Monitoring gebruikers steunmaatregelen

Welke bedrijven maken gebruik van de verschillende steunmaatregelen? Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) wil dit graag in kaart brengen. Hiervoor heeft EZK een monitoringsysteem opgezet in samenwerking met het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en verschillende uitvoeringsinstanties. Dit systeem verwerkt beschikbare gegevens en maakt zo inzichtelijk hoeveel en welk soort bedrijven gebruik maken van de maatregelen. 

Deze pagina is voor het laatst geactualiseerd op 13 oktober 2021. De eerstvolgende actualisatie is gepland in februari 2022.

Vaste lasten regelingen

TOGS

Sommige sectoren waren in het begin van de coronacrisis extra hard getroffen door kabinetsmaatregelen om het coronavirus in te dammen. Door deze maatregelen gingen bijvoorbeeld evenementen niet door, werden reizen geannuleerd en moesten restaurants en cafés dicht. Voor ondernemers die directe schade ondervinden van kabinetsmaatregelen was er in het eerste noodpakket de TOGS-regeling: Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren COVID-19. Deze ondernemers konden een eenmalige tegemoetkoming krijgen van 4 duizend euro voor hun vaste lasten. Daarvoor moesten ze wel aan enkele criteria voldoen. Je kwam hiervoor in aanmerking als het (verwachte) omzetverlies minimaal 4 duizend euro was en als je vaste lasten minimaal 4 duizend euro waren. Ondernemers konden tot en met 26 juni 2020 een aanvraag indienen. 

Welke bedrijven maakten gebruik van de TOGS-regeling?

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) houdt bij welke bedrijven gebruik maakten van de TOGS-regeling. Aan bijna 216.000 bedrijven (stand op 30 september 2020) is door RVO een TOGS-aanvraag toegekend. Het gaat hier vooral om kleine bedrijven. Voor ongeveer de helft zijn dat bedrijven met één werkplek. Voor 93 procent waren het bedrijven met minder dan tien werkplekken. Kijken we naar de codes voor Standaard Bedrijfsindeling (SBI) die voor de TOGS zijn aangewezen? Dan maakte volgens het CBS ruim 27 procent van alle bedrijven die onder deze SBI-codes vallen gebruik van de TOGS-regeling. Bedrijven met twee of meer personen in dienst maakten veel gebruik van deze regeling: zo’n één op de twee bedrijven.

Vooral horecaondernemers hebben bij RVO aangeklopt voor deze regeling. Van alle cafés en restaurants 85 tot 89 procent. Vrijwel alle grotere bedrijven in deze branche maakten gebruik van deze regeling. RVO kende ook veel uitkeringen toe aan bijvoorbeeld winkels in dames-, heren- of onderkleding, kermisattracties en taxivervoer. In deze bedrijfstakken kreeg meer dan driekwart van de bedrijven steun uit de TOGS-regeling.

Toegekende TOGS aan mkb-bedrijven (in %)

Toegekende TOGS aan mkb-bedrijven (in %)
Totaal1 werkzaam persoon2-9 werkzame personen10-249 werkzame personen
mkb-bedrijven27,618,456,357,5
Restaurants89,175,889,699,6
Cafes84,875,988,5100
Bron: CBS, 5e rapportage monitoring steunmaatregelen (13 november 2020) Brontabel als csv (169 bytes)

TVL-1

De Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL)-1 was de opvolger van de TOGS-regeling, met enkele gewijzigde voorwaarden. Verwachtte een mkb-ondernemer omzetverlies van minimaal 30 procent in de periode 1 juni tot en met 30 september 2020 dan kon deze ondernemer een subsidie krijgen van maximaal 50 duizend euro om een deel van de vaste lasten te kunnen betalen. Alle bedrijven die eerder (op basis van afgesproken sbi-codes) voor de TOGS-regeling in aanmerking kwamen, konden ook van TVL gebruik maken (onder de gestelde voorwaarden). Hierop is nog een enkele aanvulling gekomen, zoals de recreatieluchtvaart (onderdeel van SBI 5110). 

