS, 10e rapportage monitoring steunmaatregelen (21 februari 2022) Brontabel als csv (205 bytes)

TVL-Q1 2021

De TVL-Q1 2021 is de opvolger van de TVL Q4 2020, met enkele gewijzigde voorwaarden. Deze vaste lasten regeling was aan te vragen door alle bedrijven (dus ook grote bedrijven) in Nederland, met een verwacht omzetverlies van minimaal 30% in de periode 1 januari 2021 tot en met 31 maart 2021. Het minimumbedrag aan vaste lasten van een bedrijf is verlaagd naar 1500 euro per kwartaal, waardoor meer kleinere bedrijven toegang krijgen tot deze regeling. Ondernemers konden een subsidie krijgen van maximaal 550 duizend euro voor MKB-bedrijven, en 600 duizend euro voor niet-MKB bedrijven voor een deel van hun vaste lasten. De regeling gold voor vrijwel alle SBI-codes. Het subsidiepercentage is 85%. 

Op peildatum 31 december 2021 waren er zo’n 100.000 bedrijven waaraan een TVL Q1 2021 is toegekend door RVO. Dat is van alle TVL-regelingen het hoogste aantal deelnemende bedrijven. Deels heeft dit te maken met dat grote bedrijven vanaf deze regeling ook gebruik konden maken van de TVL-regeling. Zo’n zes procent van de grote bedrijven heeft een toegekende aanvraag van TVL Q1 2021 gekregen, net iets meer dan het totale gemiddelde van vijf procent. Bedrijven in de horeca nemen net als bij de voorgaande vaste lasten regelingen relatief gezien het meest deel aan deze regeling.

Toegekende TVL-Q1 2021 aan bedrijven (in %)

Toegekende TVL-Q1 2021 aan bedrijven (in %)
Totaal1 werkzaam persoon2-9 werkzame personen10-49 werkzame personen50-249 werkzame personen250+ personen
Totaal52,413,418,510,96,1
Horeca34,315,443,983,174,4
Overige dienstverlening11,66,145,631,38,9
Bron: CBS, 10e rapportage monitoring steunmaatregelen (21 februari 2022) Brontabel als csv (229 bytes)

TVL-Q2 2021

De TVL Q2 2021 was de opvolger van de TVL Q1 2021, met enkele gewijzigde voorwaarden. De TVL Q2 2021 was aan te vragen door alle bedrijven in Nederland, met een verwacht omzetverlies van minimaal 30 procent in de periode 1 april 2021 tot en met 30 juni 2021. Het minimumbedrag aan vaste lasten van een bedrijf was 1 500 euro per kwartaal, waardoor meer kleinere bedrijven toegang kregen tot de TVL. Ondernemers konden een subsidie krijgen van maximaal 550 duizend euro voor mkb-bedrijven, en 1,2 miljoen euro voor niet-mkb bedrijven voor een deel van hun vaste lasten. De regeling gold voor vrijwel alle SBI-codes. Het subsidiepercentage was verhoogd naar 100 procent. Er gold ook een opslag voor land- en tuinbouwbedrijven (21 procent).

Op peildatum 31 december 2021 waren er 58.500 bedrijven waaraan een TVL Q2 2021 is toegekend door RVO. Dit is zo’n drie procent van het aantal bedrijven. Van deze regeling maken bedrijven in de horeca relatief gezien het meest gebruik, net als bij alle voorgangers van de vastelastenregelingen. Ondanks dat kleinere bedrijven makkelijker toegang konden krijgen tot deze regeling, is dit niet terug te zien in de toekenningspercentages vergeleken met de eerdere regelingen.

Toegekende TVL-Q2 2021 aan bedrijven (in %)

Toegekende TVL-Q2 2021 aan bedrijven (in %)
Totaal1 werkzaam persoon2-9 werkzame personen10-49 werkzame personen50-249 werkzame personen250+ personen
Totaal2,41,36,581,90,6
Horeca22,510,829,848,812,2
Vervoer9,89,811,350,7
Bron: CBS, 10e rapportage monitoring steunmaatregelen (21 februari 2022) Brontabel als csv (206 bytes)

TVL-Q3 2021

De TVL Q3 2021 was de opvolger van de TVL Q2 2021 en grotendeels gelijk qua voorwaarden (zie boven). De aanvraagperiode liep van 1 juli 2021 tot en met 30 september 2021. Ondernemers konden een subsidie krijgen van maximaal 550 duizend euro voor MKB-bedrijven, en 600 duizend euro voor niet-MKB bedrijven.

