Op deze website vindt u de complete cijfermatige onderbouwing van het bedrijvenbeleid. Op deze pagina zetten we voor u kort de belangrijkste feiten en cijfers op een rij.

Algemeen: de economie

  • Volgens de Macro Economische Verkenning 2019 van het CPB staat de Nederlandse economie nog steeds in bloei met groeicijfers van 2,8% dit jaar en 2,6% in 2019.
  • De Nederlandse economie doet het bovendien bovengemiddeld in Europees perspectief. Zowel in 2018 als in 2019 overtreft de groei in Nederland die van het eurogebied met 0,7%-punt.
  • De overheidsfinanciën zijn gezond. Voor beide jaren kent de begroting een overschot, neemt de overheidsschuld verder af en ligt deze ruim onder het Brusselse plafond.
  • De werkgelegenheid groeit in 2018 en 2019 gestaag door en de werkloosheid daalt. De spanning op de arbeidsmarkt neemt verder toe, wat goed zichtbaar is in de naar recordhoogte gestegen aantal openstaande vacatures.
  • Toenemende onzekerheden kunnen de economie negatief beïnvloeden. Dit geldt voor handelsconflicten die kunnen ontstaan, het onzekere Italiaanse begrotingsbeleid en de mogelijke cliff-edge Brexit.
  • Het bewegende economische speelveld onderstreept de noodzaak om met het vernieuwde bedrijvenbeleid van EZK te blijven werken aan het versterken van de concurrentiekracht en het innovatief vermogen van het Nederlands bedrijfsleven.

Nederland op veel ranglijsten in de top

Nederland behoort tot de mondiale top van de meest dynamische en concurrerende kenniseconomieën in de wereld:

  • Nederland is één van de landen met de hoogste arbeidsproductiviteit ter wereld. Nederland staat al enige jaren op de zesde plaats wereldwijd. De groei van de arbeidsproductiviteit loopt de laatste jaren in de pas met die in de Verenigde Staten. De groei is echter nog niet terug op het groeitempo van de laatste decennia uit de vorige eeuw, maar dat is een mondiaal verschijnsel en een raadsel.
  • Nederland staat in 2018 op de zesde plaats in de mondiale concurrentie-index van het World Economic Forum (WEF). In de editie van 2018 heeft een wijziging in de methodologie plaatsgevonden. Op basis van de nieuwe methodologie zou Nederland vorig jaar op de vijfde plaats staan. Nederland zakt in 2018 één plaats omdat we voorbij worden gestreefd door Duitsland.
  • De Europese Commissie publiceert jaarlijks een ranglijst voor de innovatiekracht van de 28 EU-landen (de European Innovation Scoreboard). Nederland staat in 2018, net als voorgaand jaar op de vierde plek. Nederland behoort tot de kopgroep  van zogenaamde innovatieleiders in Europa: landen die meer dan 20 procent hoger scoren dan het Europees gemiddelde. Daarnaast noteert Nederland van de kopgroep als enige een substantieel verbeterde score (+4%) ten opzichte van een jaar eerder.

Het vernieuwde bedrijvenbeleid

Het kabinet zet er met het vernieuwde bedrijvenbeleid op in mondiale top te blijven in een wereld waarin digitalisering, verduurzaming en internationalisering het economisch speelveld in een rap tempo verandert. Met het aantreden van het kabinet Rutte III is in het bedrijvenbeleid een zestal belangrijke koerswijzingen doorgevoerd: 1) missiegedreven innovatiebeleid en vernieuwde topsectorenaanpak; 2) verduurzaming industrie, 3) mkb-actieplan, 4) Nederlandse digitaliseringstrategie, 5) oprichting Invest NL en 6) merkbare en betere regelgeving en dienstverlening.

R&D-inspanningen nemen licht toe

Het kabinet houdt vast aan de in Europees verband vastgelegde Nederlandse ambitie om een R&D-intensiteit van 2,5% van het BBP te realiseren. Investeren in R&D is echter geen doel in zichzelf, maar vormt één van de fundamenten voor het innovatief vermogen van een land. De totale R&D-intensiteit ligt in 2016 (meest recente cijfer) met 2,00% van het bbp net iets hoger dan het gemiddelde van de EU (i.c. 1,93%). De relatieve omvang van de R&D-investeringen in Nederland is de afgelopen jaren structureel toegenomen door de stijging van de private R&D-uitgaven. De private R&D-uitgaven blijven als percentage van het bbp nog wel achter bij EU-gemiddelde.