Er zijn zo’n 42.000 bedrijven die gebruik hebben gemaakt van de TVL-1 aanvraag (peildatum 31 december 2020). In aantallen deden vooral de kleinere bedrijven (tot 10 werknemers) een beroep op deze regeling (86 procent van alle gebruikers van de TVL-1). Van alle bedrijven die hiervan gebruik konden maken op basis van hun SBI-codes maakte vijf procent gebruik van deze TVL-regeling (bron: CBS). Uitgaansgelegenheden als bowlen, kegelen, kermisattracties en bioscopen maakten relatief veel gebruik van deze regeling.

Toegekende TVL-1 aan mkb-bedrijven (in %)

Toegekende TVL-1 aan mkb-bedrijven (in %)
Totaal1 werkzaam persoon2-9 werkzame personen10-249 werkzame personen
Totaal5,42,712,721,5
Bowlen, kegelen, biljarten e.d.502560100
Kermisattracties5439,471,850
Bioscopen4818,271,471,4
Bron: CBS, 8e rapportage monitoring steunmaatregelen (9 juli 2021) Brontabel als csv (211 bytes)

TVL-Q4 2020

De TVL Q4 2020 was de opvolger van de TVL-1, met enkele gewijzigde voorwaarden. MKB-ondernemers met een verwacht omzetverlies van minimaal 30 procent in de periode 1 oktober 2020 tot en met 31 december 2020 konden een subsidie krijgen van maximaal 90 duizend euro voor een deel van hun vaste lasten. De regeling gold voor vrijwel alle SBI-codes. Naast de tegemoetkoming in vaste lasten konden horecabedrijven aanspraak maken op de opslag Horeca Voorraad Aanpassingen, die 5,6 procent van de omzetderving bedroeg. Met terugwerkende kracht is het subsidiepercentage verhoogd van 50 procent naar 50 tot 70 procent, afhankelijk van het omzetverlies en is ook voor non-food detailhandel een opslag beschikbaar (de zogenaamde Voorraad Gesloten Detailhandel) welke 5,6 procent van de omzetderving bedraagt met een maximum van 20.160 euro.

Op peildatum 31 augustus 2021 waren er zo’n 79.500 bedrijven waar een TVL Q4 2020 aan is toegekend door RVO. Dit is bijna vier procent van alle bedrijven. Net als bij de TVL-1 deden in aantallen vooral de kleinere bedrijven (tot 10 werknemers) een beroep op deze regeling (86 procent van alle gebruikers). In percentages uitgedrukt zijn het vooral de bedrijven met tien tot 50 werkzame personen. Bedrijven in de horeca maakten relatief gezien het meest gebruikt van deze regeling, gevolgd door de sector vervoer en opslag.

Toegekende TVL-Q4 2020 aan mkb-bedrijven (in %)

Toegekende TVL-Q4 2020 aan mkb-bedrijven (in %)
Totaal1 werkzaam persoon2-9 werkzame personen10-49 werkzame personen50-249 werkzame personen
Totaal3,91,810,716,49,2
Horeca36,617,146,985,376,8
Vervoer en opslag11,711,114,210,47,3
Bron: CBS, 9e rapportage monitoring steunmaatregelen (13 oktober 2021) Brontabel als csv (205 bytes)

TVL-Q1 2021

De TVL-Q1 2021 is de opvolger van de TVL Q4 2020, met enkele gewijzigde voorwaarden. Deze vaste lasten regeling was aan te vragen door alle bedrijven (dus ook grote bedrijven) in Nederland, met een verwacht omzetverlies van minimaal 30% in de periode 1 januari 2021 tot en met 31 maart 2021. Het minimumbedrag aan vaste lasten van een bedrijf is verlaagd naar 1500 euro per kwartaal, waardoor meer kleinere bedrijven toegang krijgen tot deze regeling. Ondernemers konden een subsidie krijgen van maximaal 550 duizend euro voor MKB-bedrijven, en 600 duizend euro voor niet-MKB bedrijven voor een deel van hun vaste lasten. De regeling gold voor vrijwel alle SBI-codes. Het subsidiepercentage is 85%. 