Op peildatum 31 december 2021 waren er bijna 33.000 bedrijven waaraan een TVL Q3 2021 is toegekend door RVO. Dit is minder dan twee procent van het totaal aantal bedrijven dat in aanmerking kan komen. Ook bij deze TVL-regeling maken bedrijven in de horeca relatief gezien het meest gebruik. Eveneens geldt dat ondanks dat kleinere bedrijven makkelijker toegang konden krijgen tot deze regeling dan bij TOGS, TVL 1 en TVL Q4 2020, dit niet terug is te zien in de toekenningspercentages.

Toegekende TVL-Q3 2021 aan bedrijven (in %)

Toegekende TVL-Q3 2021 aan bedrijven (in %)
Totaal1 werkzaam persoon2-9 werkzame personen10-49 werkzame personen50-249 werkzame personen
Totaal1,60,94,25,73,8
Horeca8,64,910,71718,3
Vervoer en opslag7,77,39,36,75,3
Bron: CBS, 10e rapportage monitoring steunmaatregelen (21 februari 2022) Brontabel als csv (195 bytes)

TVL-Q4 2021

De TVL Q4 2021 is de opvolger van de TVL Q3 2021 (zie boven), met enkele gewijzigde voorwaarden. De TVL Q4 2021 was aan te vragen door (vrijwel) alle bedrijven in Nederland, met een verwacht omzetverlies van minimaal 20 procent (was 30 procent) in de periode 1 oktober 2021 tot en met 31 december 2021. Er waren daarentegen geen aparte opslagen meer voor bijvoorbeeld land- en tuinbouwbedrijven.

Op peildatum 19 januari 2022 waren er 23.000 bedrijven waaraan een TVL Q4 2021 is toegekend door RVO. Hierbij geldt dat nog niet alle aanvragen zijn verwerkt. Ook bij deze TVL-regeling maken bedrijven in de horeca relatief gezien het meest gebruik.

Toegekende TVL-Q4 2021 aan bedrijven (in %)

Toegekende TVL-Q4 2021 aan bedrijven (in %)
Totaal1 werkzaam persoon2-9 werkzame personen10-49 werkzame personen50-249 werkzame personen250+ werkzame personen
Totaal1,20,63,24,310,2
Horeca12,25,416,229,17,3
Vervoer en opslag4,84,95,220,7
Bron: CBS, 10e rapportage monitoring steunmaatregelen (21 februari 2022) Brontabel als csv (222 bytes)

Uitstel belastingen

Een steunmaatregel was ook dat ondernemers uitstel kunnen aanvragen voor het betalen van hun belastingen. Deze regeling liep tot en met 30 september 2021. Het uitstel kon voor bijna alle soorten belastingen verleend worden. Het uitstel gold voor drie maanden en kon onder voorwaarden worden verlengd. Uitstel werd verleend voor de op moment van verzoek openstaande schuld. Voor vijf soorten belastingen geldt dat bij een uitstelaanvraag voor één belasting, het uitstel voor alle vijf werd verleend. Dit geldt voor inkomstenbelasting, de Zorgverzekeringswet, vennootschapsbelasting, loonheffingen en omzetbelasting (btw). Alleen deze vijf belastingen zijn in deze monitoring opgenomen.

Op de peildatum 31 december 2021 heeft vijftien procent van alle bedrijven in Nederland een toegekend uitstel van betaling van deze vijf belastingen gekregen. Hiervan heeft inmiddels zo’n 27 procent de openstaande schuld betaald. Op de peildatum staat nog bij zo’n tien procent van alle bedrijven in Nederland een belastingschuld open. Ook hier gaat het om relatief veel horecaondernemingen. Van alle horecabedrijven heeft 26 procent een openstaand uitstel van belastingbetaling. Daarnaast springt het vervoer eruit met achttien procent.

