Bedrijvenbeleid

Het bedrijvenbeleid is er voor alle bedrijven (klein, middel en groot) in Nederland. Doel van het beleid is om bedrijven te stimuleren duurzaam en innovatief te ondernemen. Want als bedrijven daar succesvol in zijn, draagt dat bij aan onze materiële welvaart en aan andere welvaarsaspecten zoals klimaat, duurzaamheid, veiligheid, gezondheid, voedselkwaliteit en een uitdagende werkomgeving.

Hoe staat Nederland ervoor?

De kengetallen in onderstaande tabel geven een beeld hoe Nederland ervoor staat. EZK streeft met het bedrijvenbeleid naar een koppositie voor Nederland op deze ranglijsten. Hieronder worden de posities van Nederland kort toegelicht.

Kengetallen

Kengetallen
2014201520162017201820192020
Arbeidsproductiviteitsniveau (positie NL)66669910
Global Competitiveness Index (positie NL)854564n.n.b.
European Innovation Scoreboard (positie NL)*6554445
RenD-intensiteit (in % van bbp)**2,172,152,152,182,142,18n.n.b.
Omvang pps-projecten (in mln euro)**81497010601207128212281208
Uitstoot broeikasgassen industrie (CO2-equivalenten)55,854,4555655,454,553,3
Kwaliteit ondernemersklimaat (positie NL)322
Ranglijst digitale economie en maatschappij (DESI)4443444

* Positie in Innovation Union Scoreboard als voorganger van European Innovation Scoreboard.
** Voorlopige cijfers voor 2019, nader voorlopige cijfers voor 2017 en 2018. 

Brontabel als csv (564 bytes)

Arbeidsproductiviteitsniveau: Nederland verliest terrein

Het niveau van arbeidsproductiviteit geeft aan hoe vernieuwend bedrijven zijn en hoe efficiënt er gewerkt wordt. Nederland stond in 2020 op de tiende plaats op de ranglijst van landen met de hoogste arbeidsproductiviteit ter wereld. Dit is lager vergeleken met enkele jaren terug. Dit komt mede doordat de arbeidsproductiviteit in Nederland sinds 2009 niet of nauwelijks meer groeit. Daardoor blijft Nederland internationaal achter bij de Verenigde Staten en andere top-10- landen. Meer informatie over het arbeidsproductiviteitsniveau in Nederland. Meer informatie over het arbeidsproductiviteitsniveau in Nederland.

Global Competitiveness Index (actualisatie eind 2021 beschikbaar)

Hoe makkelijk is het om een bedrijf op te richten? Hoe sluit het onderwijs aan op behoeften van bedrijven? Op basis van dit soort gegevens wordt de Global Competitiveness Index (GCI) samengesteld. Deze jaarlijkse ranglijst staat in het Global Competitiveness Report, dat is opgesteld door het World Economic Forum (WEF). De GCI geeft aan hoe concurrerend nationale economieën zijn. Nederland stond in 2019 op de vierde plaats van meest concurrerende economieën ter wereld. Nederland had in 2019 Zwitserland ingehaald en werd de meest concurrerende economie in Europa. In 2020 is de GCI vanwege corona niet verschenen. Meer informatie over de positie van Nederland op de Global Competitiveness Index.

European Innovation Scoreboard: Nederland innovatieleider af

Op het European Innovation Scoreboard (EIS) staan de prestaties van EU-landen waar het gaat om onderzoek en innovatie. Op deze ranglijst stond Nederland in 2020 op de vijfde plek, een plaats lager dan in de drie jaren daarvoor. Nederland behoort niet meer tot de kopgroep van zogenoemde innovatieleiders in Europa, aangezien Nederland niet langer meer dan 25 procent boven het EU-gemiddelde scoort. Nederland is nu wel het hoogst scorende land in de daarop volgende groep, de Strong Innovators genaamd. Meer informatie over de positie van Nederland op het European Innovation Scoreboard.

R&D-intensiteit Nederland: boven EU, onder OESO-gemiddelde

Hoeveel geeft een land uit aan Research en Development (R&D)? R&D is belangrijk om nieuwe kennis te verkrijgen en is daarmee ook van invloed op mogelijke innovaties. De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) publiceert jaarlijks nationale R&D-uitgaven ten opzichte van het Bruto Binnenlands Product (bbp) van het land. In 2019 bedroegen de R&D-uitgaven in Nederland 2,18 procent van het bbp. Met dit cijfer komt Nederland boven het gemiddelde van de EU (2,1 procent) uit. Nederland blijft wel achter bij het OESO-gemiddelde (2,47 procent). Meer informatie over de omvang van de R&D-investeringen in Nederland.
 

Omvang pps-projecten neemt licht af

Bij Publiek-Private Samenwerking (PPS) werken kennisinstellingen, bedrijven en de overheid samen aan R&D. De omvang van de publiek-private R&D-samenwerking die plaatsvindt binnen de programma’s van de Topconsortia voor Kennis & Innovatie (TKI’s) heeft zich snel ontwikkeld. In 2020 bedroegen deze projecten in totaal 1.208 miljoen euro (voorlopige schatting). Die R&D-investeringen namen in de jaren 2014 tot en met 2018 fors toe. Na 2018 is sprake van een lichte afname. Meer informatie over de omvang van de publiek-private R&D-samenwerking in Nederland.
 

