Bedrijvenbeleid: vijf belangrijke feiten

Hier lichten we vijf belangrijke feiten over het bedrijvenbeleid verder toe:

  1. Aandeel topsectoren in bedrijvenbeleid
  2. Aandeel en betrokkenheid mkb in bedrijvenbeleid
  3. Middelen voor fundamenteel onderzoek
  4. Cross-overs en jonge bedrijven
  5. Maatschappelijke uitdagingen in het bedrijvenbeleid

1. Aandeel topsectoren in bedrijvenbeleid

In de afgelopen jaren heeft de topsectorenaanpak de nodige aandacht getrokken; vaak meer dan het generieke bedrijvenbeleid waar de meeste financiële middelen aan worden besteed. De aandacht voor de topsectorenaanpak is begrijpelijk omdat het hier om een nieuwe beleidsaanpak gaat waarin EZ samen met bedrijven, kennisinstellingen en andere ministeries optrekken en die een trendbreuk heeft veroorzaakt in de publiek-private onderzoekssamenwerking in Nederland.

Toch heeft het bedrijvenbeleid, waar de topsectorenaanpak een specifiek onderdeel van is, een overwegend generiek karakter. Het aandeel van de topsectoren in de innovatie-instrumenten van EZ is namelijk minder dan 10 procent. De specifeke financiële middelen voor het topsectorenbeleid bedragen in totaal € 109 miljoen, bestaande uit de TKI-toeslag en de MIT (zie tabel). Om bedrijven te prikkelen publiek-private samenwerkingsprojecten te doen, is er de TKI-toeslag. De mkb-innovatiestimulering (Regio en) Topsectoren (MIT) is bedoeld om het mkb bij de topsectoren te betrekken.

Rijksbrede financiële middelen voor Topsectorenbeleid, 2016 (€ mln)
Omvang (€ mln)
Specifieke innovatie-instrumenten EZ (i.c. TKI-toeslag en MIT)109
Flankerend beleid967
Totaal1076
Bron: Rijksbegroting 2015 Brontabel als csv (123 bytes)

Als ook het flankerend beleid voor topsectoren wordt meegenomen, gaat er bijna € 1,1 miljard om in het topsectorenbeleid. Op een totaal van € 6,8 miljard Rijksbrede middelen voor R&D en innovatie bedraagt het topsectorenaandeel dan bijna 16 procent. Bij het flankerend beleid gaat het om specifieke bijdragen van departementen aan de topsectorenaanpak, om een deel van de onderzoeksmiddelen van NWO, STW en KNAW gericht op de topsectoren en om  specifiek ingezette middelen voor de topsectoren door de TO2-instituten voor toegepast onderzoeken.

2. Aandeel en betrokkenheid mkb in bedrijvenbeleid

Bij het bedrijvenbeleid gaat het om grote én mkb-bedrijven, om het samenspel tussen beide en om de onderlinge synergie. Het mkb is een omvangrijke doelgroep en kent een grote variëteit. Dat maakt maatwerk nodig in het instrumentarium van het bedrijvenbeleid zoals rond financiering en stimulering van innovatie.

Het mkb maakt in ruime mate gebruik van de beschikbare middelen van het bedrijvenbeleid. Inclusief de fiscale faciliteiten gaat grofweg zo’n driekwart van alle beleidsgelden van het bedrijvenbeleid naar het mkb. Wat specifieker afgebakend naar het totale budget voor innovatie-instrumenten heeft het mkb een aandeel van circa 65 procent. Ter vergelijking: het mkb verricht 40 procent van alle private R&D in Nederland.

Het mkb is ook nauw betrokken bij het topsectorenbeleid. Zo waren in 2014 van de deelnemende Nederlandse bedrijven aan de TKI’s circa 90 procent afkomstig uit het mkb (totaal 2.600 bedrijven). Bij de MIT waren 662 mkb’ers betrokken (exclusief netwerkactiviteiten).

Benutting van budget innovatie-instrumenten: verdeling naar mkb en grootbedrijf, 2015 (%)
Aandeel
Mkb63%
Grootbedrijf37%
Bron: ministerie van Economische Zaken Brontabel als csv (37 bytes)

3. Middelen voor fundamenteel onderzoek

Fundamenteel onderzoek is belangrijk voor de kennisbasis van ons land. Het draagt bij aan innovaties en daarmee aan economische groei. Publieke R&D-middelen worden in de huidige beleidsaanpak ingezet voor publieke R&D-investeringen om private R&D-investeringen uit te lokken en publiek-private onderzoekssamenwerking te bevorderen.