Vooral de wat grotere bedrijven maken gebruik van deze regeling. Zo’n vier op de tien bedrijven met meer dan negen werknemers heeft belastinguitstel gekregen. Een deel van belastingschuld is al betaald, want op de peildatum van 31 december 2021 heeft nog zo’n één op de vier bedrijven met meer dan negen werknemers een openstaande belastingschuld. Kleinere bedrijven benutten deze regeling relatief minder. De eenmansbedrijven maken er relatief het minst gebruik van. Een reden is dat in bepaalde gevallen zzp’ers geen loonheffing en/of omzetbelasting hoeven te betalen. Zij komen dan niet in aanmerking voor deze regeling. Overigens is van de bedrijven die gebruik maken van het belastinguitstel iets meer dan de helft een bedrijf met 1 werkzame persoon.

Bedrijven met openstaand uitstel van belastingbetaling, per sector en grootteklasse (in %)

Bedrijven met openstaand uitstel van belastingbetaling, per sector en grootteklasse (in %)
Totaal1 werkzaam persoon2-9 werkzame personen10-49 werkzame personen50-249 werkzame personen250+ werkzame personen
Totaal10,78,91527,621,616,7
Horeca26,316,229,263,859,863,6
Vervoer18,117,916,227,824,525
Bron: CBS, 10e rapportage monitoring steunmaatregelen (21 februari 2022) Brontabel als csv (232 bytes)

Noodmaatregel overbrugging voor behoud werkgelegenheid (NOW)

NOW 1

Door het coronavirus kregen werkgevers al snel in maart 2020 te maken met omzetverlies. Als dat verlies minimaal twintig procent was in een aaneengesloten periode van drie maanden, dan kon de werkgever aanspraak maken op de eerste tijdelijke NOW-regeling. Deze regeling voorziet in een vergoeding van de loonkosten. Werkgevers konden de NOW 1 tot 6 juni 2020 aanvragen.

Er zijn bijna 140.000 bedrijven die gebruik hebben gemaakt van de NOW 1. Dat is zo’n 6,5 procent van alle bedrijven in Nederland. Vooral bedrijven met 10 tot 50 werkzame personen benutten deze regeling. Kijken we naar sectoren, dan heeft de horeca hier verreweg het meest gebruik van gemaakt. In deze sector maakte 34 procent van de horecabedrijven gebruik van de NOW 1. Van de horecabedrijven met 10 of meer werknemers maakten vrijwel alle bedrijven hiervan gebruik.

Aantal bedrijven met NOW 1 naar bedrijfstak en grootteklasse (in %)

Aantal bedrijven met NOW 1 naar bedrijfstak en grootteklasse (in %)
Totaal1 werkzaam persoon2-9 werkzame personen10-49 werkzame personen50-249 werkzame personen250+ werkzame personen
Totaal6,40,922,147,341,128,7
Horeca33,95,750,196,292,7100
Bron: CBS, 10e rapportage monitoring steunmaatregelen (21 februari 2022) Brontabel als csv (194 bytes)

NOW 2

NOW 2 is de opvolger van NOW 1. Werkgevers konden deze NOW 2 aanvragen als ze in de periode juni tot en met 1 oktober 2020 wederom een omzetverlies van minimaal 20 procent verwachtten. Voor een vergoeding van de loonkosten waren er enkele gewijzigde voorwaarden ten opzichte van NOW 1.

Er zijn ongeveer 64.000 bedrijven die gebruik maakten van de NOW 2. Dat is zo’n drie procent van alle bedrijven in Nederland. Vooral bedrijven met 10 tot 50 werkzame personen benutten de NOW 2, zoals ook al het geval was bij de NOW 1. Bekijken we het per sector, dan maakt de horeca hier verreweg het meest gebruik van, net als bij de NOW 1. Ruim zestien procent van de horecabedrijven maakte gebruik van de NOW 2.

