Bedrijvenbeleid: wat is het?

Met het bedrijvenbeleid werkt EZK aan een uitmuntend concurrerend ondernemings- en vestigingsklimaat dat bedrijven stimuleert om duurzaam en innovatief te ondernemen. Nederland behoort tot de mondiale top van de meest dynamische en concurrerende kenniseconomieën in de wereld en is tevens ook één van de landen met de hoogste arbeidsproductiviteit ter wereld. De Nederlandse economie doet het bovengemiddeld in Europees perspectief. Zowel in 2018 als in 2019 overtreft de groei in Nederland die van het eurogebied met 0,7%-punt.

Het nieuwe Bedrijvenbeleid van het kabinet Rutte III: 4 strategische doelen

Het kabinet zet er met het vernieuwde bedrijvenbeleid op in deze toppositie te behouden in een wereld waarin digitalisering, verduurzaming en internationalisering het economisch speelveld in een rap tempo verandert. Innovatie en ondernemerschap, zowel bij grote bedrijven als bij de verschillende typen MKB-ers, zijn cruciaal voor ons toekomstig verdienvermogen en daarmee voor onze welvaart en vergen ook wendbaarheid van ons bedrijfsleven in de transitie naar een digitale en duurzame economie.

Om deze toppositie van Nederland ook in een periode van economische transities te handhaven en te versterken zet het kabinet in op het realiseren van de volgende vier strategische doelen:

  1. Het stimuleren van (duurzame) innovatie;
  2. Het versterken van het groei- en aanpassingsvermogen van bedrijven en in het bijzonder het Midden- en Kleinbedrijf (MKB);
  3. Het ontwikkelen en benutten van hoogwaardig (internationaal) publiek gefinancierd onderzoek en technologie, inclusief publiek-private programma’s voor onderzoek, innovatie en menselijk kapitaal;
  4. Het waarborgen van goede randvoorwaarden voor ondernemerschap en innovatie, onder meer in de vorm van lastenluwe en innovatievriendelijke regelgeving en met een adequate overheidsdienstverlening voor ondernemers.

Nieuwe beleid kent een zestal koerswijzigingen

Met het aantreden van het kabinet Rutte III is in het bedrijvenbeleid een zestal belangrijke koerswijzigingen doorgevoerd:

1. Missie-gedreven innovatiebeleid en vernieuwde topsectorenaanpak

In de brief ‘Naar missie-gedreven innovatiebeleid met impact’ [hyperlink] heeft het kabinet de vernieuwing van de topsectorenaanpak en de inzet van de in het Regeerakkoord aangekondigde middelen voor toegepast onderzoek gepresenteerd. De urgentie van wereldwijde maatschappelijke uitdagingen (zoals die op het terrein van energie- en klimaat) en de behoefte aan technologische doorbraken die daarvoor oplossingen kunnen bieden , maken gerichte publiek-private innovatie-samenwerking noodzakelijk. Binnen de vernieuwde beleidsaanpak zijn daarom economische kansen van de maatschappelijke uitdagingen en de ambitie om een vooraanstaande rol te spelen op sleuteltechnologieën de centrale uitgangspunten. Dit betekent dat op initiatief van de verantwoordelijke departementen - en in nauwe samenspraak met de topteams, kennisinstellingen, bedrijfsleven en andere betrokken partijen zal worden gewerkt aan missies op de maatschappelijke thema’s energietransitie en duurzaamheid; landbouw, water en voedsel; gezondheid en zorg; veiligheid. Deze missies zullen uiterlijk in 2019 door het kabinet worden vastgesteld. Tevens gaat extra aandacht uit naar de sleuteltechnologieën (zoals fotonica, kunstmatige intelligentie en nano-, quantum- en biotechnologie) die de technologische (kennis)basis vormen voor het aanpakken van deze uitdagingen. Missies zijn richtinggevend voor het opstellen van publiek-private kennis-en innovatieagenda’s (KIA’s).

