1. Publiek-private R&D-samenwerking in Nederland

De omvang van de publiek-private R&D-samenwerking (PPS) die plaatsvindt binnen de programma’s van de Topconsortia voor Kennis & Innovatie (TKI’s) heeft zich voortvarend ontwikkelen. Cijfers van het CBS over 2018 duiden op enige stijging van het aandeel innovatieve bedrijven dat heeft samengewerkt met een kennisinstelling, na een eerdere daling in de cijfers over 2016. Bedrijven blijven tevreden over de Toegepast Onderzoek Organisaties (TO2).

Omvang publiek-private R&D samenwerking in TKI-verband blijft op niveau

De omvang van de publieke en private R&D-investeringen in TKI-verband heeft zich de afgelopen jaren voortvarend ontwikkeld, waardoor de omvang van de middelen voor PPS-projecten in 2019 ongeveer € 1.228 miljoen bedroeg. In de periode 2013-2018 was er sprake van een aanzienlijke groei, die deels komt door de grotere bekendheid van de PPS-toeslagregeling. De laatste jaren stabiliseert de omvang van de middelen . Het aandeel private middelen schommelt rond de 45-49 procent. Van de hierboven genoemde € 1.228 miljoen investeerden bedrijven in 2019 € 581 miljoen in de publieke kennisinfrastructuur. Meer uitkomsten worden besproken bij het beleidsinstrument PPS-toeslag.

De cijfers over de PPS-toeslagregeling beperken zich tot publiek-private R&D-samenwerking binnen de topsectoren en de daaraan verbonden TKI. Het is aannemelijk dat dit een aanzienlijk deel van de totale publiek-private R&D-samenwerking in Nederland betreft.

Geschatte omvang middelen PPS-projecten TKI's (publiek en privaat), 2013-2019 (€ mln)

Geschatte omvang middelen PPS-projecten TKI's (publiek en privaat), 2013-2019 (€ mln)
Omvang middelen PPS-toeslagprojectenWaarvan privaat
2013571200
2014814358
2015970475
20161060509
20171207559
20181282581
2019*1228553
Bron: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland/TKI's Brontabel als csv (158 bytes)

Samenwerking tussen kennisinstellingen en innovatieve bedrijven trekt iets aan

Met ingang van verslagjaar 2018 geven innovatiestatistieken geen inzicht meer in aandelen technologisch samenwerkende bedrijven binnen de groep technologisch innovatieve bedrijven, maar wordt uitgegaan van een breed innovatiebegrip, dat zowel technologische als niet-technologische innovatie omvat. Hoewel de CBS-cijfers over 2018 hierdoor niet direct meer vergelijkbaar zijn met die van voorgaande jaren, is het aandeel innovatieve bedrijven dat heeft samengewerkt met een universiteit dan wel researchinstelling in Nederland iets aangetrokken ten opzichte van 2016. Een actualisatie van het internationale beeld is op dit moment nog niet mogelijk.

Samenwerking tussen innoverende bedrijven en universiteiten, 2010-2018 (in %)

Samenwerking tussen innoverende bedrijven en universiteiten, 2010-2018 (in %)
Aandeel innoverende bedrijven dat (de laatste drie jaar) technologisch heeft samengewerkt met universiteitenNederlandEU
20108%11%
201211%13%
201415%13%
20169%14%
201810%
Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek, Eurostat Brontabel als csv (188 bytes)
Samenwerking tussen innoverende bedrijven en researchinstellingen, 2010-2018 (in %)
Aandeel innoverende bedrijven dat (de laatste drie jaar) technologisch heeft samengewerkt met researchinstellingenNederlandEU
20106%6%
20128%9%
20148%9%
20165%8%
20186%
Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek, Eurostat Brontabel als csv (187 bytes)

Klanttevredenheid TO2-instituten is hoog

Sinds 2010 werken de Nederlandse instituten voor toegepast onderzoek samen onder de noemer TO2. Het gaat hier om Deltares, MARIN, NLR, TNO/ECN (ECN is in 2018 opgegaan in TNO) en Wageningen Research (voorheen DLO). De TO2-instituten voeren onderzoek uit in opdracht van departementen en bedrijven, maar doen ook onderzoek naar maatschappelijke vraagstukken.

Om bedrijven te stimuleren vaker de samenwerking met een kennisinstelling aan te gaan, is het van belang dat klanten tevreden zijn over de verleende diensten. Daarnaast is van belang dat zij de opgedane kennis kunnen benutten. De TO2-instituten scoren hoog op het gebied van klanttevredenheid; de TO2-instituten die op de EZK-begroting staan gemiddeld een 8,8 (Wageningen Research, op de LNV-begroting, een 8,7) over het jaar 2019. Klanten slagen er tevens in de onderzoeksresultaten binnen drie jaar in hoge mate te benutten. Dit blijkt uit de hoogte van het percentage van de kennisbenutting: gemiddeld scoren de instellingen daarop 95 procent over het jaar 2019. Meer informatie wordt gegeven bij het beleidsinstrument TO2-instituten (klik hier).

Kengetallen ontwikkelen en benutten van hoogwaardig (internationaal) publiek gefinancierd onderzoek en technologie

Kengetallen ontwikkelen en benutten van hoogwaardig (internationaal) publiek gefinancierd onderzoek en technologie
TO22013201420152016201720182019
Klanttevredenheid Deltares87,98,78,68,28,79,2
Klanttevredenheid Marin8,898,88,98,68,88,6
Klanttevredenheid NLR8,58,78,88,78,78,78,7
Klanttevredenheid TNO8,28,38,48,68,68,88,7
Kennisbenutting Deltares96%97%93%95%88%
Kennisbenutting Marin97%100%100%100%97%
Kennisbenutting NLR99%99,50%99%96%97%
Kennisbenutting TNO98%98%98%99%96%
Rijksbegroting EZK 2021 Brontabel als csv (433 bytes)