Aantal bedrijven met NOW 2: totaal en horeca (in %)

Aantal bedrijven met NOW 2: totaal en horeca (in %)
Totaal1 werkzaam persoon2-9 werkzame personen10-49 werkzame personen50-249 werkzame personen250+ werkzame personen
Totaal2,90,49,125,722,715
Horeca16,42,722,654,269,590,9
Bron: CBS, 7e rapportage monitoring steunmaatregelen (9 april 2021) Brontabel als csv (192 bytes)

NOW 3.1

De NOW 3.1 regeling is de loonkostenregeling in de derde aanvraagperiode. Deze regeling is de opvolger van NOW 2 en gold voor werkgevers die in de periode tot 1 januari 2021 wederom een omzetverlies van minimaal 20 procent verwachtten. De regeling voor een vergoeding van de loonkosten kende enkele gewijzigde voorwaarden ten opzichte van NOW 1 en NOW 2. De tegemoetkoming was weer voor een periode van drie maanden in plaats van vier maanden en gaat van maximaal 90% naar maximaal 80% van de loonkosten.

Er zijn bijna 79.000 bedrijven die gebruik maakten van de NOW 3.1. Dat is zo’n vier procent van alle bedrijven in Nederland. Vooral bedrijven met 10 tot 50 werkzame personen benutten deze regeling, net als bij de voorgangers van deze loonkostenregeling. Bekijken we het per sector, dan maakt de horeca ook hier verreweg het meest gebruik van. Van alle horecabedrijven nam 27 procent deel aan de NOW 3.1, waarvan alle horecagelegenheden met meer dan 250 werkzame personen.

Aantal bedrijven met NOW 3.1: totaal en horeca (in %)

Aantal bedrijven met NOW 3.1: totaal en horeca (in %)
Totaal1 werkzaam persoon2-9 werkzame personen10-49 werkzame personen50-249 werkzame personen250+ werkzame personen
Totaal3,60,512,527,420,713,7
Horeca27,24,33889,985,4100
Bron: CBS, 9e rapportage monitoring steunmaatregelen (13 oktober 2021) Brontabel als csv (193 bytes)

NOW 3.2

De vierde aanvraagperiode voor deze loonkostenregeling (i.c. NOW 3.2) gold voor werkgevers die in de periode 1 januari tot 1 april 2021 wederom een omzetverlies van minimaal 20 procent verwachten. De tegemoetkoming was voor een periode van drie maanden en bedraagt maximaal 85% van de loonkosten.

Op peildatum 31 augustus 2021 hadden bijna 76.000 bedrijven gebruik gemaakt van deze regeling. Dat is 3,5 procent van alle bedrijven in Nederland en vergelijkbaar met het gebruik van NOW 3.1. Het verdere beeld bij NOW 3.2 gebruikers komt dan ook sterk overeen met de voorgaande regeling. Het zijn weer vooral bedrijven met 10 tot 50 werkzame personen die relatief veel aan de NOW 3.2 hebben deelgenomen. Ook per sector is het wederom de horeca die hier verreweg het meest gebruik maakt van deze regeling: één op de vier horecabedrijven, waarvan negen op de tien horecagelegenheden met meer dan 250 werkzame personen.

Aantal bedrijven met NOW 3.2: totaal en horeca (in %)

Aantal bedrijven met NOW 3.2: totaal en horeca (in %)
Totaal1 werkzaam persoon2-9 werkzame personen10-49 werkzame personen50-249 werkzame personen250+ werkzame personen
Totaal3,50,511,827,220,114
Horeca25,33,734,887,584,190,9
Bron: CBS, 10e rapportage monitoring steunmaatregelen (21 februari 2022) Brontabel als csv (194 bytes)

NOW 3.3

De vijfde aanvraagperiode NOW kon aangevraagd worden tot en met 30 juni 2021. De tegemoetkoming gold voor werkgevers die in de periode van drie aaneengesloten maanden (april, mei en juni 2021) een omzetverlies van minimaal 20 procent verwachten. Indien ook tegemoetkoming is ontvangen in de vierde aanvraagperiode, dan moet de drie maanden van de vijfde periode aansluiten op drie maanden van de vierde aanvraagperiode waarvoor het omzetverlies is berekend. De tegemoetkoming is maximaal 85 procent van de loonkosten.

Op peildatum 31 december 2021 hadden net iets meer dan 45.000 bedrijven een toekenning van deze regeling. Dat is twee procent van alle bedrijven in Nederland. Ook bij deze regeling zijn het wel de horecabedrijven die er het meest gebruik van maken.

