Publiek-privaat onderzoek

Om innovatief te kunnen zijn, is kennis nodig. Zowel fundamentele als toegepaste kennis spelen hierbij een belangrijke rol. Hoe ontwikkel en benut je die kennis? Door onderzoek uit te voeren, kennis te delen en te verspreiden. Dat gebeurt onder meer als publieke onderzoeksinstellingen samenwerken met bedrijven. Uit onderzoek blijkt dat bedrijven die nauw samenwerken met kennisinstellingen vaker innovaties realiseren die echt vernieuwend en anders zijn dan bestaande producten.

Publiek-privaat onderzoek: hoe staat Nederland ervoor?

Om innovatief te kunnen zijn, is kennis nodig. Zowel fundamentele als toegepaste kennis spelen hierbij een belangrijke rol. Hoe ontwikkel en benut je die kennis? Door onderzoek uit te voeren, kennis te delen en te verspreiden. Dat gebeurt onder meer als publieke onderzoeksinstellingen samenwerken met bedrijven. Uit onderzoek blijkt dat bedrijven die nauw samenwerken met kennisinstellingen vaker innovaties realiseren die echt vernieuwend en anders zijn dan bestaande producten.

Hoe staat Nederland ervoor?

Bij Publiek-Private Samenwerking (PPS) werken kennisinstellingen, bedrijven en de overheid samen aan Research en Development (R&D). Die samenwerking vindt sinds 2012 onder andere plaats binnen de programma’s van de Topconsortia voor Kennis & Innovatie (TKI’s). De investeringen binnen deze programma’s zijn tot 2019 behoorlijk toegenomen. In 2019 en 2020 is sprake geweest van een lichte daling. Het aandeel innovatieve bedrijven dat heeft samengewerkt met een kennisinstelling, is in 2018 iets gestegen ten opzichte van 2016. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In de cijfers over 2016 was er nog sprake van een daling. Bedrijven blijven tevreden over de Toegepast Onderzoek Organisaties (TO2). Meer over de ontwikkeling van de publiek-private R&D-samenwerking in Nederland.

Wat is het beleid?

De ministeries van Economische Zaken en Klimaat (EZK) en Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) zorgen in belangrijke mate voor financiering van onderzoek bij publieke kennisinstellingen en bevorderen dat bedrijven en kennisinstellingen elkaar weten te vinden en waar mogelijk samenwerken. De ministeries coördineren activiteiten en zorgen voor een publieke infrastructuur om kennis te delen en te verspreiden. Zo streven ze naar hoogwaardig (internationaal) publiek gefinancierd onderzoek en technologie die bedrijven en kennisinstellingen kunnen benutten bij hun innovatieactiviteiten.

Publiek-private samenwerking stimuleren

Om samenwerking tussen bedrijven, kennisinstellingen en overheid binnen de topsectoren te bevorderen, zijn in 2012 en 2013 de TKI’s opgericht. In deze TKI’s programmeren, organiseren en financieren bedrijven, kennisinstellingen en overheden gezamenlijk onderzoek en innovatie. Met de invoering van het missiegedreven topsectoren- en innovatiebeleid staan niet langer de sectoren centraal, maar de missies op vier maatschappelijke thema’s (energietransitie en duurzaamheid; landbouw, water en voedsel; gezondheid en zorg; veiligheid) en sleuteltechnologieën. De topsectoren dragen via de missies bij aan het beleid van dit kabinet.

PPS-toeslag
Bedrijven kunnen met investeringen in PPS-projecten deelnemen. Om dat te stimuleren heeft de overheid in 2013 een PPS-toeslag ingevoerd. De PPS-toeslag is in 2018 verhoogd van 25 naar 30 procent toeslag op elke privaat ingelegde euro. De TKI’s zetten de PPS-toeslag door in PPS-projecten. Uit een recentelijk uitgevoerde evaluatie blijkt  dat de PPS-toeslag doeltreffend is in het bevorderen van onderzoek in PPS-verband. De regeling heeft in de periode 2017-2019 naar schatting geleid tot circa 83 miljoen euro aan additionele private bijdrage in R&D in PPS-verband gemiddeld per jaar. Hier lag een bedrag van gemiddeld 133 miljoen euro per jaar aan PPS-toeslag aan ten grondslag. Verder heeft de regeling tussen 2013 en 2019 bijgedragen aan het tot stand komen van 2252 PPS-projecten, waaraan in totaal 2453 bedrijven en 236 kennisinstellingen hebben deelgenomen.

