Groeiverwachtingen economie

De coronacrisis raakt onze economie hard. Volgens de berekening van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is het bbp in 2020 met 3,7 procent gekrompen. Voor 2021 voorziet het CPB in het Centraal Economisch Plan (CEP) een stijging van ruim twee procent. De Europese Commissie (EC) en de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) komen voor Nederland met vergelijkbare prognose. In 2022 treedt verder herstel op en zal de Nederlandse economie met meer dan 3,5 procent groeien. 

Deze pagina is voor het laatst geactualiseerd op 9 juli 2021.

Economische impact coronavirus in 2020-2022

Het is lastig om te voorspellen welke impact het coronavirus heeft op de Nederlandse economie. Door het onzekere verloop van de pandemie moeten economische vooruitzichten steeds aangepast worden. Het CPB heeft vanaf de start van de coronacrisis meerdere ramingen gemaakt. De laatste met een scenario analyse dateert van 31 maart 2021.

Basisraming met een optimistisch en pessimistisch scenario

De onzekerheden blijven groot, daarom heeft het CPB naast de basisraming ook een pessimistisch en een optimistisch scenario in het CEP 2021 opgenomen. In de basisraming groeit de economie in 2021 naar verwachting met ruim twee procent en in 2022 met 3,5 procent. Het CPB gaat er dan vanuit dat in Nederland en andere Europese landen de vaccinatiegraad geleidelijk oploopt en beperkingen kunnen worden afgeschaald. In het pessimistische scenario veroorzaken nieuwe coronavarianten, waartegen de huidige vaccinaties onvoldoende blijken te werken, in het najaar opnieuw een corona-uitbraak. In dit scenario daalt het bbp met 0,8 procent in 2021 en is een nieuwe recessie het gevolg. In 2022 herstelt de economie mondjesmaat. De groei van het bbp blijft beperkt tot 0,8 procent. In het optimistische scenario zorgen positieve verwachtingen bij huishoudens en bedrijven voor een krachtiger herstel van de economie. De bbp-groei loopt in dit scenario op tot 2,6 procent in 2021 en net iets meer dan 5 procent in 2022.

BBP-groei in 2020 en 2021 (in %)

BBP-groei in 2020 en 2021 (in %)
202020212022
Basisraming-3,72,23,5
Optimistisch scenario-3,72,65,1
Pessimistisch scenario-3,7-0,80,8
Bron: CPB (maart 2021) Brontabel als csv (117 bytes)

Prestaties in 2020 en 2021

Wat geven de gerealiseerde Nederlandse prestaties in 2020 en 2021 voor een beeld? In het eerste kwartaal van 2020 kromp de Nederlandse economie met 1,5 procent. Het bbp daalde in het tweede kwartaal van 2020 zelfs met ruim acht procent ten opzichte van het eerste kwartaal. Om vervolgens met een groei van 7,8 procent in het derde kwartaal krachtig te herstellen. Zo’n sterke krimp en groei was niet eerder door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gemeten. Dat de economie in het derde kwartaal 2020 weer herstelde na de eerste coronagolf, hangt ook samen met dat in deze periode er ook minder beperkende maatregelen waren dan eerder in 2020. In het vierde kwartaal van 2020 is er met 0,1 procent weer sprake van een lichte krimp. Mede door de harde lockdown kochten consumenten minder. Ook in het eerste kwartaal van 2021 kromp de Nederlands economie iets doordat vooral de consumenten minder uitgaven. Deze keer was de daling van het bbp een half procent.

Vergelijken we deze ontwikkeling in Nederland met andere landen vanaf net voor de uitbraak van de coronapandemie? Dan kromp de Nederlandse economie in het eerste en tweede kwartaal van 2020 minder sterk dan gemiddeld in de eurozone. Ook presteerde de Nederlandse economie minder slecht dan buurlanden zoals Duitsland en België. Ondanks dat de economie weer opveerde in het derde kwartaal, blijft Nederland vanaf de tweede helft van 2020 internationaal wat achter in groei. Dit heeft voor een belangrijk deel te maken met het feit dat de Nederlandse economie in de eerste helft van 2020 minder sterk is teruggevallen. Want vanaf het vierde kwartaal 2019 gerekend, is het niveau van het bbp van Nederland in het eerste kwartaal van 2021 het minst gedaald van alle grote EU-landen. De verschillen tussen landen zijn groot. Er is niet één bepalende factor hiervoor aan te wijzen. Zo spelen verschillen in de omvang van de steunpakketten en verschillen in sectorstructuur mee. De Zuid-Europese landen zijn vermoedelijk vanwege hun grote toeristische sector zwaarder getroffen dan andere EU-landen.

