4. Innovatieactiviteiten

Het aandeel innovatieve bedrijven nam in de periode 2010-2016 toe en lag in 2016 ruim boven het EU-gemiddelde. Cijfers van het CBS over 2018 op basis van een in internationaal verband sterk herziene innovatie-enquête laten een daling zien van het aandeel innovatieve bedrijven. In samenhang hiermee is ook het omzetaandeel van nieuwe en verbeterde producten gedaald. De cijfers van het CBS voor 2018 duiden op een bestendiging van een relatieve zwakte van Nederland bij het omzetaandeel van nieuwe en verbeterde producten, maar internationale cijfers ontbreken nog.

Aandeel van innovatieve bedrijven

Het aandeel innovatieve bedrijven in Nederland groeide in 2016 naar 60 procent, een substantiële verbetering na de dip in 2012 (51 procent). Het ligt daarmee boven het EU-gemiddelde van 51 procent. In 2018 komt het aandeel innovatieve bedrijven uit op 50%.

Er lijkt echter sprake te zijn van een breuk. De innovatie-enquêtes die over 2018 zijn gehouden in de verschillende Europese landen zijn sterk herzien in het kader van nieuwe internationale richtlijnen voor het meten van innovatie door statistiekbureaus. Kenmerkend aan de nieuwe methodiek is dat niet langer een onderscheid wordt gemaakt tussen technologische en niet-technologische innovatie. Deze aanpassingen zijn gepaard gegaan met een nieuw ontwerp van de innovatie-enquête. Door het geheel aan veranderingen wordt de vergelijkbaarheid met de cijfers over eerdere jaren bemoeilijkt. Een actuele internationale vergelijking over 2018 is nog niet mogelijk. In november 2020 worden internationale innovatiecijfers van Eurostat over dat jaar voorzien.

Aandeel innovatieve bedrijven, totaal, 2010-2018 (% van het totaal aantal bedrijven)

Aandeel innovatieve bedrijven, totaal, 2010-2018 (% van het totaal aantal bedrijven)
NederlandEU-gemiddelde
201057%53%
201251%49%
201455%49%
201660%51%
201850%
Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek, Eurostat Brontabel als csv (93 bytes)

Cijfers over eerdere jaren geven een beeld van de positie van Nederland internationaal bij het aandeel van technologisch innovatieve en niet-technologisch innovatieve bedrijven afzonderlijk. Binnen de groep van innovatieve bedrijven is het aandeel bedrijven dat alleen technologisch innoveert in Nederland flink hoger dan het EU-gemiddelde (27 procent in 2016, tegenover 14 procent gemiddeld in de EU), terwijl het aandeel van bedrijven dat alleen niet-technologisch innoveert juist lager ligt (7 procent, tegenover 11 procent gemiddeld in de EU). Voor het succesvol introduceren van technologische (product- en proces)innovaties op de markt investeren bedrijven niet alleen in technologische, maar ook in niet-technologische innovatie (marketing- en organisatorische innovatie). Samen met R&D, intellectueel eigendom, software, databases en menselijk kapitaal vormen deze investeringen het ‘niet-tastbare vermogen’ (‘intangible assets’, ook bekend als ‘knowledge-based capital’).

Aandeel innoverende bedrijven, naar type innovatie, 2010-2016 (%)

Aandeel innoverende bedrijven, naar type innovatie, 2010-2016 (%)
niet-technologischtechnologisch + niet-technologischtechnologisch
2010, NL10%28%19%
2010, EU14%27%12%
2012, NL7%29%16%
2012, EU13%24%12%
2014, NL8%25%22%
2014, EU12%24%13%
2016, NL7%25%27%
2016, EU11%26%14%
Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek, Eurostat Brontabel als csv (243 bytes)

Omzet met innovatieve producten

Nederlandse bedrijven haalden in 2016 10 procent van hun omzet uit technologisch nieuwe en sterk verbeterde producten, ongeveer evenveel als in voorgaande jaren, maar wel aanzienlijk minder dan gemiddeld in de EU (13 procent).

Vanwege de verbreding van het innovatiebegrip wordt de omzet met nieuwe en verbeterde producten vanaf het verslagjaar 2018 gemeten inclusief omzet behaald met producten die niet-technologisch zijn vernieuwd. Concreet gaat het daarbij om veranderingen in het ontwerp van producten. Het omzetaandeel van nieuwe en verbeterde productie volgens deze bredere definitie bedraagt over 2018 8% in Nederland. De daling van dit cijfer ten opzichte van het eerdere cijfer over 2016 hangt samen met de daling van het aandeel innovatieve bedrijven in 2018.

Een mogelijke verklaring voor de (structureel) lagere Nederlandse score bij het omzetaandeel van nieuwe en verbeterde producten is dat wellicht relatief veel van de innovatieve producten die door bedrijven in Nederland ontwikkeld zijn, in andere landen geproduceerd worden (vanuit kostenoverwegingen en om dicht bij de markt te produceren voor afstemming van productkarakteristieken op lokale voorkeuren) en vanuit die landen worden afgezet. Dan tellen ze niet mee in de omzet van bedrijven in Nederland.

Omzetaandeel uit nieuwe of sterk verbeterde producten, 2010-2018 (%)

Omzetaandeel uit nieuwe of sterk verbeterde producten, 2010-2018 (%)
NederlandEU-gemiddelde
201010%13%
201212%12%
201411%13%
201610%13%
20188%
Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek, Eurostat Brontabel als csv (92 bytes)