Internationale R&D-samenwerking

Nederland heeft met een relatief kleine, maar zeer open kenniseconomie voordeel van internationale R&D-samenwerking. De overheid bevordert dit dan ook. Onder meer met contributies (cofinanciering) aan (meestal) Europese programma’s voor onderzoek en innovatie. Essentieel is daarbij dat de EU-programma’s voor kennis en innovatie goed aansluiten op de behoeften van met name kennisintensieve sectoren in het bedrijfsleven. Het bekendste en (budgettair) omvangrijkste EU-programma voor onderzoek en innovatie was Horizon 2020. Dit programma ging in 2014 van start en liep tot en met 2020. De opvolger genaamd “Horizon Europe” is daarna van start gegaan. Nieuw binnen de structuur van Horizon Europe is een pijler voor missies: financiering voor projecten die bijdragen aan het oplossen van specifieke maatschappelijke uitdagingen.

Samenwerking voor wetenschappelijk onderzoek

De topsectoren werken in TKI-verband nauw samen met de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) en de Toegepast Onderzoek Organisaties (TO2). NWO en TO2 dragen ook financieel bij aan de programma’s die de TKI’s uitvoeren. Binnen het NWO is het domein Toegepaste en Technische Wetenschap (TTW) verantwoordelijk voor de financiering van technisch wetenschappelijk onderzoek. Dit wetenschapsdomein is zeer relevant voor de innovatiekracht van het Nederlandse bedrijfsleven. Zo speelt TTW een belangrijke rol bij publiek-private samenwerking in topsectorenverband. Ook de bijdrage van EZK (25 miljoen euro in 2022) aan TTW wordt hierop ingezet. Naast de subsidie van NWO en EZK haalt TTW inkomsten binnen uit onder meer de PPS-toeslag, private cashbijdragen en royalty’s.

Meer rijksmiddelen beschikbaar

Onder het huidige kabinet zijn de financiële middelen voor onderzoek en innovatie vanaf 2018 gestegen op basis van het regeerakkoord uit 2017. Zie onderstaande tabel. Daarbij is ook ingezet om private uitgaven aan onderzoek en innovatie extra te stimuleren. Vanaf 2021 zijn er investeringen vanuit het Nationaal Groeifonds bijgekomen om extra  impulsen te geven aan onderzoek en innovatie. Die lopen de komende jaren nog verder op.

Als percentage van het bbp nemen de middelen voor onderzoek en innovatie sterk toe in 2020, wat samenhangt met een daling van het bbp in dat jaar door de coronacrisis. In 2021 en 2022 herstelt de economie zich. Een relatief hoge economische groei heeft dan een neerwaarts effect op de ontwikkeling van de overheidsmiddelen voor onderzoek en innovatie als percentage van  het bbp.

Meerjarenoverzicht overheidsmiddelen voor onderzoek en innovatie (€ mln)

Meerjarenoverzicht overheidsmiddelen voor onderzoek en innovatie (€ mln)
201720182019202020212022
Fundamenteel onderzoek373338684098416443594259
Toegepast onderzoek567708756817762743
Uitgaven departementen98412611147170015872282
Totaal uitgaven528458386002668167087284
Fiscale middelen (WBSO, Innovatiebox, MIA, VAMIL)290928832930295729922943
wv. Innovatiebox158116461597163614101433
Totaal8193872189329638970010227
Idem, als % van bbp1,111,131,11,21,141,14

De uitgaven zijn bedragen op kasbasis, de fiscale middelen luiden op transactiebasis.

Rathenau TWIN 2019-2025, 2018-2024 en 2017-2023 (voor uitgaven exclusief die in het kader van het Nationaal Groeifonds ), begrotingen van Nationaal Groeifonds en EZK voor 2022 (voor geactualiseerd beeld van uitgaven in kader van Nationaal Groeifonds), bijlage bij Miljoennota 2022 (voor fiscale middelen) en Macro Economische Verkenning 2022 van CPB (voor bbp) Brontabel als csv (464 bytes)