BBP-groei op kwartaalbasis (2019 Q4 = 100)

BBP-groei op kwartaalbasis (2019 Q4 = 100) Procentuele verandering t.o.v. voorgaande kwartaal
EUBelgieDuitslandSpanjeFrankrijkItalieNederlandPortugalVerenigde Staten
2019Q4100100100100100100100100100
2020Q196,796,698,194,894,194,598,59698,7
2020Q28685,188,677,981,782,39082,689,8
2020Q396,195,196,391,296,895,496,993,796,5
2020Q495,59595,891,295,393,796,893,997,6
2021Q195,49694,190,795,293,896,390,899,2
Bron: Eurostat, European Economic Forecast, Spring, Mei 2021 Brontabel als csv (383 bytes)

Verwachtingen voor 2022-2025 geactualiseerd

Het CPB heeft met het verschijnen van het CEP 2021 ook een geactualiseerde verkenning gemaakt van de economische en budgettaire ontwikkeling in de periode 2022-2025. Hierin zijn de tweede coronagolf en de harde lockdown meegenomen. Volgens het CPB zal de economische groei gemiddeld twee procent per jaar zijn in de periode 2022-2025 bij ongewijzigd beleid. De onzekerheid over hoe de wereld en de Nederlandse economie zich gaat ontwikkelen op middellange termijn is echter groot. De verwachting is wel dat het arbeidsaanbod (aantal mensen dat zich aanbiedt op de arbeidsmarkt) en de investeringen op de langere termijn herstellen. Maar als de arbeidsproductiviteit niet of nauwelijks toeneemt, dan groeit het bbp minder dan eerder verwacht werd (toen de verwachtingen nog gebaseerd waren op trends van voor de crisis). De lage(re) groei van de arbeidsproductiviteit komt doordat bedrijven vanwege corona minder investeren in R&D. De vernieuwing van producten en productieprocessen neemt hierdoor af. Met als gevolg een lage groei van de arbeidsproductiviteit. Het CPB verwacht een structurele jaarlijkse toename van de arbeidsproductiviteit van een half procent.

Internationale groeiverwachtingen

Verwachtingen Europese Commissie en OESO 2020-2022

De EC heeft in de zogeheten zomerprognose van 2021 economische groeicijfers over de periode 2020-2022 gepubliceerd. De Nederlandse economie zal dit jaar volgens de EC met iets meer dan twee procent groeien. Dat is het laagste groeipercentage van alle negentien eurolanden. De Nederlandse economie kromp in 2020 echter met 3,7 procent terwijl de gehele Europese Unie (EU) vorig jaar met zes procent kromp. Het dal waaruit Nederland moet klimmen, is dus minder diep dan in veel andere landen. De verwachte economische groei in 2022 zal met ruim 3,5 procent verder herstellen, maar loopt iets achter op die van de rest van de EU. De OESO presenteerde in de ‘Economic Outlook' van mei 2021 ook vooruitzichten voor de periode 2020-2022 (zie gerelateerde grafiek). Hoewel iets positiever dan de EC is ook bij de OESO de groei dit jaar en in 2022 voor Nederland beperkt in internationaal perspectief. Maar gecumuleerd over de periode 2020-2022 is Nederland bij zowel de EC als de OESO één van de koplopers. En komt het bbp van Nederland weer ruim boven het niveau van 2019.

Economische groei, 2020-2022

Economische groei, 2020-2022
202020212022
EU-6,14,24,4
Belgie-6,34,53,7
Duitsland-4,93,44,1
Spanje-10,85,96,8
Frankrijk-8,15,74,2
Italie-8,94,24,4
Nederland-3,72,33,6
Portugal-7,63,95,1
Bron: Europese Commissie, spring forecast 2021 (mei 2021) Brontabel als csv (194 bytes)
Economische groei, 2020-2022
202020212022
Eurozone-6,74,34,4
OECD-4,85,33,8
Belgie-6,34,73,5
Duitsland-5,13,34,4
Spanje-10,85,96,3
Frankrijk-8,25,84
Italie-8,94,54,4
Nederland-3,72,73,7
Portugal-7,63,74,9
VK-9,87,25,5
VS-3,56,93,6
Bron: OESO, Economic Outlook (mei 2021) Brontabel als csv (250 bytes)

Onderstaande gegevens worden geactualiseerd in augustus/september 2021.

Gevolgen voor sectoren, regio’s en bedrijven

In juni 2020 had het CPB voorspellingen gedaan voor vier mogelijke scenario’s. Het onderzoeksbureau Panteia heeft deze scenario’s op verzoek van EZK verder uitgewerkt. Zo zijn de mogelijke gevolgen van de coronacrisis gespecificeerd naar sector, regio en bedrijfsgrootte (zie hieronder). De resultaten uit de juni-berekeningen van het CPB zijn hiervoor het uitgangspunt. Evenals de steunmaatregelen die medio juni beschikbaar waren. Volgens de laatste ramingen van het CPB zijn de bandbreedtes bij deze scenario’s nog altijd reëel en blijven de Panteia-ramingen aannemelijk.

