PPS-toeslag (voorheen TKI-toeslag)

Met de “PPS-toeslag Onderzoek en Innovatie” stimuleert het ministerie van Economische Zaken private financiële inleg voor privaat-publieke samenwerking (PPS) tussen bedrijven en onderzoeksorganisaties. Kennisontwikkeling, -verspreiding en innovatie is gebaat bij een intensieve samenwerking tussen de excellente Nederlandse publieke kennisinfrastructuur en innovatieve bedrijven. In 2016 is er een tussentijdse evaluatie van de regeling verricht.

Belangrijkste resultaten

  • De geschatte omvang van publieke en private investeringen in PPS-projecten was in 2017 € 1.250 miljoen.
  • Het aandeel private middelen is nagenoeg gelijk gebleven en bedroeg 46 procent in 2017, hetgeen overeenkomt met € 577 miljoen aan private middelen.

Feiten en cijfers

De geschatte omvang van middelen in PPS-programma’s TKI, inclusief het private aandeel vindt u hier.

Ongeveer 40 procent van de deelnemende partijen bij inzetprojecten is mkb-er. Dat percentage blijft over de jaren heen min of meer constant. Anders dan grote bedrijven en kennisinstellingen werken mkb-deelnemers vaak maar aan één of twee PPS-projecten. Kennisinstellingen en grote bedrijven werken vaak samen in tien of meer verschillende projecten.

Instrumenten PPS-toeslag

De PPS-toeslag bestaat uit een aantal instrumenten. Er zijn de volgende mogelijkheden:

  • PPS-programmatoeslag voor het TKI. Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI’s) zetten programmatoeslag in voor onderzoek en ontwikkeling of voor innovatieactiviteiten. Het TKI kan de programmatoeslag inzetten voor samenwerkingsprojecten, netwerkactiviteiten of innovatiemakelaars.
  • PPS-projecttoeslag voor een samenwerkingsverband via het TKI. Het TKI zet de PPS-projecttoeslag in voor privaat-publieke samenwerkingsverbanden die zich bezighouden met R&D. Hiervoor geldt geen minimale omvang.
  • PPS-projecttoeslag voor een samenwerkingsverband – via de penvoerder. Een samenwerkingsverband bestaat minimaal uit een onderzoeksinstelling en een ondernemer. De deelnemers bepalen samen de omvang van het samenwerkingsproject, voeren het samen uit, en delen het risico en de resultaten ervan. De ondernemer levert een cash financiële bijdrage van 30% aan een project van minimaal € 2 mln subsidiabele kosten.

In 2017 is in totaal bijna € 143 miljoen PPS-toeslag verleend. Hiervan bedroeg € 128 miljoen programmatoeslag voor TKI’s, ruim € 8 miljoen is besteed aan projecttoeslag voor TKI’s en  € 0,7 miljoen PPS-toeslag is verleend aan een samenwerkingsverband.

Meer informatie over de PPS-toeslag vindt u hier

Behandelde aanvragen PPS-toeslag per jaar
ProgrammatoeslagProjecttoeslag samenwerkingsverbandProjecttoeslag TKIOverig
201319000
2014180110
2015170297
2016120172
2017122291
Brontabel als csv (160 bytes)

Verschuiving van fundamenteel naar toegepast onderzoek

Onderzoeksprojecten waar de TKI’s in 2016 PPS-toeslag op inzetten, kunnen worden verdeeld naar type onderzoek (in termen van projectkosten). Van de projecten die in 2016 gestart zijn betrof de helft van de begrote kosten het uitvoeren van toegepast onderzoek. Dat is meer dan in 2015, toen het zwaartepunt bij fundamenteel onderzoek lag, maar minder dan in 2013 en 2014.