Op peildatum 31 augustus 2021 waren er zo’n 99.000 bedrijven waaraan een TVL Q1 2021 is toegekend door RVO. Dat is van de TVL-regelingen het hoogste aantal deelnemende bedrijven, wat deels ook te maken heeft met dat grote bedrijven ook gebruik konden maken van deze regeling. Zo’n vier procent van de grote bedrijven heeft een toegekende aanvraag van TVL Q1 2021 gekregen, net iets minder dan het totale gemiddelde van vijf procent. Bedrijven in de horeca nemen net als bij de voorgaande vaste lasten regelingen relatief gezien het meest deel aan deze regeling.

Toegekende TVL-Q1 2021 aan bedrijven (in %)

Toegekende TVL-Q1 2021 aan bedrijven (in %)
Totaal1 werkzaam persoon2-9 werkzame personen10-49 werkzame personen50-249 werkzame personen250+ personen
Totaal4,92,413,318,410,74,4
Horeca34,115,343,782,874,4
Overige dienstverlening11,66,145,5318,9
Bron: CBS, 9e rapportage monitoring steunmaatregelen (13 oktober 2021) Brontabel als csv (229 bytes)

TVL-Q2 2021

De TVL Q2 2021 was de opvolger van de TVL Q1 2021, met enkele gewijzigde voorwaarden. De TVL Q2 2021 was aan te vragen door alle bedrijven in Nederland, met een verwacht omzetverlies van minimaal 30 procent in de periode 1 april 2021 tot en met 30 juni 2021. Het minimumbedrag aan vaste lasten van een bedrijf was 1 500 euro per kwartaal, waardoor meer kleinere bedrijven toegang kregen tot de TVL. Ondernemers konden een subsidie krijgen van maximaal 550 duizend euro voor mkb-bedrijven, en 1,2 miljoen euro voor niet-mkb bedrijven voor een deel van hun vaste lasten. De regeling gold voor vrijwel alle SBI-codes. Het subsidiepercentage was verhoogd naar 100 procent. Er gold ook een opslag voor land- en tuinbouwbedrijven (21 procent).

Op peildatum 31 augustus 2021 waren er bijna 48.000 bedrijven waaraan een TVL-Q2 2021 is toegekend door RVO. Bij deze regeling maken bedrijven in de horeca relatief gezien het meest gebruik ervan, net als bij alle voorgangers van de vaste lasten regelingen. Ondanks dat meer kleinere bedrijven makkelijker toegang konden krijgen, is dit tot nu toe niet terug te zien in de toekenningspercentages vergeleken met de eerdere regelingen.

Toegekende TVL-Q2 2021 aan bedrijven (in %)

Toegekende TVL-Q2 2021 aan bedrijven (in %)
Totaal1 werkzaam persoon2-9 werkzame personen10-49 werkzame personen50-249 werkzame personen250+ personen
Totaal2,41,36,581,90,6
Horeca22,510,829,848,812,2
Vervoer9,89,811,350,7
Bron: CBS, 9e rapportage monitoring steunmaatregelen (13 oktober 2021) Brontabel als csv (206 bytes)

Uitstel belastingen

Een steunmaatregel was ook dat ondernemers uitstel kunnen aanvragen voor het betalen van hun belastingen. Deze regeling liep tot en met 30 september 2021. Het uitstel kon voor bijna alle soorten belastingen verleend worden. Het uitstel gold voor drie maanden en kon onder voorwaarden worden verlengd. Uitstel werd verleend voor de op moment van verzoek openstaande schuld. Voor vijf soorten belastingen geldt dat bij een uitstelaanvraag voor één belasting, het uitstel voor alle vijf werd verleend. Dit geldt voor inkomstenbelasting, de Zorgverzekeringswet, vennootschapsbelasting, loonheffingen en omzetbelasting (btw). Alleen deze vijf belastingen zijn in deze monitoring opgenomen.