Aantal bedrijven met NOW 3.3: totaal en horeca (in %)

Aantal bedrijven met NOW 3.3: totaal en horeca (in %)
Totaal1 werkzaam persoon2-9 werkzame personen10-49 werkzame personen50-249 werkzame personen250+ werkzame personen
Totaal20,36,418,514,29,4
Horeca19,52,825,873,373,290,9
Bron: CBS, 10e rapportage monitoring steunmaatregelen (21 februari 2022) Brontabel als csv (192 bytes)

NOW 4.0

De zesde aanvraagperiode NOW kon aangevraagd worden tot en met 30 september 2021. De NOW-4 regeling gold voor werkgevers die in de periode van drie aaneengesloten maanden (juli, augustus, september) een omzetverlies van minimaal 20 procent verwachtten. Indien ook tegemoetkoming is ontvangen in de vijfde aanvraagperiode, dan moet de drie van maanden van de zesde periode aansluiten op drie maanden van de vijfde aanvraagperiode waarvoor het omzetverlies is berekend. De NOW-4 regeling komt sterk overeen met haar voorganger NOW-3.2 en NOW-3.3. Maar kent een aantal aanpassingen. Zo is een begrenzing van 80 procent ingevoerd op het omzetverliespercentage in de NOW-4. Dit betekent dat bij de berekening van de hoogte van de subsidie gerekend wordt met een percentage van maximaal 80 procent omzetverlies, ook als de werkgever meer omzetverlies heeft.

Op peildatum 31 december 2021 hadden bijna 27.000 bedrijven een toekenning van deze regeling gehad van het UWV. Dit is het laagste aantal toekenningen vergeleken met de voorgaande NOW-regelingen. Bij de voorgangers van de NOW 4 was het beeld dat het vooral bedrijven met 10 tot 50 werkzame personen waren die relatief veel gebruik maakten van deze steunmaatregel. Dat is nu veel minder prominent voor het totaal. En zeker niet voor de horecabedrijven die het meest gebruik maken van deze regeling.

Aantal bedrijven met NOW 4.0: totaal en horeca (in %)

Aantal bedrijven met NOW 4.0: totaal en horeca (in %)
Totaal1 werkzaam persoon2-9 werkzame personen10-49 werkzame personen50-249 werkzame personen250+ werkzame personen
Totaal1,200,203,7010,5010,107,10
Horeca7,701,3010,3025,7039,0072,70
Bron: CBS, 10e rapportage monitoring steunmaatregelen (21 februari 2022) Brontabel als csv (205 bytes)

NOW 5.0

Vanwege de aangescherpte regels is eind november 2021 besloten dat er een volgende NOW regeling komt. De NOW 5 heeft betrekking op de periode van 1 november tot en met 31 december 2021. Werkgevers konden de subsidie aanvragen in de periode van 13 december 2021 tot en met 31 januari 2022 bij UWV. De voorwaarden om voor deze NOW-regeling in aanmerking te komen, zijn bijna hetzelfde als bij de NOW 4. De periode waarover NOW kan worden aangevraagd bedraagt in de NOW-5 echter twee maanden. Ook is het loonsomvrijstellingspercentage verhoogd naar 15 procent. Daarnaast kunnen nu ook startende ondernemers met personeel gebruikmaken van NOW.

Op peildatum 14 januari 2022 hadden voorlopig zo’n 22.500 bedrijven een toekenning van deze regeling gehad van UWV. Het gebruik bij de horecabedrijven steekt er weer met kop en schouders bovenuit. Dit hangt natuurlijk samen met de beperkende maatregelen die vooral deze sector troffen.

Aantal bedrijven met NOW 5.0: totaal en horeca (in %

Aantal bedrijven met NOW 5.0: totaal en horeca (in %
Totaal1 werkzaam persoon2-9 werkzame personen10-49 werkzame personen50-249 werkzame personen250+ werkzame personen
Totaal10,13,195,53,8
Horeca12,81,716,153,152,463,6
Bron: CBS, 10e rapportage monitoring steunmaatregelen (21 februari 2022) Brontabel als csv (188 bytes)