Menselijk kapitaal

Met de juiste opleiding, talent en ervaring zijn ondernemers en personeel beter in staat om innovatief en ondernemend te zijn. Het bedrijvenbeleid richt zich dan ook op kennis en vaardigheden. Want om nieuwe producten en diensten te ontwikkelen, zijn ook goed opgeleide mensen met de juiste vaardigheden nodig. Voor het bedenken van nieuwe businessmodellen zijn ondernemers met ondernemende vaardigheden belangrijk. Ook vraagt de toepassing van nieuwe kennis en technologie om nieuwe vaardigheden bij de mensen die er dagelijks mee moeten werken.

Hoe staat Nederland ervoor?

Het kennis- en opleidingsniveau, oftewel het ‘menselijk kapitaal’ van de Nederlandse bevolking ligt op een hoog niveau. Dat blijkt uit internationale ranglijsten. Zowel jongeren als volwassenen doen het goed. Binnen het onderwijs is er steeds meer aandacht voor ondernemende vaardigheden. In Nederland worden relatief weinig technici opgeleid, maar dit aantal neemt wel structureel toe.

1. Vaardigheden Nederlanders

Nederlandse leerlingen staan tweede in Europa op het gebied van wiskundeprestaties volgens het Programme for International Student Assessment (PISA) van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Dit geeft voor een deel aan wat het kennisniveau is. Bij ondernemerschapsonderwijs en trainingen voor ondernemers is de kwaliteitsbeoordeling door experts in Nederland een van de hoogste in Europa. (Klik hier voor meer informatie over de beschikbaarheid van vaardigheden)

2. Concurreren op talent

Nederland scoort goed op het aantrekken en vasthouden van talent. In de concurrentieslag om talent staat Nederland wereldwijd zesde. Dit blijkt uit de laatste Global Talent Competitiveness Index (GTCI) van INSEAD 2020. Deze hoge plaats is vooral te danken aan het vermogen van Nederland om zelf talent te ontwikkelen en de groeimogelijkheden die hier zijn voor talent (positie 3).  (Klik hier voor meer informatie over het vermogen van Nederland om te concurreren op talent)

3. Aandeel technici in afgestudeerden

Nederland leidt relatief weinig technici op. Van alle afgestudeerden in het hoger onderwijs bestaat slechts een klein deel uit technici. Internationaal gezien staat Nederland hiermee bijna onderaan. Ook al is het aantal afgestudeerde technici gestegen van 9,9 per 1000 inwoners in 2014 naar 13,6 in 2019. (Klik hier voor meer informatie over het aandeel technici onder afgestudeerden in Nederland)

Wat is het beleid?

Ondernemers vinden het al jaren moeilijk om goed geschoold personeel te vinden. Zij noemen dit geregeld als hun grootste knelpunt. Vooral bètatechnisch (hoger technisch en natuurwetenschappelijk) opgeleide mensen zijn moeilijk te vinden. Het belang van goed geschoolde (vak)mensen is groot. Zo zijn vaardigheden belangrijk voor het innovatief en ondernemend vermogen van Nederland. Investeren in menselijk kapitaal is dan ook goed voor de ondernemer, het bedrijf, de werknemers en daarmee voor de Nederlandse economie. Het beleid levert hier een bijdrage aan met nieuwe en al bestaande acties. Dat gebeurt niet alleen vanuit de Rijksoverheid, maar ook in samenwerking met ondernemers, werkenden, onderwijsinstellingen, regionale overheden en andere partijen. Het kabinet zet onder andere via het Techniekpact, MKB-actieplan, Leven Lang Ontwikkelen en de regio’s in op de versterking van menselijk kapitaal in Nederland.

Techniekpact

Doordat Nederland relatief weinig technici opleidt, kan dat leiden tot schaarste op de arbeidsmarkt en verzwakking van het innovatievermogen. Het kabinet gaat daarom door met het Techniekpact dat in 2013 van start ging. De acties in het Techniekpact moeten het tekort aan technisch geschoold personeel terugdringen. Bovendien hebben deze acties als doel om de bèta-, technische en technologische vaardigheden van iedereen te versterken. Deze vaardigheden zijn essentieel om maatschappelijke uitdagingen op te lossen. Bijvoorbeeld op het gebied van de energie- en klimaattransitie en digitalisering. Ook in banen in de niet-technische sectoren komen deze vaardigheden steeds meer van pas. De voortgang van het Techniekpact wordt jaarlijks beschreven in de Monitor Techniekpact (klik hier) en de voortgang op de acties van de betrokken partijen (overheden, regio's, onderwijs, werknemers, werkgevers en brancheorganisaties) in de jaarlijkse voortgangsrapportage 'Nationaal Techniekpact 2020'.' (klik hier). Voor 2021 is een kabinetsinzet Techniekpact verschenen (klik hier).

Ondersteuning vanuit MKB-actieplan 

Vanuit het MKB-actieplan krijgen mkb-ondernemers hulp om geschikt personeel te vinden en te behouden. Zo wordt ingezet op:
•    het verbeteren van de leercultuur (o.a. via MKB!dee en Leven Lang Ontwikkelen);
•    het verbeteren van de samenwerking tussen mkb en onderwijs (o.a. via het Regionaal Investeringsfonds en de subsidieregeling Praktijkleren); 
•    het stimuleren van ondernemerschap (o.a. via het programma O2LAB en NLGroeit) (klik hier)

•    het moderniseren van wet- en regelgeving arbeidsmarkt (o.a. loondoorbetaling bij ziekte). 

Meer over de voortgang van het MKB-actieplan wordt beschreven in de voortgangsrapportage ‘MKB-actieplan’ (klik hier). Meer over de monitoring van het MKB-actieplan vindt u onder het thema 'Mkb en ondernemerschap' (klik hier).

Leven Lang Ontwikkelen

Het kabinet wil stimuleren dat Nederlanders zelf aan het stuur zitten als het gaat om hun leven en loopbaan. Daarom wil het kabinet een doorbraak realiseren op het gebied van een Leven Lang Ontwikkelen (LLO) en een positieve en sterke leercultuur tot stand brengen. Zodat Nederlanders zich blijven ontwikkelen en eigen keuzes kunnen maken. Daarnaast is LLO bedoeld om bij te dragen aan een soepel functionerende arbeidsmarkt. Mensen moeten leren en ontwikkelen meer gaan zien als vanzelfsprekende onderdelen van hun werk en hun leven. Om dit te realiseren is een actieprogramma gestart waarbij meerdere ministeries betrokken zijn (Onderwijs Cultuur en Wetenschap, Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Economische Zaken en Klimaat). Zo zal de fiscale aftrek van scholing plaats maken voor een publiek leer- en ontwikkelbudget, het zogenoemde ‘STAP-budget’ (STimulans ArbeidsmarktPositie). Dat houdt in dat werkenden en niet-werkenden een persoonlijk ontwikkelbudget krijgen van maximaal 1.000 euro per jaar. Het STAP-budget wordt per 1 januari 2022 ingevoerd. De regeling is in grote lijnen uitgewerkt en de definitieve regeling wordt in de loop van 2021 verwacht.