Op de peildatum 3 september 2021 heeft veertien procent van alle bedrijven in Nederland een toegekend uitstel van betaling van deze vijf belastingen gekregen. Hiervan heeft inmiddels zo’n 25 procent de openstaande schuld betaald. Op de peildatum staat nog bij zo’n tien procent van alle bedrijven in Nederland een belastingschuld open. Ook hier gaat het om relatief veel horecaondernemingen. Van alle horecabedrijven heeft 27 procent een openstaand uitstel van belastingbetaling. Daarnaast springt het vervoer eruit met achttien procent.

Vooral de wat grotere bedrijven maken gebruik van deze regeling. Zo’n vier op de tien bedrijven met meer dan negen werknemers heeft belastinguitstel gekregen. Een deel van belastingschuld is al betaald, want op de peildatum van 3 september 2021 heeft nog zo’n één op de vier bedrijven met meer dan negen werknemers een openstaande belastingschuld. Kleinere bedrijven benutten deze regeling relatief minder. De eenmansbedrijven maken er relatief het minst gebruik van. Een reden is dat in bepaalde gevallen zzp’ers geen loonheffing en/of omzetbelasting hoeven te betalen. Zij komen dan niet in aanmerking voor deze regeling. Overigens is van de bedrijven die gebruik maken van het belastinguitstel iets meer dan de helft een bedrijf met 1 werkzame persoon.

Bedrijven met openstaand uitstel van belastingbetaling, per sector en grootteklasse (in %)

Bedrijven met openstaand uitstel van belastingbetaling, per sector en grootteklasse (in %)
Totaal1 werkzaam persoon2-9 werkzame personen10-49 werkzame personen50-249 werkzame personen250+ werkzame personen
Totaal10,8915,228,522,718,2
Horeca26,616,329,565,36172,7
Vervoer18,217,91628,425,228,1
Bron: CBS, 9e rapportage monitoring steunmaatregelen (13 oktober 2021) Brontabel als csv (230 bytes)

Noodmaatregel overbrugging voor behoud werkgelegenheid (NOW)

NOW 1

Door het coronavirus kregen werkgevers al snel in maart 2020 te maken met omzetverlies. Als dat verlies minimaal twintig procent was in een aaneengesloten periode van drie maanden, dan kon de werkgever aanspraak maken op de eerste tijdelijke NOW-regeling. Deze regeling voorziet in een vergoeding van de loonkosten. Werkgevers konden de NOW 1 tot 6 juni 2020 aanvragen.

Er zijn bijna 140.000 bedrijven die gebruik hebben gemaakt van de NOW 1. Dat is zo’n 6,5 procent van alle bedrijven in Nederland. Vooral bedrijven met 10 tot 50 werkzame personen benutten deze regeling. Kijken we naar sectoren, dan heeft de horeca hier verreweg het meest gebruik van gemaakt. In deze sector maakte 34 procent van de horecabedrijven gebruik van de NOW 1. Van de horecabedrijven met 10 of meer werknemers maakten vrijwel alle bedrijven hiervan gebruik.

Aantal bedrijven met NOW 1 naar bedrijfstak en grootteklasse (in %)

Aantal bedrijven met NOW 1 naar bedrijfstak en grootteklasse (in %)
Totaal1 werkzaam persoon2-9 werkzame personen10-49 werkzame personen50-249 werkzame personen250+ werkzame personen
Totaal6,40,922,147,341,128,7
Horeca33,95,750,196,292,7100
Bron: CBS, 7e rapportage monitoring steunmaatregelen (9 april 2021) Brontabel als csv (194 bytes)

NOW 2

NOW 2 is de opvolger van NOW 1. Werkgevers konden deze NOW 2 aanvragen als ze in de periode juni tot en met 1 oktober 2020 wederom een omzetverlies van minimaal 20 procent verwachtten. Voor een vergoeding van de loonkosten waren er enkele gewijzigde voorwaarden ten opzichte van NOW 1.