Verdeling deelnemers PPS-inzetprojecten naar type organisatie, 2013-2016 PPS-inzetprojecten
GRBKIMKBOverigBuitenland
Projecten gestart in 2013642914030136
Projecten gestart in 20141085326849171
Projecten gestart in 20151235733685225
Projecten gestart in 20161045425282198
Bron: TKI’s; classificatie Nederlandse deelnemers door RVO Brontabel als csv (210 bytes)
Verdeling deelnemers PPS-grondslagprojecten naar type organisatie, 2013-2016 PPS-grondslagprojecten
GRBKIMKBOverigBuitenlandOnbekend (NL)
20131735774356371
201427211122253301513
201531510823843371771
20162869718311852472953
Bron: TKI’s; classificatie Nederlandse deelnemers door RVO Brontabel als csv (159 bytes)
Verdeling projectkosten naar type onderzoek, 2013-2016 PPS-inzetprojecten
wv fundamenteel onderzoekwv toegepast onderzoekwv experimenteel onderzoek
2013€ 34.549.441,00€ 241.917.377,00€ 452.051,00
2014€ 47.686.223,00€ 146.775.294,00€ 10.005.431,00
2015€ 207.006.660,00€ 164.096.587,00€ 28.597.837,00
2016€ 114.320.856,30€ 146.894.425,40€ 17.998.096,40
Bron: TKI’s; classificatie Nederlandse deelnemers door RVO Brontabel als csv (321 bytes)

Verdeling naar topsector toont zwaartepunt bij HTSM en LSH

De verdeling van de geschatte PPS-omvang naar topsector laat zien dat HTSM en LSH in 2017 de grootsten zijn. Het private aandeel schommelt rond de 40 procent. Verschillen tussen topsectoren zijn deels te herleiden naar het type onderzoek dat binnen de topsector in PPS-verband wordt uitgevoerd. Bij fundamenteel onderzoek is de private bijdrage doorgaans lager, dan bij toegepast onderzoek.

Omvang PPS-projecten en private bijdrage per topsector, 2017 (€ mln) PPS-grondslagprojecten
Omvang private bijdrage aan PPS (voorlopige cijfers mbt 2017)Geschatte omvang PPS (voorlopige cijfers mbt 2017)
Agrofood4171
Energie en BBE60139
Water3777
Chemie2377
ClickNL1219
HTSM151344
Logistiek1019
LSH219460
Tuinbouw en Uitgangsmaterialen2345
Totaal5771250
Bron: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Brontabel als csv (295 bytes)
Privaat aandeel in PPS-projecten per topsector, 2015-2017 PPS-grondslagprojecten
Topsector201520162017
Creatieve industrie50%50%64%
Agrifood59%58%57%
Logistiek49%50%52%
Tuinbouw en Uitgangsmaterialen51%51%50%
Water49%51%50%
LSH58%55%48%
HTSM42%45%44%
Energie47%46%43%
Chemie48%33%30%
Bron: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Brontabel als csv (243 bytes)

Regionale verdeling van deelnemers PPS

Hieronder vindt u de verdeling  van het aantal unieke PPS-deelnemers in de periode 2013-2016 voor de 40 COROP-gebieden ten opzichte van het gemiddelde van Nederland. Met name Delft en het Westland scoren ver boven het gemiddelde van Nederland.

PPS: aantal unieke deelnemers als percentage van totaal aantal bedrijven per COROP-regio t.o.v. gemiddelde Nederland, 2013-2016
COROP naamaantal unieke PPS deelnemers als percentage van het totaal aantal bedrijfsvestigingen 2013-2016 ten opzichte van gemiddelde Nederland (gemiddelde Nederland = 100%)
Oost-Groningen69%
Delfzijl e.o.38%
Overig Groningen128%
Noord-Friesland76%
Zuidwest-Friesland51%
Zuidoost-Friesland89%
Noord-Drenthe65%
Zuidoost-Drenthe36%
Zuidwest-Drenthe32%
Noord-Overijssel62%
Zuidwest-Overijssel101%
Twente122%
Veluwe114%
Achterhoek51%
Arnhem/Nijmegen115%
Zuidwest-Gelderland117%
Utrecht131%
Kop van Noord-Holland57%
Alkmaar e.o.67%
IJmond61%
Agglomeratie Haarlem40%
Zaanstreek35%
Groot-Amsterdam95%
Het Gooi en Vechtstreek90%
Agglomeratie Leiden en Bollenstreek128%
Agglomeratie �s-Gravenhage128%
Delft en Westland319%
Oost-Zuid-Holland86%
Groot-Rijnmond110%
Zuidoost-Zuid-holland87%
Zeeuwsch-Vlaanderen83%
Overig Zeeland55%
West-Noord-Brabant76%
Midden-Noord-Brabant79%
Noordoost-Noord-Brabant82%
Zuidoost-Noord-Brabant130%
Noord-Limburg140%
Midden-Limburg66%
Zuid-Limburg93%
Flevoland94%
Bron: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Brontabel als csv (1 kB)