1. Publiek-private R&D-samenwerking in Nederland

Bij Publiek-Private Samenwerking (PPS) werken kennisinstellingen, bedrijven en de overheid samen aan Research en Development (R&D). Publiek-private R&D-samenwerking (PPS) vindt onder andere plaats binnen de programma’s van de Topconsortia voor Kennis & Innovatie (TKI’s). Dat is de publiek-private samenwerking die wordt gestimuleerd binnen het missiegedreven topsectoren- en innovatiebeleid.

Omvang investeringen publiek-private R&D samenwerking

De omvang van de publiek-private R&D-investeringen binnen de programma’s van de TKI’s heeft zich de afgelopen jaren snel ontwikkeld. In 2020 bedroegen deze projecten in totaal 1.208 miljoen euro (voorlopige schatting). Deze publiek-private R&D-investeringen namen in de periode 2013-2018 fors toe. Voor een deel kwam dat door de grotere bekendheid van de toeslagregeling voor publiek-private samenwerking (PPS-toeslagregeling). De laatste jaren is de omvang van de investeringen licht gedaald. Het aandeel private middelen hierin schommelt tussen de 45 en 49 procent. In 2020 investeerden bedrijven zo’n 550 miljoen euro in de publieke kennisinfrastructuur (46 procent van de totale investeringen in pps). Meer over het beleidsinstrument PPS-toeslag.

De cijfers over de PPS-toeslagregeling gaan alleen over publiek-private R&D-samenwerking binnen de topsectoren en de daaraan verbonden TKI’s. We kunnen ervan uitgaan dat dit een groot deel is van de totale publiek-private R&D-samenwerking in Nederland.

Geschatte omvang middelen PPS-projecten TKI's (publiek en privaat), 2013-2020 (€ mln)

Geschatte omvang middelen PPS-projecten TKI's (publiek en privaat), 2013-2020 (€ mln)
Omvang middelen PPS-toeslagprojectenWaarvan privaat
2013571200
2014814358
2015970475
20161060509
20171207559
20181282581
20191238547
2020*1208550
Bron: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland/TKI's Brontabel als csv (173 bytes)

Meer samenwerking tussen kennisinstellingen en innovatieve bedrijven

Samenwerking tussen bedrijven en kennisinstellingen op het terrein van innovatie wordt gemeten in de innovatie-enquêtes die in Europese landen gecoördineerd door Eurostat worden gehouden. Tot en met 2016 werd in de innovatie-enquêtes een onderscheid gemaakt tussen technologisch en niet-technologisch innoverende bedrijven. Maar vanaf verslagjaar 2018 is het onderscheid tussen technologische en niet-technologische innovatie vervallen (breed innovatiebegrip). Bij samenwerking gaat het voortaan om zowel technologische als niet-technologische innovatieve bedrijven en niet langer meer om technologisch innovatieve bedrijven die hebben samengewerkt. We kunnen de cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) over 2018 hierdoor niet direct meer vergelijken met die van de jaren daarvoor. Kijken we toch even naar het verschil tussen 2018 en 2016? Dan zien we dat het aandeel innovatieve bedrijven in Nederland dat heeft samengewerkt met een universiteit of researchinstelling in 2018 iets gestegen is ten opzichte van 2016. In de EU in totaliteit is sprake geweest van een daling, zodat de positie van Nederland internationaal vergeleken is verbeterd.

Samenwerking tussen innoverende bedrijven en universiteiten, 2010-2018 (in %)

Samenwerking tussen innoverende bedrijven en universiteiten, 2010-2018 (in %)
Aandeel innoverende bedrijven dat (de laatste drie jaar) technologisch heeft samengewerkt met universiteitenNederlandEU
20108%11%
201211%13%
201415%13%
20169%14%
201810%12%
Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek, Eurostat Brontabel als csv (191 bytes)
Samenwerking tussen innoverende bedrijven en researchinstellingen, 2010-2018 (in %)
Aandeel innoverende bedrijven dat (de laatste drie jaar) technologisch heeft samengewerkt met researchinstellingenNederlandEU
20106%6%
20128%9%
20148%9%
20165%8%
20186%
Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek, Eurostat Brontabel als csv (187 bytes)

Toegepast Onderzoek Organisaties (TO2)

In Nederland voeren diverse instituten toegepast onderzoek (TO) uit. Sinds 2010 werken deze instituten samen onder de noemer TO2. Het gaat hier om Deltares, MARIN, NLR, TNO/ECN (ECN is in 2018 opgegaan in TNO) en Wageningen Research (voorheen DLO). Deze TO2-instituten voeren onderzoek uit in opdracht van ministeries en bedrijven. Ze doen ook onderzoek naar maatschappelijke vraagstukken. Meer over maatschappelijke thema’s.

Klanttevredenheid en benutten van kennis

Klanten zijn over het algemeen tevreden over de verleende diensten van TO2-instituten. Over het jaar 2020 zien we onder andere dat de vier TO2-instituten die financieel ondersteund worden door het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK), gemiddeld een 8,9 scoren (Wageningen Research, financieel ondersteund door het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) en daarmee onderdeel van de LNV-begroting, een 8,4). Die hoge waardering is belangrijk, want het stimuleert bedrijven om vaker de samenwerking met een TO2-instelling aan te gaan. Daarnaast is het van belang dat bedrijven de opgedane kennis en onderzoeksresultaten benutten. Gemiddeld geldt bij de vier instellingen over het jaar 2020 dat 94 procent van de klanten de projectresultaten als nuttig heeft beoordeeld (bij Wageningen Research is dat 93 procent). Meer informatie over TO2-instituten.

Kengetallen ontwikkelen en benutten van hoogwaardig (internationaal) publiek gefinancierd onderzoek en technologie

Kengetallen ontwikkelen en benutten van hoogwaardig (internationaal) publiek gefinancierd onderzoek en technologie
TO2201520162017201820192020
Klanttevredenheid Deltares8,78,68,28,79,29,1
Klanttevredenheid Marin8,88,98,68,88,69
Klanttevredenheid NLR8,88,78,78,78,78,7
Klanttevredenheid TNO8,48,68,68,88,78,9
Kennisbenutting Deltares96%97%93%95%88%82%
Kennisbenutting Marin97%100%100%100%97%100%
Kennisbenutting NLR99%99,50%99%96%97%98%
Kennisbenutting TNO98%98%98%99%96%97%
Rijksbegroting EZK 2022 Brontabel als csv (423 bytes)