Bedrijvenbeleid: wat is het?

Het bedrijvenbeleid is een vorm van modern industriebeleid gericht op een excellent ondernemersklimaat en een sterk innovatievermogen van de Nederlandse economie. Hierbij staat niet alleen de ondernemer centraal, maar ook publiek-private samenwerking van bedrijven, kennisinstellingen en overheden.

Drie centrale ambities in 2020

Het bedrijvenbeleid kent drie centrale ambities voor 2020:

  1. Nederland staat in de top 5 van meest ondernemende en concurrerende economieën in de wereld;
  2. Stijging Nederlandse R&D-inspanningen naar 2,5 procent van het bbp;
  3. Topconsortia voor Kennis en Innovatie waarin publieke en private partijen participeren voor meer dan € 800 miljoen, waarvan tenminste 40 procent private financiering.

Om de 3 ambities te realiseren kent het bedrijvenbeleid twee sporen

Het generieke spoor van het bedrijvenbeleid richt zich op het stimuleren van innovatie, minder regeldruk en administratieve lasten, het vergroten van de toegang tot kapitaalmarktfinanciering, goede publieke dienstverlening voor bedrijven en op (fiscale) ondersteuning van ondernemers. Dit spoor is voor alle ondernemers.

Het specifieke spoor richt zich op de topsectoren. Topsectoren zijn clusters van bedrijven en kennisinstellingen waar het overgrote deel van de Nederlandse R&D-uitgaven is geconcentreerd, die exportintensief zijn en gericht op het oplossen van maatschappelijke uitdagingen. In de topsectorenaanpak werken ondernemers, onderzoekers, onderwijsinstellingen en overheden samen aan de ontwikkeling en uitvoering van een concurrentiestrategie en innovatieagenda’s.

Verdere informatie en cijfermateriaal over de topsectorenaanpak op deze website is te vinden bij Topsectoren.

Verandering in de beleidsmix

De komst van het Bedrijvenbeleid in 2010 zette een belangrijke koerswijziging in gang. De belangrijkste wijzigingen waren:

  • Minder directe bedrijfssubsidies, meer generieke innovatiestimulering en meer zichzelf terugverdienende financiële stimulansen zoals kredieten en garanties;
  • Verhogen van de impact van publiek gefinancierd onderzoek door een betere afstemming van en meer wisselwerking tussen onderzoekers en potentiële gebruikers van onderzoek;
  • Verandering in beleidsontwikkeling en beleidsuitvoering waarbij het initiatief meer is komen te liggen bij bedrijven en kennisinstellingen. De overheid speelt een faciliterende rol in de publiek-private samenwerking tussen bedrijven, kennisinstellingen en overheden;
  • Introductie van de topsectorenaanpak.

Veel fiscale ondersteuning ondernemerschap

De totale financiële middelen voor het bedrijvenbeleid bedragen zo’n € 7,4 miljard in 2016. Het grootste deel (€ 5,4 miljard) daarvan bestaat uit fiscale ondernemerschapsstimulering. Daarvan gaat onder andere € 2,6 miljard naar sectorstimulering (onder andere door verlaagd BTW-tarief bij voedingsmiddelen en horeca) en € 2,1 miljard naar directe fiscale inkomensondersteuning van ondernemers. Voor de fiscale innovatiestimulering  (zoals de WBSO) is € 1,2 miljard gereserveerd. Voor niet-fiscale stimulering is ongeveer € 0,8 miljard beschikbaar. De laatste post bestaat onder meer uit directe subsidies om innovatie en ondernemerschap te bevorderen, bijdragen aan kennisinstituten (TNO, GTI’s en STW) en uitvoeringsorganisaties (RVO.nl en KvK/ondernemerspleinen). Strikt genomen gaat het bij de fiscale instrumenten om gederfde belastinginkomsten en niet over uitgaven.

Financiële middelen voor het bedrijvenbeleid, 2016 (€ mln)
Omvang (€ mln)
Garanties67
Directe subsidies108
Fiscaal: regelingen voor bedrijfsoverdracht683
Bijdragen aan organisaties693
Fiscaal: innovatie stimuleren1151
Fiscaal: ondernemers stimuleren2081
Fiscaal: sectoren stimuleren2645
Bron: Rijksbegroting 2017 Brontabel als csv (247 bytes)

Minder subsidies

De directe subsidies om innovatie en ondernemerschap te stimuleren met € 0,1 miljard maken maar een fractie van de totale financiële middelen van het bedrijvenbeleid uit. Dit was ook een van de belangrijke koerswijzigingen van het Bedrijvenbeleid: minder directe bedrijfssubsidies, meer generieke (effectieve) fiscale innovatiestimulering. Ter illustratie, in 2009 bestond 4,5 procent van de financiële middelen gericht op innovatie en ondernemerschap uit directe subsidies. In 2016 komt dit percentage uit op 1,5 procent.

Bedrijvenbeleid kent ook niet-financiële interventies

Naast financiële interventies spelen in het bedrijvenbeleid ook niet-financiële interventies een belangrijke rol. Bijvoorbeeld op het terrein van wetgeving en regelgeving, maar ook en vooral bij het organiseren van publiek-private samenwerking (bijvoorbeeld binnen de topsectoren, op regionaal niveau en door de inzet van ‘Green Deals’).

Zie ook