Missiegedreven innovatiebeleid

Hoe blijft de zorg betaalbaar en toegankelijk voor iedereen? Wat kunnen we doen tegen klimaatverandering? Hoe zetten we afval om in waardevolle grondstoffen? En hoe houden we Nederland veilig – tegen overstroming, cybercrime of terroristische dreigingen? Nederland staat voor grote maatschappelijke uitdagingen. Succesvolle innovaties creëren niet alleen economisch toegevoegde waarde, maar kunnen ook oplossingen bieden voor maatschappelijke vraagstukken. Nieuwe innovatieve toepassingen en sleuteltechnologieën vormen de technologische (kennis)basis voor de vernieuwing op al deze maatschappelijke terreinen. De toepassing van deze nieuwe technologieën maakt nieuwe oplossingen mogelijk, nu en in de toekomst.

Hoe staat Nederland ervoor?

1. Inzet op maatschappelijke thema's

De EZK-instrumenten die direct vallen onder het missiegedreven innovatiebeleid zijn de PPS-toeslagregeling, de MIT-regeling en de SBIR. De projecten die voorkomen uit deze regelingen richten zich op de KIA’s. In 2021 is in middelen uitgedrukt het meest op het thema Gezondheid & Zorg ingezet, gevolgd door Landbouw, Water en Voedsel, Sleuteltechnologieën en Energietransitie en Duurzaamheid.  Meer informatie over de inzet vanuit het missiegedreven instrumentarium op maatschappelijke thema's.

2. Inzet op sleuteltechnologieën

Ongeveer de helft van middelen uit de PPS-toeslagregeling, MIT en SBIR richt zich op sleuteltechnologieën. Er wordt vooral ingezet op het kennisveld hightech, waarbij het cluster ‘Digital technologies’ de grootste categorie vormt. Van alle projecten die gericht zijn op sleuteltechnologieën, is een groot deel ook te koppelen aan een of meer maatschappelijke thema’s. Meer informatie over de inzet vanuit het missiegedreven-instrumentarium op sleuteltechnologieën.

Wat is het missiegedreven innovatiebeleid?

Inzet op maatschappelijke thema's

Sinds 2011 werken ondernemers, wetenschappers en de overheid in de topsectoren samen aan het versterken van de economie met innovaties, het verzilveren van internationale kansen, het vergroten van menselijk kapitaal en het investeren in wetenschappelijk onderzoek. Sinds 2019 koppelen we met de missiegedreven aanpak de innovatiekracht van de topsectoren aan het oplossen van maatschappelijke uitdagingen. Het kabinet heeft daartoe 25 missies geformuleerd, op basis waarvan de topsectoren zes kennis- en innovatieagenda’s (KIA’s) hebben opgesteld voor de periode 2020-2023. Onderstaande tabel geeft een toelichting. Er zijn vier thematische KIA’s: 

  • Energietransitie & Duurzaamheid;
  • Landbouw, Water & Voedsel;
  • Gezondheid & Zorg;
  • Veiligheid.

Thema’s

Missies

Energietransitie en Duurzaamheid

  • Vermindering van de nationale broeikasgasuitstoot met 49% in 2030, op weg naar 95% minder uitstoot in 2050 ten opzichte van 1990.
  • Een volledig CO2-vrij elektriciteitssysteem in 2050.
  • Een CO2-vrije gebouwde omgeving in 2050.
  • Een klimaatneutrale industrie met hergebruik van grondstoffen en producten in 2050.
  • Emissieloze mobiliteit voor mensen en goederen in 2050.
  • Een duurzame en volledig circulaire economie in 2050, met in 2030 halvering van het grondstoffengebruik.