Missiegedreven innovatiebeleid: waar staan we nu?

De economische kansen van maatschappelijke uitdagingen en sleuteltechnologieën staan centraal in de vernieuwde topsectorenaanpak. De komende tijd wordt ingezet op een uitgebreidere monitoring van zowel de maatschappelijk uitdagingen als de sleuteltechnologieën. Een eerste beeld. Het bedrijvenbeleid levert een belangrijke bijdrage aan maatschappelijke uitdagingen en verduurzaming van de economie. Zo’n € 1,1 miljard van het financiële innovatie-instrumentarium, oftewel 70 procent van het budget, heeft betrekking op duurzame initiatieven. Daarnaast betreft bijna 1 op de 2 inzetprojecten in de TKI een sleuteltechnologie. De topsector HTSM is in absolute zin het meest betrokken bij de sleuteltechnologieën. Vanuit de kennisinstellingen zijn dat vooral de Nederlandse universiteiten. Tot slot is iets meer dan 60 procent van het TKI-onderzoek te omschrijven als sectoroverschrijdend en betreffen dit relatief meer jonge dan oudere bedrijven.

Verduurzaming industrie

In 2050 willen we een duurzame industrie hebben: een industrie die concurrerend én klimaatneutraal is. Uitgaande van de nationale doelstelling van 49% CO2-emissiereductie in 2030, is de opgave voor de industrie inclusief de afvalverwerkende industrie 19,4 Mton en mag de industrie in 2030 nog maar 35,7 Mton uitstoten.  De Nederlandse industrie stoot nu ca 35% minder broeikasgas uit dan in 1990. De uitstoot van de Nederlandse industrie neemt sinds 2014 weer licht toe, wat ook samenhangt met de sterk aantrekkende productie van de industrie. De efficiëntiewinst in het reduceren van de uitstoot is op dit moment onvoldoende om de toename van de uitstoot vanwege meer productie te compenseren.

Het Nederlandse mkb is bovengemiddeld productief, maar heel divers

Het Nederlandse mkb is internationaal vergeleken hoog productief. De Nederlandse mkb-bedrijven zijn overigens zeer divers met sterke verschillen in productiviteit. Binnen het Nederlandse mkb blijven vooral de zzp-ers achter bij het gemiddelde. Het mkb speelt een grote rol in het bedrijvenbeleid, veel van de financiële middelen gaan naar het mkb.

Overige opvallende resultaten:

  • De omvang van de publieke en private investeringen in pps-verband heeft zich de afgelopen jaren voortvarend ontwikkeld, waardoor de omvang van de middelen voor PPS-projecten in 2017 naar schatting € 1250 miljoen (voorlopig cijfer) bedroeg. Bedrijven investeerden in 2017 ongeveer € 577 miljoen in de publieke kennisinfrastructuur.
  • In 2017 daalde het aantal bedrijven dat gebruik maakt van de WBSO ten opzichte van 2016. Vooral bedrijven met weinig omvangrijke R&D-projecten vroegen in 2017 geen WBSO aan.
  • Nederland behoort tot de wereldtop van digitale economieën en profiteert op dit moment meer dan in andere landen van ICT en digitalisering.
  • De instroom van technisch opgeleiden is vorig jaar wederom toegenomen. Sinds 2011 stijgt het aantal inschrijvingen, ook als percentage van het totaal aantal studenten.
Kerntabel Bedrijvenbeleid 2010-2018
20102012201320142015201620172018
Arbeidsproductiviteitsniveau (internationale positie)56666666
GCI (internationale positie)8588544
RenD-intensiteit (in % van bbp)*1,811,921,931,981,982nbnb
w.v. Private RenD-intensiteit*0,811,081,071,111,111,16nbnb
PPS-projecten (in mln €)6228149761.0261.250
w.v. private aandeel in PPS (in %)3544484946
Uitstoot broeikasgassen industrie (CO2 equivalenten)59,4nb5654,85555,756,8
Aantal wbso-bedrijven19.45022.22022.64022.97022.98022.33021.265
Instroom beta techniek84.08579.18080.33580.17582.76587.38290.599
Brontabel als csv (636 bytes)