3. Aandeel technici in afgestudeerden

Nederland leidt in internationaal perspectief weinig technici op. Afgaand op het aandeel technici onder afgestudeerden in het hoger onderwijs staat Nederland internationaal gezien bijna onderaan, ondanks een stijging van het aantal afgestudeerde technici van 9,9 per 1000 inwoners in 2014 naar 10,3 in 2015.

Stijgend maar achterblijvend aandeel afgestudeerde technici in Nederland

Over een langere periode bezien stijgt het aantal afgestudeerden in een technische richting in Nederland, maar het aandeel blijft internationaal vergeleken achter. In 2001 telde Nederland 6,1 afgestudeerden tertiair onderwijs in wiskunde, natuurwetenschappen en technologie per 1000 inwoners. Zo’n 15 jaar later is dat opgelopen naar 10,3 afgestudeerden per 1000 inwoners. Ook internationaal is deze opwaartse trend zichtbaar. Voor de EU als geheel is de toename van technici zelfs nog wat sterker geweest, waardoor het verschil met de EU de laatste jaren nog iets is toegenomen. Vermoedelijk wordt het achterblijvende aandeel bètatechnici van Nederland deels verklaard door een andere bedrijfstaksamenstelling, maar hiervoor ontbreken vooralsnog de gegevens om dit te bepalen.

Afgestudeerden tertiair onderwijs (ISCED 5-8) in wiskunde, natuurwetenschappen, technologie en de bouw per 1.000 inwoners in de leeftijdscategorie 20-29

Afgestudeerden tertiair onderwijs (ISCED 5-8) in wiskunde, natuurwetenschappen, technologie en de bouw per 1.000 inwoners in de leeftijdscategorie 20-29
EU (27 landen)FinlandNederland
200110,617,26,1
200211,117,46,6
200312,117,47,3
200412,517,97,9
200513,218,18,6
200613,517,99
200713,918,88,9
200814,624,38,8
200914,6198,9
201015,424,29,2
20111721,29,4
201217,121,710,7
201318,4229,5
201418,822,39,9
201519,123,710,3
Bron: Eurostat Brontabel als csv (329 bytes)

Stijging technische studiekeuze stabiliseert

Nationale cijfers over het technisch onderwijs laten over een langere periode een toename zien in het percentage studenten dat kiest voor een technische richting. In het hbo nam het percentage in 11 jaar toe van 18 procent tot 24 procent en in het wo van 28 procent tot 35 procent. Dit is mede dankzij een groeiend aandeel havo/vwo-scholieren met een technisch profiel dat vervolgens ook een vervolgopleiding in de techniek kiest. In het mbo is er over de langere termijn bekeken sprake van een stabiel instroompercentage rond de 29 procent. In het vmbo is het percentage dat een technische vervolgopleiding koos min of meer stabiel in de periode 2006-2018.

Aandeel bètachniek binnen instroom mbo, hbo en wo, 2007/2008, 2014/2015-2018/2019 (%)

Aandeel bètachniek binnen instroom mbo, hbo en wo, 2007/2008, 2014/2015-2018/2019 (%)
mbohbowo
2007-2008291828
2014-2015272334
2015-2016292436
2016-2017292536
2017-2018292536
2018-2019292435
Bron: Monitor Techniekpact 2018 Brontabel als csv (133 bytes)
Doorstroom naar bètatechnische vervolgopleiding vmbo/havo/vwo, 2006/2007-2017/2018 (%)
vmbohavovwo
2006-20075458
2007-2008305658
2008-2009295559
2009-2010295356
2010-2011295357
2011-2012285559
2012-2013285761
2013-2014296065
2014-2015306165
2015-2016305965
2016-2017306065
2017-2018305965
Bron: Monitor Techniekpact 2018 Brontabel als csv (254 bytes)