De publiek-private R&D-samenwerking in de Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI) hebben er de afgelopen jaren toe geleid dat private partijen meer zijn gaan investeren in kennisontwikkeling in samenwerking met publieke kennisinstellingen. Mede door deze PPS-werkwijze zijn de totale publieke en private investeringen in onderzoek en ontwikkeling in Nederland sinds 2011 toegenomen. Met de vernieuwde aanpak en de inzet van meer middelen voor de kennisinstellingen voor toegepast onderzoek (TO2) en de PPS-toeslag (incl. een verhoging van het toeslagpercentage van 25 naar 30 procent) geeft het kabinet aan die hefboom een nieuwe impuls.

2. Verduurzaming industrie

Met de klimaatambities van het kabinet zal het bedrijvenbeleid voor de industrie zich ook nadrukkelijk gaan richten op het realiseren van een CO2-arme en innovatieve industrie in 2050. De nationale doelstelling in het Regeerakkoord van 49% CO2 -emissiereductie ten opzichte van 1990, vertaalt zich voor de industrie (inclusief de afvalverwerkende industrie) in additioneel 14,3 Mton reductie in 2030 (59% reductie ten opzichte van 1990). De totale opgave voor de industrie (inclusief de Afvalverwerkende industrie) bedraagt 19,4 Mton (5,1 huidig beleid en 14,3 additioneel) en in 2030 mag de industrie nog maar 35,7 Mton uitstoten. In het klimaatakkoord wordt deze transitie nader uitgewerkt. [1]

3. MKB-actieplan

Om het MKB beter in staat te stellen zich versneld aan te passen aan een nieuwe marktdynamiek en daarmee hun groei- en aanpassingsvermogen te versterken, heeft het kabinet een strategie ontwikkeld in het MKB-actieplan. Dit is een integraal actieplan gericht op alle facetten die daarbij van belang zijn: personeel, financiering, regelgeving, toepassing van innovatie en digitalisering, fiscaliteit en internationale handel. Ook heeft het kabinet hiertoe, als onderdeel van het MKB-actieplan, een gezamenlijke economische samenwerkingsagenda van Rijk en regio ontwikkeld.

4. Nederlandse digitaliseringsstrategie

Het kabinet streeft er met de Nederlandse Digitaliseringsstrategie naar om digitale koploper van Europa te worden en de proeftuin op het gebied van digitale innovatie. Nederland moet zich ontwikkelen tot de plaats in Europa waar bedrijven uit de hele wereld komen om op een verantwoorde manier nieuwe toepassingen te ontwikkelen en te testen, en waar succesvolle innovaties vervolgens breed uitrollen. Op die manier wordt niet alleen het verdienvermogen versterkt, maar wordt ook richting gegeven aan technologische ontwikkelingen en zet het kabinet vol in op de economische en maatschappelijke kansen van digitalisering.

5.  Oprichting van Invest-NL

Het kabinet gaat met de oprichting van Invest-NL investeringen bij ondernemingen stimuleren op het gebied van grote transitie-opgaven, door risicokapitaal beschikbaar te stellen voor investeringsprojecten en voor doorgroei van ondernemingen en door ondersteuning te geven bij financiering van export en buitenlandse investeringen aan bedrijven. Invest-NL krijgt een projectontwikkelingstak met een jaarlijkse subsidie van € 10 mln vanuit de Staat, en daarnaast de mogelijkheid om zelf te investeren uit de € 2,5 miljard kapitaalstorting.

6. Merkbaar betere regelgeving en dienstverlening

Het kabinet zet met een vernieuwende aanpak van het regeldrukbeleid in op de totstandkoming van betere regelgeving die ondernemers de ruimte tot vernieuwing geeft en tegelijkertijd publieke belangen borgt. Ook biedt deze kabinetsaanpak meer experimenteerruimte in wet- en regelgeving en is de ambitie belemmeringen voor innovatie weg te nemen. Het Programma Betere Regelgeving formuleert concrete, meetbare ambities in departementale actieprogramma’s, gericht op merkbare regeldrukvermindering, betere dienstverlening en ruimte voor innovatie.