Landbouw, water, voedsel

  • Vermindering van grond- en hulpstoffen in de land- en tuinbouw in 2030. Alle eind- en restproducten worden zo hoog mogelijk tot waarde gebracht (kringlooplandbouw).
  • In 2050 is het systeem van landbouw en natuur netto klimaatneutraal (gedeelde missie met Energietransitie en Duurzaamheid).
  • Nederland is in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust.
  • In 2030 produceren en consumeren we gezond, veilig en duurzaam voedsel en verdienen ketenpartners, inclusief de boer een eerlijke prijs.
  • Een duurzame balans tussen ecologische draagkracht en waterbeheer vs. hernieuwbare energie, voedsel, visserij en andere economische activiteiten. Die balans moet er in 2030 zijn voor mariene wateren er in 2050 voor rivieren, meren en estuaria.
  • Nederland is en blijft de best beschermde en leefbare delta ter wereld, met tijdige, toekomstbestendige maatregelen tegen beheersbare kosten.

Gezondheid en zorg

  • In 2040 leven alle Nederlanders tenminste vijf jaar langer in goede gezondheid, en zijn de gezondheidsverschillen tussen de laagste en hoogste sociaal-economische groepen met 30% afgenomen.
  • In 2040 is de ziektelast door een ongezonde leefstijl en -omgeving met 30% afgenomen.
  • In 2030 wordt zorg 50% meer (of vaker) in de eigen leefomgeving georganiseerd, in plaats van in zorginstellingen.
  • In 2030 kunnen mensen met een chronische ziekte of levenslange beperking naar wens en vermogen beter meedoen in de samenleving (+25%).
  • In 2030 is de kwaliteit van leven van mensen met dementie met 25% toegenomen.

Veiligheid

  • In 2030 is georganiseerde criminaliteit in Nederland te riskant en slecht lonend, door meer zicht op illegale activiteiten en geldstromen.
  • In 2035 beschikt Nederland over de marine van de toekomst. In staat om flexibel te reageren op onvoorspelbare en onvoorstelbare ontwikkelingen.
  • In 2030 heeft Nederland een operationeel inzetbare ruimtevaartcapaciteit voor defensie en veiligheid.
  • Cyberveiligheid. Nederland is in staat om op een veilige wijze de economische en maatschappelijke kansen van digitalisering te verzilveren.
  • In 2030 werkt de krijgsmacht volledig genetwerkt met andere diensten en met integratie van nieuwe technologieën om sneller en effectiever te kunnen handelen dan de tegenstander.
  • Vraag en aanbod worden sneller bij elkaar gebracht om kort-cyclisch succesvolle innovaties te implementeren.
  • In 2030 verzamelen veiligheidsorganisaties nieuwe en betere data, waardoor men de dreiging steeds een stap voor is.
  • Het vak van veiligheidsprofessional behoort in 2030 tot de top 10 van meest aantrekkelijke beroepen in Nederland.

Doorsnijdend: Sleuteltechnologieën en Maatschappelijk Verdienvermogen

Sleuteltechnologieën

Een sleuteltechnologie is een technologie die breed toepasbaar is en doorslaggevend om een baanbrekende innovatie te realiseren. Sleuteltechnologieën zijn essentieel bij het oplossen van maatschappelijke uitdagingen en/of leveren een grote potentiële bijdrage aan de economie. Denk bijvoorbeeld aan smart farming, waarmee speciale sensoren nauwkeurig meten hoeveel water, voeding en licht nodig is om een gewas succesvol te laten groeien met zo min mogelijk verspilling. Lasertechnieken waarmee artsen hun patiënten zo precies mogelijk kunnen opereren met minder complicaties en sneller herstel. Kunstmatige intelligentie (AI) en quantum computing, die het verwerken en interpreteren van grote hoeveelheden gegevens mogelijk maken en nieuwe oplossingen in beeld brengen.

