Bedrijvenbeleid: vijf belangrijke feiten

Hier vindt u vijf belangrijke feiten over het bedrijvenbeleid:

  1. Het specifieke financiële aandeel van topsectorenaanpak in bedrijvenbeleid is minder dan 10 procent
  2. Het mkb speelt een grote rol in het bedrijvenbeleid
  3. Fundamenteel onderzoek tot nu toe niet in de knel
  4. Veel crossovers tussen bedrijven, met name bij jonge bedrijven
  5. Groot aandeel maatschappelijke uitdagingen in het bedrijvenbeleid

1. Het specifieke financiële aandeel van topsectorenaanpak in bedrijvenbeleid is minder dan 10%

Het bedrijvenbeleid richt zich op alle bedrijven in Nederland. Met het specifieke spoor ‘topsectorenaanpak’ werken het bedrijfsleven en met name de topsectoren, universiteiten, onderzoekscentra en de overheid samen aan kennis en innovatie, internationalisering, human capital en aan het verminderen van regeldruk om de positie van Nederland nog sterker te maken. De indruk kan ontstaan dat de topsectorenaanpak het grootste aandeel heeft in de innovatie-instrumenten van EZ, maar dat is niet het geval. Het aandeel van de topsectorenaanpak in de innovatie-instrumenten van EZ bedraagt namelijk minder dan 10 procent.

De specifieke financiële middelen (zie tabel) voor de topsectorenaanpak bestaan uit de pps-toeslag en de Mkb-Innovatiestimulering Regio en Topsectoren (MIT): totaal € 130 miljoen. De pps-toeslag prikkelt bedrijven publiek-private samenwerkingsprojecten te doen. De MIT betrekt midden- en kleinbedrijven bij de topsectoren.

Rijksbrede financiële middelen voor Topsectorenbeleid, 2017 (€ mln)
Omvang (€ mln)
Specifieke innovatie-instrumenten EZ (i.c. pps-toeslag en MIT)130
Ondersteunend beleid891
Totaal1021
Bron: Rijksbegroting 2017 Brontabel als csv (126 bytes)

Als ook het ondersteunend beleid wordt meegenomen, gaat er € 1,0 miljard aan financiële middelen om in de topsectorenaanpak. Op een totaal van € 7,5 miljard Rijksbrede middelen voor onderzoek en innovatie (zie ook punt 3) bedraagt het topsectorenaandeel dan bijna 14 procent. Bij het ondersteunend beleid gaat het om specifieke bijdragen van departementen aan de topsectorenaanpak, om een deel van de onderzoeksmiddelen van NWO, STW en KNAW gericht op de topsectoren en om specifiek ingezette middelen voor de topsectoren door de TO2-instituten voor toegepaste onderzoeken.

2. Het mkb speelt een grote rol binnen het bedrijvenbeleid

Het bedrijvenbeleid richt zich op alle bedrijven: van klein, middel tot groot. Het mkb is een omvangrijke en gevarieerde doelgroep. Dat vraagt om maatwerk rond financiering en stimulering van innovatie.

Het mkb gebruikt de beschikbare middelen van het bedrijvenbeleid goed. Inclusief de fiscale faciliteiten gaat naar schatting zo’n driekwart van alle beleidsgelden van het bedrijvenbeleid naar het mkb. Van het totale budget voor innovatie-instrumenten kwam in 2016 62 procent terecht bij het mkb. Ter vergelijking: het mkb verricht 41procent van alle private R&D in Nederland.

Het mkb is ook nauw betrokken bij het topsectorenbeleid. Zo waren in 2014 van de deelnemende Nederlandse bedrijven aan de TKI’s circa 90 procent afkomstig uit het mkb (totaal 2.600 bedrijven). Bij de MIT waren in 2016 1.287 mkb’ers betrokken.

Benutting van budget innovatie-instrumenten: verdeling naar mkb en grootbedrijf, 2016 (%)
Aandeel
Mkb62%
Grootbedrijf38%
Bron: ministerie van Economische Zaken Brontabel als csv (37 bytes)

3. Fundamenteel onderzoek tot nu toe niet in de knel

Fundamenteel onderzoek is belangrijk voor de kennisbasis van ons land. Het is gericht op het verwerven van kennis, zonder direct stil te staan bij de mogelijke toepassingen van die kennis. Fundamenteel onderzoek draagt bij aan (toekomstige) innovaties en daarmee aan economische groei. Publieke R&D-middelen worden in de huidige beleidsaanpak ingezet om publiek-private onderzoekssamenwerking tussen kennisinstellingen en bedrijven te bevorderen.

In de kabinetsperiode 2012-2017 heeft het kabinet maatregelen genomen om de overheidsfinanciën te consolideren. Daarbij zijn de onderzoeks- en innovatie-uitgaven grotendeels ontzien, en dat geldt zeker voor het fundamenteel onderzoek. Voor fundamenteel onderzoek in 2017 is bijna € 3,4 miljard beschikbaar aan Rijksmiddelen en dat was bijna € 3 miljard in 2012. Daarnaast kunnen de overige uitgaven van de departementen (€ 1.1 miljard) ook deels voor fundamenteel of toegepast onderzoek benut worden.