Intensiveringsmiddelen Rutte III voor bedrijvenbeleid, 2018-2023 (€ mln)
Omvang (€ mln)201820192020202120222023
1.Missie gedreven innovatiebeleid en vernieuwde topssectorenaanpak75112150150150150
w.v. Intensivering Toegepast onderzoek425675757575
w.v. versterken thematische publiek-private programma's152640475050
w.v. versterking innovatiekracht MKB *183035282525
2.Verduurzaming industrie3043,9pmpmpmpm
3.MKB-actieplan**58,544,55047,2
4.Nederlandse digitaliseringsstrategie (extra middelen voor cybersecurity)5,17,29,29,29,2
(middelen op beleidsartikel 1 en 2 en apparaat artikel 40)
5.Invest-NL
Ontwikkelingstaken Invest-NL8,51010101010
Kapitaal (Aanvullende post Financiën)30500500500500470

*    Deze impuls is ook onderdeel van het MKB-actieplan

**  In deze reeks zijn ook de middelen versterking innovatiekracht MKB opgenomen die onder 1 zijn genoemd.

Bron: Rijksbegroting 2018 Brontabel als csv (723 bytes)

De beleidsaanpak

Om de ambities van het bedrijvenbeleid te realiseren combineert het kabinet een algemeen spoor, dat is gericht op het ondersteunen van alle ondernemingen, met een meer specifiek en gericht spoor, dat zich meer richt op het versnellen van de maatschappelijke transities.  

Het generieke spoor van het bedrijvenbeleid omvat het stimuleren van innovatie, betere regelgeving, het vergroten van de toegang tot kapitaalmarktfinanciering (o.a. via de oprichting van Invest-NL), goede publieke dienstverlening voor bedrijven, het wegnemen van knelpunten bij menselijk kapitaal en op (fiscale) ondersteuning van ondernemers.

Het specifieke spoor richt zich op de maatschappelijke transities en de daarvoor van belang zijnde sleuteltechnologieën in de topsectoren met een missie-gedreven innovatiebeleid. Het kabinet zet daarbij in op de realisatie van missies op de maatschappelijke thema’s energietransitie en duurzaamheid; landbouw, water en voedsel; gezondheid en zorg; veiligheid, en bij de sleuteltechnologieën die de technologische (kennis)basis vormen voor het aanpakken van deze uitdagingen. Uiterlijk in 2019 stelt het kabinet deze missies vast, die de kaders vormen waarbinnen de Topsectoren hun missie-gedreven Kennis- en Innovatie-agenda’s vaststellen.

Omvang en samenstelling financiële middelen

De totale financiële middelen voor het vernieuwde bedrijvenbeleid op de EZK-begroting bedragen zo’n € 9,9 miljard in 2019. Vergeleken met de middelen die in 2017 zijn vrijgemaakt voor het bedrijvenbeleid is dat € 1,5 miljard minder, maar heeft voor het overgrote deel een puur boekhoudkundig reden. Het ‘verlaagd btw-tarief logiesverstrekking inclusief kamperen’ en ‘verlaagd btw-tarief voedingsmiddelen horeca’ staan niet langer meer op de EZK-begroting. Het gaat hier om een totaal bedrag van € 1,8 miljard. Gecorrigeerd hiervoor liggen de vrijgemaakte middelen in 2019 voor het bedrijvenbeleid per saldo zo’n € 0,2 miljard hoger dan de vrijgemaakte middelen in 2017. Naast de bovengenoemde voor de ingezette koerswijzigingen, gaat er meer geld naar het mkb inclusief zelfstandigen (o.a. hogere mkb winstvrijstelling). Daartegenover gaan de middelen voor innovatie omlaag door een verhoging van het effectieve tarief van de innovatiebox.