Meerdere sectoren hard geraakt
De bedrijven in de ‘handel, vervoer en horeca’ en de ‘cultuur, recreatie en de overige diensten’ krimpen in 2020 zeer fors. Dat blijkt uit het Panteia-onderzoek, ongeacht het scenario dat gehanteerd wordt. Kijken we nog wat specifieker, dan worden cultuur, recreatie, horeca, reclamewezen en persoonlijke diensten (zoals sport, kappers) het hardst geraakt. In deze branches ligt de krimp in de basisraming tussen de 25 en 30 procent in 2020. Deze branches hebben het meest direct te maken gekregen met de gevolgen van de gezondheidscrisis. De cijfers van het CBS over het eerste en tweede kwartaal bevestigen dit beeld. Voor 2021 is het algemene beeld dat in de meeste sectoren een herstel plaatsvindt. Alleen in het scenario met een tweede golf, is dat niet het geval. De delfstoffenwinning noteert als enige sector nog wel negatieve groeicijfers, maar dat heeft te maken met het verder dichtdraaien van de gaskraan.

Ontwikkeling toegevoegde waarde per sector, 2020 en 2021, in % - Basisraming

Ontwikkeling toegevoegde waarde per sector, 2020 en 2021, in % - Basisraming
20202021
landbouw, bosbouw en visserij-104
delfstoffenwinning-13,75-12,75
industrie-8,251
nutsbedrijven-3,54,75
bouw-5,753,75
handel, vervoer en horeca-11,757,5
informatie en communicatie2,253
financiële dienstverlening-3,52,25
verhuur en handel van onroerend goed-12,25
zakelijke diensten-10,5-0,5
overheid0,253,5
zorg44,25
cultuur, recreatie en overige diensten-307,5
totaal-6,253,25
Bron: Panteia, juni 2020 Brontabel als csv (432 bytes)
Ontwikkeling toegevoegde waarde per sector, 2020 en 2021, in % - Volledig herstel
20202021
landbouw, bosbouw en visserij-84,5
delfstoffenwinning-12,5-16,25
industrie-66,75
nutsbedrijven5,754,5
bouw5,755
handel, vervoer en horeca-10,758
informatie en communicatie2,52
financiële dienstverlening-2,752,25
verhuur en handel van onroerend goed-0,751,5
zakelijke diensten-7,58,25
overheid0,52,5
zorg43,25
cultuur, recreatie en overige diensten-22,521,5
totaal-4,255,5
Bron: Panteia (juli 2020) Brontabel als csv (427 bytes)
Ontwikkeling toegevoegde waarde per sector, 2020 en 2021, in % - Zwak herstel
20202021
landbouw, bosbouw en visserij-10,252,75
delfstoffenwinning-11-10,75
industrie-10,5-2,25
nutsbedrijven-80,5
bouw-6-12,75
handel, vervoer en horeca-13,50,5
informatie en communicatie-2,251
financiële dienstverlening-5,50,25
verhuur en handel van onroerend goed-11
zakelijke diensten-110
overheid1,51,25
zorg-1,756,5
cultuur, recreatie en overige diensten-331
totaal-7,750
Bron: Panteia Brontabel als csv (425 bytes)
Ontwikkeling toegevoegde waarde per sector, 2020 en 2021, in % - Tweede golf
20202021
landbouw, bosbouw en visserij-12,75-1,75
delfstoffenwinning-15-9,75
industrie-14,5-6,75
nutsbedrijven-4,75-2
bouw-3-2
handel, vervoer en horeca-10,5-2,75
informatie en communicatie-3,25-2,25
financiële dienstverlening-7,75-3,5
verhuur en handel van onroerend goed-0,5-1,5
zakelijke diensten-10-2,5
overheid-0,25-1,75
zorg0-2
cultuur, recreatie en overige diensten-22-1,5
totaal-7,5-2,75
Bron: Panteia Brontabel als csv (442 bytes)

Verschillen tussen provincies
Volgens de analyse van Panteia krimpt de economie in 2020 in alle provincies. Vooral de provincies Flevoland, Noord-Brabant, Zeeland en Limburg ondervinden in 2020 de gevolgen van corona. Dat komt doordat:

  • In Flevoland er relatief veel handel, vervoer en horeca is. Deze sectoren worden sterk getroffen door de coronacrisis.
  • In Noord-Brabant, Zeeland en Limburg het grote aandeel van de industrie een rol speelt.

Bij de basisraming en volledig herstel is er in 2021 weer sprake van groei in alle provincies. Bij het scenario ‘zwak herstel’ is die groei beperkt. Bij een tweede golf krimpt de economie in alle provincies ook in 2021.