Er zijn ongeveer 64.000 bedrijven die gebruik maakten van de NOW 2. Dat is zo’n drie procent van alle bedrijven in Nederland. Vooral bedrijven met 10 tot 50 werkzame personen benutten de NOW 2, zoals ook al het geval was bij de NOW 1. Bekijken we het per sector, dan maakt de horeca hier verreweg het meest gebruik van, net als bij de NOW 1. Ruim zestien procent van de horecabedrijven maakte gebruik van de NOW 2.

Aantal bedrijven met NOW 2: totaal en horeca (in %)

Aantal bedrijven met NOW 2: totaal en horeca (in %)
Totaal1 werkzaam persoon2-9 werkzame personen10-49 werkzame personen50-249 werkzame personen250+ werkzame personen
Totaal2,90,49,125,722,715
Horeca16,42,722,654,269,590,9
Bron: CBS, 7e rapportage monitoring steunmaatregelen (9 april 2021) Brontabel als csv (192 bytes)

NOW 3.1

De NOW 3.1 regeling is de loonkostenregeling in de derde aanvraagperiode. Deze regeling is de opvolger van NOW 2 en gold voor werkgevers die in de periode tot 1 januari 2021 wederom een omzetverlies van minimaal 20 procent verwachtten. De regeling voor een vergoeding van de loonkosten kende enkele gewijzigde voorwaarden ten opzichte van NOW 1 en NOW 2. De tegemoetkoming was weer voor een periode van drie maanden in plaats van vier maanden en gaat van maximaal 90% naar maximaal 80% van de loonkosten.

Er zijn bijna 79.000 bedrijven die gebruik maakten van de NOW 3.1. Dat is zo’n vier procent van alle bedrijven in Nederland. Vooral bedrijven met 10 tot 50 werkzame personen benutten deze regeling, net als bij de voorgangers van deze loonkostenregeling. Bekijken we het per sector, dan maakt de horeca ook hier verreweg het meest gebruik van. Van alle horecabedrijven nam 27 procent deel aan de NOW 3.1, waarvan alle horecagelegenheden met meer dan 250 werkzame personen.

Aantal bedrijven met NOW 3.1: totaal en horeca (in %)

Aantal bedrijven met NOW 3.1: totaal en horeca (in %)
Totaal1 werkzaam persoon2-9 werkzame personen10-49 werkzame personen50-249 werkzame personen250+ werkzame personen
Totaal3,60,512,527,420,713,7
Horeca27,24,33889,985,4100
Bron: CBS, 9e rapportage monitoring steunmaatregelen (13 oktober 2021) Brontabel als csv (193 bytes)

NOW 3.2

De vierde aanvraagperiode voor deze loonkostenregeling (i.c. NOW 3.2) gold voor werkgevers die in de periode 1 januari tot 1 april 2021 wederom een omzetverlies van minimaal 20 procent verwachten. De tegemoetkoming was voor een periode van drie maanden en bedraagt maximaal 85% van de loonkosten.

Op peildatum 31 augustus 2021 hadden bijna 76.000 bedrijven gebruik gemaakt van deze regeling. Dat is 3,5 procent van alle bedrijven in Nederland en vergelijkbaar met het gebruik van NOW 3.1. Het verdere beeld bij NOW 3.2 gebruikers komt dan ook sterk overeen met de voorgaande regeling. Het zijn weer vooral bedrijven met 10 tot 50 werkzame personen die relatief veel aan de NOW 3.2 hebben deelgenomen. Ook per sector is het wederom de horeca die hier verreweg het meest gebruik maakt van deze regeling: één op de vier horecabedrijven, waarvan negen op de tien horecagelegenheden met meer dan 250 werkzame personen.