De beleidsmix van het vernieuwde bedrijvenbeleid ziet er in 2019 als volgt uit. Het grootste deel (€ 8,9 miljard) bestaat uit fiscale ondernemerschapsstimulering. Daarvan gaat € 4,3 miljard naar directe fiscale inkomensondersteuning van ondernemers (zoals de Mkb-winstvrijstelling en de Zelfstandigenaftrek) en 2,7 miljard naar fiscale innovatiestimulering (zoals de WBSO en de Innovatiebox). Daarnaast gaat ongeveer € 1,0 miljard naar sectorstimulering (via onder andere verlaagd tarief motorrijtuigenbelasting bestelauto’s). Strikt genomen gaat het bij de fiscale instrumenten om gederfde belastinginkomsten en niet over uitgaven.

Voor niet-fiscale stimulering is ongeveer € 0.9 miljard beschikbaar. De laatste post bestaat onder meer uit directe subsidies om innovatie en ondernemerschap te bevorderen, bijdragen aan kennisinstituten (TNO, GTI’s en STW) en uitvoeringsorganisaties (RVO.nl en KvK/ondernemerspleinen).

Financiële middelen voor het Bedrijvenbeleid, 2017 en 2019 (€ mln)
20172019
Garanties6457
Directe subsidies121104
Fin. instrumenten210174
Fiscaal: regelingen voor bedrijfsoverdracht675735
Bijdragen aan organisaties (w.o. PPS en TO2)687737
Fiscaal: sectoren stimuleren28131081
Fiscaal: innovatie stimuleren28982773
Fiscaal: ondernemers stimuleren39894263
Bron: Ministerie van Economische Zaken en Klimaat Brontabel als csv (315 bytes)

Weinig subsidies, veel fiscaal

Ook het vernieuwde bedrijvenbeleid zet slechts een klein deel van de totale financiële middelen aan directe subsidies (€ 0,1 miljard) in. Het bedrijvenbeleid richt zich sterk op (effectieve) fiscale innovatiestimulering van alle bedrijven. Ter illustratie, in 2009 bestond 4,5 procent van de financiële middelen gericht op innovatie en ondernemerschap uit directe subsidies. In 2018 komt dit percentage uit op iets meer dan 1 procent.

Uit een internationale vergelijking in OESO-verband van de financiële stimulering van bedrijfs R&D en innovatie blijkt dat Nederland in internationaal perspectief niet bovenmatig hoog scoort bij fiscale R&D-faciliteiten. In andere landen is de laatste jaren ook een verschuiving zichtbaar naar meer fiscale ondersteuning van R&D door bedrijven. Nederland scoort wel laag bij de directe financiering (subsidies, kredieten en overheidsopdrachten) van bedrijfs R&D. Overigens is de innovatiebox niet meegenomen in deze vergelijking.

Top 20 landen met hoogste fiscale ondersteuning van R&D 2015
2015fiscale faciliteiten om bedrijfs-RenD te stimuleren (% BBP)Directe overheidsfinanciering van bedrijfs- RenD (% BBP)
Rusland0,150,39
België0,280,11
Frankrijk0,280,11
Ierland0,290,07
Hongarije0,150,2
Zuid Korea0,180,17
Oostenrijk0,140,13
Verenigde Staten0,070,18
Verenigd Koninkrijk0,130,1
Australië0,170,03
Noorwegen0,10,09
Slovenië0,120,07
Canada0,130,04
Ijsland0,060,11
Nederland0,150,02
Portugal0,10,05
Japan0,120,03
Tjechië0,060,08
China0,060,07
Denemarken0,080,05
OESO Brontabel als csv (539 bytes)

Bedrijvenbeleid kent ook niet-financiële interventies

Het bedrijvenbeleid richt zich ook op interventies die geen financieel kenmerk hebben. Denk bijvoorbeeld aan het organiseren van publiek-private samenwerking via de vernieuwde topsectorenaanpak, in de regio’s en door de inzet van bijvoorbeeld Health Deals en Regio Deals. Daarnaast draagt het bedrijvenbeleid ook bij aan betere regelgeving om een sterk ondernemersklimaat te creëren.