Nederland draait als klein land in veel sleuteltechnologieën wetenschappelijk mee in de top en kan ook bouwen op bedrijven met een sterke technologiepositie. Maar zonder focus op sleuteltechnologieën als kunstmatige intelligentie, fotonica, quantumtechnologie en nanotechnologie zal Nederland niet in staat zijn baanbrekende oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen te creëren. Om die focus aan te brengen zet het kabinet in op meerjarige programma’s (MJP’s). Dit zijn samenwerkingsverbanden van bedrijven, overheden en kennisinstellingen, gericht op het leveren van een belangrijke bijdrage aan maatschappelijke missies en het behouden en versterken van de Nederlandse kennispositie. Ze beslaan de gehele kennisketen, van fundamenteel en toegepast onderzoek tot en met valorisatie en marktcreatie.

Maatschappelijk Verdienvermogen

De KIA Maatschappelijk Verdienvermogen (MV) heeft als doel de opschaling van innovatie te versnellen en daarmee te komen tot grotere maatschappelijke impact. Daarmee versterkt deze agenda de maatschappelijke thema’s. Wanneer innovatie bijdraagt aan het ontwikkelen van economisch verdienvermogen en tegelijk maatschappelijke impact heeft, spreken we van maatschappelijk verdienvermogen. Behalve het stimuleren van missiegedreven innovatie, vergt ook de implementatie van aankomende innovatie een andere aanpak. Het thema MV organiseert de verbetering, ontwikkeling en toepassing van methodieken, modellen en werkvormen voor succesvolle missiegedreven innovatie.

KIC 2020-2023

De zes KIA-agenda’s zijn op 11 november 2019 bekrachtigd met het Kennis- en Innovatieconvenant (KIC). In het KIC zijn afspraken gemaakt over de inzet en verdeling van publieke en private middelen voor onderzoek, omzetten van kennis in waarde (valorisatie) en marktcreatie. Vanaf 2020 zijn ondernemers en onderzoekers echt aan de slag met het ontwikkelen van nieuwe technologieën, producten en oplossingen om de economische kansen van de missies te gaan benutten.

Monitoring voortgang missiegedreven topsectoren- en innovatiebeleid

Met de start van het KIC heeft Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) een monitoring- en effectmetingdatabase opgezet om de resultaten en voortgang van PPS-projecten te kunnen volgen. De TKI’s, toegepaste onderzoeksinstellingen (TO2) en Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk onderwijs (NWO) leveren hiervoor gegevens aan over de PPS-middelen, zoals ingezet in het KIC.

Onderstaande grafiek laat de verdeling van de PPS-middelen over de KIA’s zien. De KIA Gezondheid & Zorg genereert de hoogste bijdrage aan PPS-middelen. In 2020-2021 stimuleert de PPS-regeling in beperktere mate projecten binnen de KIA Veiligheid en de KIA Maatschappelijk Verdienvermogen.

Inzet van middelen (in € mln) per KIA, op basis van PPS-projecten 2021

Inzet van middelen (in € mln) per KIA, op basis van PPS-projecten 2021 Instrumentarium van het missiegedreven innovatiebeleid (PPS-toeslagregeling, MIT, en SBIR)
PPSMITSBIR
Gezondheid en Zorg57,87,73
Landbouw, Water, Voedsel36,97,30,5
Sleuteltechnologieën23,54,80,1
Energietransitie en Duurzaamheid16,47,91,1
Veiligheid2,32,33,9
Maatschappelijk Verdienvermogen2,40,20,9
Geen of onbekend02,90
RVO, op basis van gegevens TKI's Brontabel als csv (265 bytes)

Voortgang en resultaten

De monitoring en effectmeting zal straks behalve de inzet van middelen ook de voortgang van projecten in kaart brengen aan de hand van core-KPI (key performance indicators). Deze KPI’s volgen onder andere de technologieontwikkeling (TRL), de resultaten van innovatieprojecten (o.a. het aantal publicaties, patenten, prototypen), en de impact van het project in relatie tot de missiedoelstellingen. In de komende jaren volgt hierover meer informatie, naarmate projecten vorderen en er meer bekend wordt over de resultaten. Meer informatie over specifieke innovatieprojecten staan in de projectendatabase van RVO.