Publiek-privaat onderzoek: wat is het beleid?

Samen met het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) coördineert en borgt EZK de publieke kennisinfrastructuur voor toegepast en fundamenteel onderzoek. Gezamenlijk wordt gestreefd naar hoogwaardig (internationaal) publiek gefinancierd onderzoek en technologie die bedrijven en kennisinstellingen kunnen benutten bij hun innovatie-activiteiten. 

Publiek-private samenwerking stimuleren

Om samenwerking tussen bedrijven, kennisinstellingen en overheid binnen de Topsectoren te bevorderen, zijn in 2012 en 2013 Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI’s) opgericht. In deze TKI’s programmeren, organiseren en financieren bedrijven, kennisinstellingen en overheden gezamenlijk onderzoek en innovatie. Deze publiek-private samenwerking (pps) gebeurt met behulp van thematische “roadmaps” die onder meer ingegeven worden door maatschappelijke uitdagingen. Hierbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij thema’s in Europese programma’s. Als gevolg van de invoering van het missiegedreven innovatiebeleid zullen de TKI’s zich meer gaan richten op in missies vervatte maatschappelijke thema’s en sleuteltechnologieën.

Om bedrijven te prikkelen om via private investeringen in pps-projecten deel te nemen aan de Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI’s), heeft de overheid in 2013 een pps-toeslag ingevoerd. Over dit instrument is in 2016 een tussenevaluatie uitgevoerd, waaruit onder meer blijkt dat de toeslag inderdaad private inleg stimuleert. De pps-toeslag is in 2018 verhoogd van 25% naar 30% toeslag op elke privaat ingelegde euro.

Internationaal samenwerken in R&D via Horizon2020

Nederland is als relatief kleine, maar zeer open, kenniseconomie gebaat bij internationale R&D-samenwerking. De overheid bevordert dit onder meer met contributies (cofinanciering) aan (veelal) Europese programma’s voor onderzoek en innovatie. Essentieel is daarbij de verbinding tussen de topsectoren en de EU-programma’s op het terrein van kennis en innovatie. Het bekendste en (budgettair) omvangrijkste EU-programma voor onderzoek en innovatie is Horizon2020. Dit programma ging in 2014 van start.

Vraaggestuurd wetenschappelijk onderzoek

Binnen de topsectorenaanpak werken de Topsectoren in TKI-verband nauw samen met NWO en de TO2-instellingen. NWO en TO2 dragen ook financieel bij aan de programma’s die de TKI’s uitvoeren. Die programma’s komen voort uit een Kennis en Innovatiecontract dat elke twee jaar wordt opgesteld. Het domein Toegepaste en Technische Wetenschap (TTW) is binnen NWO verantwoordelijk voor de financiering van technisch wetenschappelijk onderzoek: een wetenschapsdomein dat zeer relevant is voor de innovatiekracht van het Nederlandse bedrijfsleven. TTW speelt dan ook een belangrijke rol bij de samenwerking met de topsectoren in de vorm van publiek-private samenwerking. Ook de bijdrage van EZ (€ 24 miljoen in 2018) aan TTW wordt hier op ingezet. Naast de subsidie van NWO en EZ haalt TTW ook inkomsten binnen uit onder meer de pps-toeslag, private cashbijdragen en royalties. De voorganger van TTW (STW) is in 2016 positief geëvalueerd

€ 4,6 miljard beschikbaar voor fundamenteel en toegepast onderzoek

Het kabinet heeft maatregelen genomen om Rijksbrede middelen voor onderzoeks en innovatie vanaf 2018 te intensiveren. Daarbij is erop ingezet om ook de private uitgaven aan onderzoek en innovatie extra te stimuleren. In de tabel is de ontwikkeling van de publieke uitgaven aan onderzoek en innovatie (inclusief belastingprikkels aan bedrijven) weergegeven voor de periode 2016-2022. De huidige meerjarenramingen laten een lichte stijging van de publieke middelen voor onderzoek en innovatie zien. Naar verwachting groeit de economie harder dan de middelen stijgen, zodat de totale publieke middelen voor onderzoek en innovatie in verhouding tot het bbp van 0,91 procent in 2016 afnemen naar 0,79 procent in 2022 (Rathenau Instituut (2018), TWIN 2016-2022) . Hierbij zij aangetekend dat de inzet van middelen voor (missiegedreven) onderzoek en innovatie na 2019 nog niet van alle ministeries bekend is. 

Voor fundamenteel onderzoek is in 2018 € 3,96 miljard beschikbaar aan Rijksmiddelen, voor toegepast onderzoek € 657 miljoen. De overige uitgaven van de departementen (€ 0,985 miljard) kunnen ook deels voor fundamenteel of toegepast onderzoek benut worden.

Meerjarenoverzicht overheidsmiddelen voor onderzoek en innovatie (€ mln)
2016201720182019202020212022
Fundamenteel onderzoek3705,83802,93959,54025,93980,54026,34037,3
Toegepast onderzoek628,5611,2657,6674,0702,0704,8704,7
Uitgaven departementen845,71018,6985,11008,61033,4985,0948,9
Fiscale innovatiestimulering (WBSO, Innovatiebox, MIA, VAMIL)2924,82901,42851,42893,42893,42893,42893,4
wv. Innovatiebox1708,01687,01919,02039,02079,02079,02079,0
Totaal8104,88334,08453,58601,88609,28609,48584,3
Bron: Basispad Rathenau TWIN 2016-2022; Voorjaarsnota 2018 (intensiveringen OCW, EZK); Kamerstuk 33009 nr. 49 en nr. 63; Innovatieboxraming Miljoenennota internetbijlage 6 Brontabel als csv (481 bytes)