In de tabel is de ontwikkeling van de publieke uitgaven aan onderzoek en innovatie (inclusief belastingprikkels aan bedrijven) weergegeven voor de periode 2015-2020. De huidige meerjarenramingen laten vanaf 2016 een lichte daling van de publieke middelen voor onderzoek en innovatie zien. Volgens berekeningen van het Rathenau Instituut (Totale Investeringen in Wetenschap en Innovatie 2015-2021) dalen de publieke middelen voor onderzoek en innovatie (inclusief de innovatiebox) in verhouding tot het bbp van 1,13 procent van het bbp in 2016 tot 1,03 procent van het bbp in 2020.

Meerjarenoverzicht overheidsmiddelen voor innovatie en onderzoek, 2015-2020 (€ mln)
2012*201520162017201820192020
Fundamenteel onderzoek2.9703.3293.3963.3673.3173.3353.353
Toegepast onderzoek483406404375361359359
Uitgaven departementen1.4531.1461.2211.1451.1431.1261.131
Fiscale middelen voor R&D en innovatie (WBSO en Innovatiebox)1.4942.1962.5442.5812.5812.5812.581
wv. Innovatiebox6251.1861.3901.3651.3651.3651.365
Totaal6.4007.0767.5667.4687.4567.4007.424
Bron: Nederlands Nationaal Hervormingsprogramma 2017, op basis van TWIN 2017 (Rathenau Insituut) Brontabel als csv (435 bytes)

4. Veel cross-overs tussen bedrijven, met name bij jonge bedrijven

De topsectorenaanpak leidt tot zogenaamde cross-overs, waarbij bedrijven uit verschillende sectoren met elkaar samenwerken. Dat blijkt onder meer uit analyse van de TKI-projecten. Bij bijna 60 procent van het TKI-onderzoek zijn bedrijven betrokken van buiten de eigen topsector of zelfs van buiten de topsectoren. Dit is goed nieuws, want radicale innovaties ontstaan vaak op het snijvlak tussen kennisgebieden en sectoren waar nieuwe combinaties en toepassingen ontstaan (cross-overs). Ook goed nieuws is dat jonge bedrijven vaker deelnemen in cross-overs dan oudere bedrijven. Jonge uitdagers, zo leert de praktijk, komen vaak eerder met ‘radicale’ innovaties dan meer volwassen bedrijven die nog verder voortbouwen op eerdere innovaties. Dit wordt op deze website verder toegelicht bijj cross-overs en jonge bedrijven.

5. Groot aandeel maatschappelijke uitdagingen in het bedrijvenbeleid

Nieuwe technologieën en innovaties spelen een belangrijke rol bij het oplossen van maatschappelijke vraagstukken. Duurzame innovaties richten zich onder meer op voedsel, kwaliteit van water, beperken van afhankelijkheid van fossiele grondstoffen en fossiele energiebronnen. Dergelijke innovaties dragen bij aan het verduurzamen van Nederland en bieden tegelijkertijd ook nieuwe verdienkansen voor Nederlandse bedrijven wereldwijd en worden ondersteund door het bedrijvenbeleid.

De maatschappelijke uitdagingen hebben een groot aandeel in het bedrijvenbeleid. Van de innovatieprojecten heeft ongeveer 67 procent betrekking op duurzame initiatieven, waarmee 72 procent van het budget is gemoeid. In totaal wordt met het innovatie-instrumentarium van het bedrijvenbeleid zodoende een bedrag van bijna € 1,2 miljard geïnvesteerd in duurzame innovatie-initiatieven. Aan het “groenegroeibeleid” levert het innovatie-instrumentarium een investering van iets meer dan € 360 miljoen. Dit wordt op deze website verder toegelicht onder het thema duurzame groei.

Aandeel projecten in het innovatie-instrumentarium dat bijdraagt aan duurzaamheid (schatting), 2016 (%)
Maatschappelijke uitdagingenGroene groei
Aandeel projecten in het innovatie-instrumentarium dat bijdraagt aan duurzaamheid67%13%
Bron: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Brontabel als csv (135 bytes)
Aandeel budgetten in het innovatie-instrumentarium dat bijdraagt aan duurzaamheid (schatting), 2016 (%)
Maatschappelijke uitdagingenGroene groei
Totaal72%23%
Energie-innovatie100%100%
Innovatiekrediet100%6%
SEED-fondsen100%37%
SBIR95%35%
Innovatie Prestatie Contracten (IPC)94%53%
Eureka-clusters82%10%
MIT74%45%
Vroege Fase Financiering (VFF)74%5%
WBSO/RDA69%15%
TKI-toeslag (gecommitteerde TKI-toeslag 2016)59%37%
Eurostars43%7%
Joint Technology Initiatives (JTI)40%0%
Bron: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Brontabel als csv (409 bytes)