Toegevoegde waarde ontwikkeling provincies, 2020 en 2021 (in %) - Basisraming

Toegevoegde waarde ontwikkeling provincies, 2020 en 2021 (in %) - Basisraming
20202021
Groningen-6,750,5
Friesland-7,751,75
Drenthe-81,25
Overijssel-72,5
Flevoland-5,754,75
Gelderland-6,752,75
Utrecht-5,53,25
Noord-Holland-63,5
Zuid-Holland-63,75
Zeeland-64
Noord-Brabant-63,75
Limburg-63,5
Nederland-6,253,25
Bron: Panteia (juli 2020) Brontabel als csv (274 bytes)
Toegevoegde waarde ontwikkeling provincies, 2020 en 2021 (in %) - Volledig herstel
20202021
Groningen-4,751,5
Friesland-5,753,5
Drenthe-62,75
Overijssel-4,754,5
Flevoland-3,757
Gelderland-4,754,75
Utrecht-3,755
Noord-Holland-2,55,5
Zuid-Holland-3,755,75
Zeeland-3,756
Noord-Brabant-46,25
Limburg-46
Nederland-3,755,25
Bron: Panteia Brontabel als csv (277 bytes)
Toegevoegde waarde ontwikkeling provincies, 2020 en 2021 (in %) - Zwak herstel
20202021
Groningen-8,25-1,75
Friesland-9,25-1,25
Drenthe-9,25-1,5
Overijssel-8,5-1,25
Flevoland-7,251,5
Gelderland-8,25-0,5
Utrecht-7,250,25
Noord-Holland-7,75-1,5
Zuid-Holland-7,50,5
Zeeland-7,50,5
Noord-Brabant-7,750,25
Limburg-7,750,5
Nederland-7,75-0,25
Bron: Panteia Brontabel als csv (300 bytes)
Toegevoegde waarde ontwikkeling provincies, 2020 en 2021 (in %) - Tweede golf
20202021
Groningen-8,25-4,5
Friesland-9-4,25
Drenthe-9-4,75
Overijssel-8,25-3,75
Flevoland-6,5-1,75
Gelderland-8-3,5
Utrecht-6,75-2,75
Noord-Holland-6,5-2,25
Zuid-Holland-6,75-2,5
Zeeland-7,25-2,5
Noord-Brabant-7,5-2,75
Limburg-7,5-3
Nederland-7,25-2,75
Bron: Panteia Brontabel als csv (296 bytes)

Scenario’s voor mkb en grootbedrijf
Het midden- en kleinbedrijf (mkb) krijgt in 2020 hardere klappen dan het grootbedrijf. Dat is volgens Panteia zowel het geval bij de basisraming als bij een zwak of volledig herstel. Alleen in het scenario met een tweede golf is de impact voor het kleinbedrijf in 2020 iets minder negatief dan voor het grootbedrijf en voor het middenbedrijf. In dat scenario neemt ook de export sterk af. Het kleinbedrijf merkt minder van die exportdaling dan het grootbedrijf en het middenbedrijf. Als we uitgaan van de basisraming of het scenario van volledig herstel, dan is in 2021 enig herstel mogelijk voor het mkb en het grootbedrijf. In de beide andere scenario’s blijft de groei voor zowel het mkb als het grootbedrijf volgend jaar nog negatief.

Ontwikkeling toegevoegde waarde naar bedrijfsgrootte in de business economy, in % - Basisraming

Ontwikkeling toegevoegde waarde naar bedrijfsgrootte in de business economy, in % - Basisraming
20202021
kleinbedrijf-9,754
middenbedrijf-9,752,25
mkb-9,753,75
grootbedrijf-8,253,5
Bron: Panteia (juni 2020) Brontabel als csv (100 bytes)
Ontwikkeling toegevoegde waarde naar bedrijfsgrootte in de business economy, in % - Volledig herstel
20202021
kleinbedrijf-6,57,25
middenbedrijf-6,57,5
mkb-6,57,25
grootbedrijf-56,25
Bron: Panteia Brontabel als csv (97 bytes)
Ontwikkeling toegevoegde waarde naar bedrijfsgrootte in de business economy, in % - Zwak herstel
20202021
kleinbedrijf-11,25-2,25
middenbedrijf-11-3,25
mkb-11,25-2,5
grootbedrijf-10,5-1,5
Bron: Panteia Brontabel als csv (106 bytes)
Ontwikkeling toegevoegde waarde naar bedrijfsgrootte in de business economy, in % - Tweede golf
20202021
kleinbedrijf-9,25-2,5
middenbedrijf-11,5-3,5
mkb-9,75-2,75
grootbedrijf-10,25-4,5
Bron: Panteia Brontabel als csv (106 bytes)