Aantal bedrijven met NOW 3.2: totaal en horeca (in %)

Aantal bedrijven met NOW 3.2: totaal en horeca (in %)
Totaal1 werkzaam persoon2-9 werkzame personen10-49 werkzame personen50-249 werkzame personen250+ werkzame personen
Totaal3,50,511,827,220,114
Horeca25,33,734,887,584,190,9
Bron: CBS, 9e rapportage monitoring steunmaatregelen (13 oktober 2021) Brontabel als csv (194 bytes)

NOW 3.3

De vijfde aanvraagperiode NOW kon aangevraagd worden tot en met 30 juni 2021. De tegemoetkoming gold voor werkgevers die in de periode van drie aaneengesloten maanden (april, mei en juni 2021) een omzetverlies van minimaal 20 procent verwachten. Indien ook tegemoetkoming is ontvangen in de vierde aanvraagperiode, dan moet de drie maanden van de vijfde periode aansluiten op drie maanden van de vierde aanvraagperiode waarvoor het omzetverlies is berekend. De tegemoetkoming is maximaal 85 procent van de loonkosten.

Op peildatum 31 augustus 2021 hadden net iets meer dan 42.000 bedrijven een toekenning van deze regeling. Dat is twee procent van alle bedrijven in Nederland. Van de afgesloten steunmaatregelen voor loonkosten is dit tot dusver het laagste percentage gebruikers. Ook bij deze regeling zijn het wel de horecabedrijven die er het meest gebruik van maken.

Aantal bedrijven met NOW 3.3: totaal en horeca (in %)

Aantal bedrijven met NOW 3.3: totaal en horeca (in %)
Totaal1 werkzaam persoon2-9 werkzame personen10-49 werkzame personen50-249 werkzame personen250+ werkzame personen
Totaal20,36,418,514,29,4
Horeca19,52,825,873,173,290,9
Bron: CBS, 9e rapportage monitoring steunmaatregelen (13 oktober 2021) Brontabel als csv (192 bytes)

NOW 4.0

De zesde aanvraagperiode NOW kon aangevraagd worden tot en met 30 september 2021. De NOW-4 regeling gold voor werkgevers die in de periode van drie aaneengesloten maanden (juli, augustus, september) een omzetverlies van minimaal 20 procent verwachtten. Indien ook tegemoetkoming is ontvangen in de vijfde aanvraagperiode, dan moet de drie van maanden van de zesde periode aansluiten op drie maanden van de vijfde aanvraagperiode waarvoor het omzetverlies is berekend. De NOW-4 regeling komt sterk overeen met haar voorganger NOW-3.2 en NOW-3.3. Maar kent een aantal aanpassingen. Zo is een begrenzing van 80 procent ingevoerd op het omzetverliespercentage in de NOW-4. Dit betekent dat bij de berekening van de hoogte van de subsidie gerekend wordt met een percentage van maximaal 80 procent omzetverlies, ook als de werkgever meer omzetverlies heeft.

Aangezien 31 augustus 2021 de peildatum voor deze monitoring betreft, konden nog niet alle aanvragen worden meegenomen. Op dat moment waren er bijna 13.000 bedrijven met een NOW 4. Bij de voorgangers van de NOW 4 kwam het beeld naar voren dat het vooral bedrijven met 10 tot 50 werkzame personen waren die relatief veel gebruik maakten van deze steunmaatregel. Dat is nu veel minder prominent.

