Innovatie: wat is het beleid?

Om innovatie-activiteiten van bedrijven te bevorderen, kent het bedrijvenbeleid een mix van financiële innovatie-instrumenten. Het grootste deel daarvan bestaat uit generieke belastingprikkels die alle bedrijven stimuleren om (technologische) R&D te verrichten, zoals de WBSO. Het innovatiebeleid kent ook specifieke instrumenten, die bedrijven aanzetten om deel te nemen aan publiek-private samenwerking (zoals de PPS-toeslag) en aan diverse Europese onderzoek- en -innovatieprogramma's (zoals Horizon2020, het Europees ruimtevaartprogramma en het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling). Hiervoor geldt dat het missiegedreven innovatiebeleid zich zal richten op maatschappelijke uitdagingen en sleuteltechnologieën.

Generieke versus specifieke innovatie-instrumenten

Voor generieke instrumenten bedoeld voor innovatieve bedrijven (WBSO, Eurostars, IPC, Innovatiekrediet, Seed Capital en Vroege-fase-financiering) is in 2019 € 1,33 miljard beschikbaar (de Innovatiebox van het Ministerie van Financiën is niet meegeteld). Voor specifieke instrumenten (PPS-toeslag, MIT, JTI’s, Eurekaclusters, SBIR) is voor 2019 € 0,22 miljard begroot (waarvan de PPS-toeslag niet direct bij bedrijven terecht komt, maar via Topconsortia Kennis en Innovatie voor onderzoek wordt ingezet). Uitgedrukt in percentages is 14% van de middelen in 2019 voor het innovatie-instrumentarium specifiek. Kijkend naar de mate waarin innovatie-instrumenten voor bedrijven benut worden door het mkb, dan wel grootbedrijf, gaat twee-derde naar het mkb (66%). Het mkb verricht 41% van alle private R&D in Nederland.

Sinds de invoering van de Topsectorenaanpak bundelen departementen hun inzet van middelen op kennis- en innovatieagenda’s, die elke twee jaar samen met bedrijven en wetenschappers worden opgesteld. Om een indruk te krijgen van de hoogte van de inzet voor specifiek beleid zijn alle middelen die betrekking hebben op de topsectoren opgeteld, zowel van EZK als andere ministeries. De figuur laat de uitkomsten voor 2012 en 2018 zien in vergelijking met het generieke deel van het innovatie-instrumentarium. De Rijksbrede specifieke inzet in de periode 2012-2018 is beduidend sterker toegenomen (37%) dan de generieke inzet (4%), maar ligt daar nog wel onder: € 1,0 mld. specifiek tegen € 1,3 mld. generiek.

Budget innovatie-instrumenten, 2012-2018: generiek en specifiek Uitgaven aan generiek en specifiek innovatiebeleid in € mln
20122018
Generiek12691368
Specifiek EZK490766
Specifiek Rijksbreed (incl. EZK)7481021
Bron: Ministerie van Economische Zaken Brontabel als csv (98 bytes)