De tabel laat zien dat de middelen voor het fundamenteel onderzoek de afgelopen jaren niet in de knel zijn gekomen. Dit ondanks tijden van budgettaire krapte. Echter bij ongewijzigd beleid zullen de totale middelen voor onderzoek en innovatie als percentage van het bbp de komende jaren wel gaan afnemen: van 0,9 procent bbp in 2015 naar 0,8 procent bbp in 2018 (inclusief innovatiebevorderende belastingprikkels WBSO en Innovatiebox). Dalende publieke middelen beperken mogelijk in de toekomst de hefboomwerking van het innovatiebeleid.

Meerjarenoverzicht overheidsmiddelen voor innovatie en onderzoek, 2014-2018 (€ mln)
20142015201620172018
Fundamenteel onderzoek3.2433.3263.2963.2733.250
Toegepast onderzoek435397388370365
Uitgaven departementen1.3351.5591.3591.2901.243
Fiscale middelen voor R&D en innovatie1.6711.6681.7791.7561.756
Totaal6.6846.9496.8216.6896.614
Bron: Nederlands Nationaal Hervormingsprogramma 2016, op basis van TWIN 2016 (Rathenau Insituut) Brontabel als csv (289 bytes)

4. Cross-overs en jonge bedrijven

De topsectorenaanpak leidt tot zogenaamde cross-overs. Dat blijkt onder meer uit analyse van de TKI-projecten. Bij bijna 60 procent van het TKI-onderzoek zijn bedrijven betrokken van buiten de eigen topsector of zelfs van buiten de topsectoren. Dit is goed nieuws, want radicale innovaties ontstaan vaak op het snijvlak tussen kennisgebieden en sectoren waar nieuwe combinaties en toepassingen ontstaan (cross-overs). Opmerkelijk daarbij is dat jonge bedrijven meer meedoen aan die cross-overs dan oudere bedrijven. Jonge uitdagers, zo leert de praktijk, komen vaak eerder met ‘radicale’ innovaties dan oudere bedrijven die nog verder voortbouwen op eerdere innovaties. Dit wordt op deze website verder toegelicht bij cross-overs en jonge bedrijven.

Het bedrijfsleven investeert volop in vernieuwing, in veel gevallen daarbij gebruikmakend van allerlei instrumenten uit het bedrijvenbeleid. Dit geldt zeker voor veelbelovende jonge bedrijven (start-ups). Zo onderscheidt het Financieele Dagblad zogenaamde 'Gazellen' (snelgroeiende bedrijven) en 'Nieuwe Kampioenen' (innovatieve bedrijven met sterke potentie voor de toekomst). Deze uitdagers blijken intensief van het bedrijvenbeleid gebruik te maken. Dit wordt op deze website verder toegelicht bij FD Kampioenen en Gazellen veelvuldig in het bedrijvenbeleid.

Maar ook gevestigde bedrijven innoveren, en regelmatig doen ze dat in publieke private samenwerking. Zo investeerde ASML recent 10 miljoen euro in een instituut voor nanolithografie. Shell, Akzo Nobel en BASF investeerden samen met enkele universiteiten in extra onderzoek in de komende tien jaar. Zij gaan onder andere kijken naar het gebruik van CO2 als grondstof voor de productie van nieuwe materialen of chemicaliën nadat het gas is afgevangen bij industriële processen.

5. Maatschappelijke uitdagingen in het bedrijvenbeleid

Naast dat bedrijven zelf ook (winst)kansen zien om met hun producten en hun werkzaamheden duurzamer te werken en daarom gaan voor de maatschappelijke uitdagingen, is de bijdrage van het bedrijvenbeleid aan duurzaamheid (maatschappelijke uitdagingen) en groene groei in de vorm van innovatieve activiteiten hoog. Van de innovatieprojecten heeft ongeveer 66 procent betrekking op duurzame initiatieven, waarmee 72 procent van het budget is gemoeid. In totaal wordt met het innovatie-instrumentarium zodoende een bedrag van bijna € 1 miljard geïnvesteerd in duurzame innovatie-initiatieven. Aan het “groenegroeibeleid” levert het innovatie-instrumentarium een investering van iets meer dan € 300 miljoen. Dit wordt op deze website verder toegelicht onder het thema duurzame groei.

Aandeel projecten in het innovatie-instrumentarium dat bijdraagt aan duurzaamheid (schatting), 2015 (%)
Maatschappelijke uitdagingenGroene groei
Aandeel projecten in het innovatie-instrumentarium dat bijdraagt aan duurzaamheid66%13%
Bron: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Brontabel als csv (135 bytes)