Aantal bedrijven met NOW 4.0: totaal en horeca (in %)

Aantal bedrijven met NOW 4.0: totaal en horeca (in %)
Totaal1 werkzaam persoon2-9 werkzame personen10-49 werkzame personen50-249 werkzame personen250+ werkzame personen
Totaal0,60,11,84,94,23
Horeca4,40,85,715,624,445,5
Bron: CBS, 9e rapportage monitoring steunmaatregelen (13 oktober 2021) Brontabel als csv (188 bytes)

Leningen

Kleine en middelgrote bedrijven, startende bedrijven (startups) en jonge, zich verder ontwikkelende bedrijven (scale-ups) kunnen vanwege corona extra krediet krijgen of onder andere voorwaarden geld lenen. Hierdoor kunnen deze (innovatieve) bedrijven hun liquiditeitspositie verbeteren, die door de coronaperikelen onder druk staat. Voor deze monitor zijn gegevens beschikbaar over Qredits en de Corona Overbruggingslening (COL).

Qredits

Qredits is een stichting zonder winstoogmerk met steun van banken en EZK. De stichting helpt startende en bestaande ondernemers. Daarbij gaat het vooral om ondernemers die via andere kanalen geen krediet krijgen. Qredits kan deze ondernemers voorzien van leningen tot € 250.000 en advies. Op peildatum 31 augustus 2021 was aan zo’n 42 procent van de bedrijven met Qredits-krediet uitstel van aflossing verleend vanwege de coronacrisis. De meeste bedrijven met een Qredits-lening zijn actief in de handel. Relatief veel bedrijven in de horeca (58 procent) en overige dienstverlening (57 procent) hebben uitstel van aflossing gekregen. Bijna 70 procent van de bedrijven met uitstel van aflossing is een eenmansbedrijf. 

COL

De COL is een overbruggingskrediet voor bedrijven die groeien, zoals startups, scale-ups en (innovatieve) mkb-bedrijven. De Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM's) voeren deze regeling uit. Uitgaande van de stand op 31 augustus 2021 is aan 970 bedrijven een COL verleend. Het betreft hier een specifieke doelgroep. Vooral bedrijven actief in de informatie en communicatie, en in de specialistische zakelijke dienstverlening maken gebruik van deze regeling.

Garantieregelingen: BMKB-C, KKC, GO-C en BL-C

Sinds de coronacrisis in maart 2020 uitbrak, helpen banken in Nederland ondernemers om hen financieel meer lucht te geven. Onder andere door ondernemingen te voorzien in hun behoefte aan liquiditeit. De Corona Monitor van de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) geeft inzicht in hoe banken in die behoefte voorzien. Banken maken hiervoor onder meer gebruik van verschillende garantieregelingen zoals BMKB-C, GO-C, KKC en BL-C. Klik hier om de Corona Monitor van de NVB te bekijken.

Op 31 augustus 2021 beschikten we over de volgende aantallen gebruikers: BMKB-C (3980 bedrijven), KKC (1880), GO-C (70) en BL-C (210). Deze aantallen liggen lager dan de NVB rapporteert in hun monitor. Dat komt onder andere doordat:

  • Op peildatum 31 augustus 2021 waren nog niet alle gegevens over een verlening bij RVO aangeleverd.
  • Het CBS kan niet alle juridische eenheden koppelen.

Vooral de horecabedrijven (36 procent) en bedrijven actief in de handel (24 procent) maken gebruik van de BMKB-C. Het zijn met name kleine, wat oudere bedrijven, die deze regeling aanwenden. Ongeveer de helft van de mkb-bedrijven met een BMKB-C lening heeft twee tot negen werknemers in dienst en zo’n 70 procent is al langer dan zeven jaar actief. 

