Innovatie

Innovatie is één van de belangrijkste bronnen voor economische groei en welvaart. Nieuwe of verbeterde producten en diensten hebben een hogere toegevoegde waarde en door verbeterde processen kan de productie sneller, efficiënter, duurzamer en goedkoper plaatsvinden. Bedrijven innoveren omdat dit winstkansen biedt en hun concurrentiepositie kan versterken. Daarnaast hebben innovaties een breder maatschappelijk belang. Nieuwe producten en processen dragen bij aan het oplossen van maatschappelijke vraagstukken.

Innovatie: hoe staat Nederland ervoor?

 

In vergelijking met andere landen scoort Nederland in het algemeen bovengemiddeld tot goed op innovatie. Deze score wordt mede bepaald door de onderstaande indicatoren.

1. European Innovation Scoreboard

Nederland staat in 2019 op de vierde plek in het European Union Scoreboard, dezelfde plaats als in 2018 en 2017. Nederland behoort tot de kopgroep van zogenaamde innovatieleiders in Europa: landen die in het scoreboard meer dan 20 procent boven het EU-gemiddelde scoren. Klik hier voor meer informatie over de positie van Nederland op de European Innovation Scoreboard.

2. Research & Development (R&D)

De relatieve omvang van de R&D-investeringen in Nederland vertoont de afgelopen jaren een lichte opwaartse trend. De totale R&D-intensiteit ligt met 1,99 procent van het bbp in 2017 net iets hoger dan het gemiddelde in de EU (i.c. 1,97%). De private R&D-uitgaven zijn sinds 2011 gestaag toegenomen, maar blijven als percentage van het bbp nog achter bij het EU-gemiddelde, dat eveneens gestaag is toegenomen. Klik hier voor meer informatie over de prestaties van Nederland op het gebied van R&D.

3. Intellectuele-eigendomsrechten

Nederland behoort al jaren wereldwijd tot de landen met de meeste octrooiaanvragen: ook een indicator voor de innovatiekracht van een land. Per miljard euro bbp stond Nederland op de 5e plek. Aanvragen voor intellectuele-eigendomsrechten van handelsmerken vanuit Nederland groeien gestaag. De aanvragen voor modelrechten kenden in 2018 een daling, zowel in Nederland als gemiddeld in de EU. Een sterke stijging in Nederland in voorgaande jaren heeft ertoe geleid dat Nederland het EU-gemiddelde dicht is genaderd. Klik hier voor meer informatie over de prestaties van Nederland op het gebied van Intellectuele-eigendomsrechten.

4. Innovatieactiviteiten

Het aandeel innovatieve bedrijven in Nederland nam verder toe in 2016 (60%) en ligt daarmee boven het EU-gemiddelde (51%). Daarbinnen is het aandeel bedrijven dat alleen technologisch innoveert in Nederland flink hoger (27%, tegenover 14% gemiddeld in de EU, 2016), daarentegen ligt het aandeel van bedrijven dat alleen niet-technologisch (zoals organisatorisch) innoveert lager (7%, tegenover 11% gemiddeld in de EU, 2016). Nederlandse bedrijven haalden in 2016 10 procent van hun omzet uit (technologisch) nieuwe en sterk verbeterde producten, ongeveer evenveel als in voorgaande jaren maar minder dan gemiddeld in de EU (13%). Kik hier voor meer informatie over de prestaties van Nederland op het gebied van innovatieactiviteiten.

Innovatie: wat is het beleid?

 

Om innovatieactiviteiten van bedrijven te bevorderen, kent het bedrijvenbeleid een mix van financiële innovatie-instrumenten. Een groot deel van de instrumenten is generiek van aard, wat inhoudt dat ze niet-themagebonden bedrijven stimuleren om R&D te verrichten en innovaties te realiseren. Daarnaast kent het innovatiebeleid specifieke instrumenten, die gericht zijn op onderzoek en innovatie door bedrijven en kennisinstellingen op thematische gebieden, zoals de PPS-toeslag en de bekostiging van TO2-instellingen. De specifieke instrumenten zijn gerelateerd aan het missiegedreven topsectoren- en innovatiebeleid, dat zich richt op maatschappelijke uitdagingen en sleuteltechnologieën.

Generieke versus specifieke innovatie-instrumenten

Voor generieke instrumenten bedoeld voor innovatieve bedrijven (WBSO, Eurostars, Innovatiekrediet, Seed Capital en Vroegefasefinanciering) is in 2020 € 1,42 miljard beschikbaar (de Innovatiebox van het Ministerie van Financiën is niet meegeteld). Voor specifieke instrumenten die rechtstreeks ondersteuning bieden aan bedrijven voor R&D en innovatie (MIT, JTI’s, Eureka Clusters, SBIR) is voor 2020 € 0,08 miljard begroot. Uitgedrukt als percentage is 5% van de rechtstreeks op bedrijven gerichte middelen voor R&D en innovatie in 2019 specifiek. Kijkend naar de mate waarin innovatie-instrumenten voor bedrijven benut worden door het mkb, dan wel grootbedrijf, gaat twee derde naar het mkb (67%). Ter vergelijking: het mkb verricht 43% van alle private R&D in Nederland.

Als onderdeel van het missiegedreven topsectoren- en innovatiebeleid bundelen departementen middelen in kennis- en innovatieagenda’s. Om een indruk te krijgen van de hoogte van de inzet voor specifiek beleid zijn alle middelen die betrekking hebben op de topsectoren opgeteld, zowel van EZK als andere ministeries. De figuur laat de uitkomsten voor 2013 en 2019 zien in vergelijking met het generieke deel van het innovatie-instrumentarium. De Rijksbrede specifieke inzet is in de periode 2013-2019 met 10 procent toegenomen. Dat is lager dan de toename van de generieke inzet (12%).

Budget innovatie-instrumenten, 2012-2018: generiek en specifiek

Budget innovatie-instrumenten, 2012-2018: generiek en specifiek Uitgaven aan generiek en specifiek innovatiebeleid in € mln
20132019
Generiek12171365
Specifiek EZK761866
Specifiek Rijksbreed (incl. EZK)10271131
Bron: Ministerie van Economische Zaken & Klimaat Brontabel als csv (99 bytes)