Aantallen BMKB-C verdeeld naar sectoren

Aantallen BMKB-C verdeeld naar sectoren
SectorenAantal
Handel960
Horeca1420
Overig1600
Bron: CBS, 9e rapportage monitoring steunmaatregelen (13 oktober 2021) Brontabel als csv (55 bytes)
Aantallen BMKB-C verdeeld naar grootteklasse
GrootteklasseAantal
1 werkzaam persoon465
2-9 werkzame personen1925
10-49 werkzame personen1385
50-249 werkzame personen200
250+ wp10
Bron: CBS, 9e rapportage monitoring steunmaatregelen (13 oktober 2021) Brontabel als csv (146 bytes)
Aantallen BMKB-C verdeeld naar bedrijfsleeftijd op 1 april 2020
Aantallen BMKB-C verdeeld naar bedrijfsleeftijd op 1 april 2020aantal
Jong (0 tot 3 jaar)460
Midden (3 tot 7 jaar)765
Oud (7 jaar en ouder)2755
Bron: CBS, 9e rapportage monitoring steunmaatregelen (13 oktober 2021) Brontabel als csv (152 bytes)

TOZO

Veel zelfstandige ondernemers zien hun inkomsten fors teruglopen door de coronacrisis. De tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo), die uitgevoerd wordt door gemeenten, voorziet daarom zelfstandigen in een aanvullende uitkering voor levensonderhoud en een lening voor bedrijfskapitaal om liquiditeitsproblemen op te vangen. De Tozo kent sinds de start inmiddels vijf regelingen. De laatste, Tozo 5, is aan te vragen vanaf 1 juli 2021 tot en met 30 september 2021.

De actualiteit van de cijfers over deze regeling voor zelfstandigen loopt wat achter. Op dit moment beschikken we over de definitieve gegevens van Tozo 1 en Tozo 2. Het gaat dan om de periode maart 2020 tot en met september 2020. Voor Tozo 3 betreft het nader voorlopige (nog niet volledige) cijfers over oktober t/m maart 2021. Zo’n 17 procent van alle zelfstandige ondernemers, waaronder zzp’ers, deden een beroep op de Tozo 1 en 2. Vooral zelfstandige ondernemers actief in de overige dienstverlening waaronder kappers en reparatie van consumentenartikelen, en in de horeca maakten er het meest gebruik van. De eerste voorlopige cijfers van de Tozo 3 duiden er op dat naast de zzp-ers in genoemde sectoren ook die in het vervoer (o.a. taxibedrijven) deze keer vaker een beroep doen op deze regeling.

Bedrijven met een Tozo-regeling (aandeel in %)

Bedrijven met een Tozo-regeling (aandeel in %)
Percentage bedrijven met TOZO 1 en of 2Percentage bedrijven met TOZO 3
Totaal17,36,6
Horeca40,222,3
Overige dienstverlening40,915,8
Cultuur sport en recreatie30,213,5
Vervoer en opslag27,117
Onderwijs26,69,3
Bron: CBS, 9e rapportage monitoring steunmaatregelen (13 oktober 2021) Brontabel als csv (229 bytes)

TRSEC

De Tijdelijke Regeling Subsidie Evenementen Covid-19 (TRSEC) is een subsidieregeling die de gemaakte kosten vergoedt voor evenementen die door coronamaatregelen door de Rijksoverheid verboden zijn. De subsidieregeling is gericht op evenementen die gepland staan tussen 1 juli en 31 december 2021. Vanaf 18 juni 2021 is het mogelijk om een aanvraag te doen.

Op 31 augustus 2021 waren er 105 bedrijven met een toegekende TRSEC. Het betreft hier met name bedrijven die actief zijn in cultuur, sport en recreatie en dan specifiek vooral in de zogenaamde dienstverlening voor uitvoerende kunsten. En dan hebben we het over decorontwerpers, -bouwers en grimeurs voor het theaterwezen. Maar ook om verhuur van geluids- en lichtapparaten voor het theaterwezen. Dit zijn in belangrijke mate eenpitters en kleine bedrijven.

Bedrijven met een TRSEC naar grootteklasse

Bedrijven met een TRSEC naar grootteklasse
Aantal bedrijven met toegekende TRSEC
1 wp45
2-9 wp30
10-49 wp25
50-249 wp5
250+ wp0
Bron: CBS, 9e rapportage monitoring steunmaatregelen (13 oktober 2021) Brontabel als csv (97 bytes)