Uitstoot broeikasgassen industrie neemt nauwelijks af

De Nederlandse industrie stootte in 2020 38 procent minder broeikasgas uit dan in 1990, terwijl de productie gegroeid is. Dit laat zien dat de ontwikkeling van de industriële productie sinds 1990 niet meer automatisch gepaard gaat met de uitstoot van broeikasgassen. Over de gehele periode sinds 1990 is er sprake van een absolute ontkoppeling: een lagere industriële uitstoot van broeikasgas ging gepaard met een productietoename. De uitstoot van de Nederlandse industrie is sinds 2015 ongeveer hetzelfde gebleven. Meer informatie over de uitstoot van broeikasgassen door de Nederlandse industrie.

Kwaliteit ondernemersklimaat: NL behoort tot de koplopers

De National Entrepreneurship Context Index (NECI) van de Global Entrepreneurship Monitor 2020/2021 geeft aan hoe ondernemersvriendelijk een land is. Nederland staat in deze index op de tweede plek van de 44 deelnemende landen. Nederland scoort vooral goed op het gebied van fysieke, commerciële en juridische infrastructuur en culturele en sociale normen. Meer informatie over de positie van Nederland op de NECI.

Digitale economie en maatschappij: NL doet het goed

Het kabinet streeft ernaar om digitale koploper van Europa te worden. Nederland doet het goed op digitaal gebied en staat wereldwijd op de vierde plaats van de Digital Economy and Society Index (DESI) 2020. Nederland scoort relatief hoog als het gaat om de economische en sociale impact van ICT op de economie. Wereldwijd staat Nederland ook hier vierde, en derde in Europa. Meer informatie over de positie van Nederland op de DESI.

Wat is het beleid?

Wat zijn de ambities?

Nederland behoort tot de top van de meest dynamische en concurrerende kenniseconomieën in de wereld. Door de coronacrisis kreeg onze economie in 2020 net als in andere landen een enorme schok. Volgens de berekening van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is het bbp in 2020 met 3,7 procent gekrompen. In de loop van 2021 is economisch herstel zichtbaar. Sinds de start van de coronacrisis heeft het kabinet vergaande steunmaatregelen getroffen om de economische schok op te vangen om ondernemers en bedrijven door deze zware tijd heen te helpen. Afgemeten in macro-economische termen is dat ook gelukt (CPB, 2021). Samen met het bedrijvenbeleid is deze steun uiteindelijk gericht op het behouden van de toppositie en het verder versterken ervan. Zodat onze welvaart voor toekomstige generaties behouden blijft.
Het bedrijvenbeleid stimuleert innovatie en ondernemerschap en draagt zo bij aan onze welvaartsgroei. Daarbij zorgt het beleid er ook voor dat een stabiele economische groei samen gaat met een hoge kwaliteit van onze leefsituatie. Nederland blijft daardoor internationaal aantrekkelijk om in te wonen, te werken en te leven. De strategie richt zich dus niet alleen op materiële welvaart maar houdt ook rekening met bijvoorbeeld klimaat, duurzaamheid, veiligheid, gezondheid, voedselkwaliteit en een uitdagende werkomgeving.

Wat is de rol van bedrijven?

Bedrijven zijn sleutelspelers in onze samenleving. Als de coronacrisis één ding duidelijk heeft gemaakt dan is het wel de kwetsbaarheid van onze manier van leven en werken. Gezondheid, de beschikbaarheid van voldoende zorg, inkomen, werk of winstgevende bedrijvigheid zijn niet vanzelfsprekend. Goed functionerende bedrijven hebben naast werk en inkomen ook een maatschappelijke functie, waardoor werknemers zich gewaardeerd en betrokken voelen. Ze kunnen zich bovendien via opleidingen en cursussen verder ontwikkelen.
Daarnaast hebben bedrijven een maatschappelijke verantwoordelijkheid om negatieve gevolgen van hun economische activiteiten te beperken. Denk hierbij aan gevolgen voor onze leefomgeving en samenleving. Zo dragen bedrijven bij aan maatschappelijk verantwoorde en CO2-arme producten, eerlijke prijzen, goede lonen en pensioenvoorzieningen. Bovendien komen bedrijven met nieuwe producten, diensten en technologieën die inspelen op de grote maatschappelijke vraagstukken van deze tijd, zoals de energietransitie en verduurzaming van de industrie en de digitalisering.
Kortom, met het bedrijvenbeleid zorgt EZK er voor dat bedrijven – groot en klein – goed kunnen presteren en hun bijdrage kunnen leveren aan de brede welvaart van onze samenleving. Door ruimte te geven aan ondernemende geesten ontstaan kansen voor bestaande en nieuwe bedrijven.

Wat is de rol van samenwerking?

Het speelveld strekt zich daarbij uit buiten de grenzen van de “bedrijfspoort”. Samenwerking en maatschappelijke betrokkenheid zijn belangrijk voor onze welvaartsgroei. Samenwerking tussen grote internationaal opererende ondernemingen en het midden- en kleinbedrijf is essentieel voor het ondernemerssucces. Ook internationale samenwerking is onmisbaar voor een open economie zoals die van Nederland. Strategische samenwerking tussen bedrijven, (hoge)scholen en wetenschap is ook belangrijk: de wetenschap en de (hoge)scholen bieden ideeën en mogelijkheden voor ontwikkeling en het bedrijfsleven ziet de mogelijkheden voor toepassing van nieuwe technologieën in nieuwe producten, diensten of productieprocessen. Ook op het terrein van de maatschappelijke uitdagingen zoals fossielarm energiegebruik, gezondheid, hybride werken en veiligheid.

Hoeveel geld is er beschikbaar voor het bedrijvenbeleid?

Om de ambities en doelen van het bedrijvenbeleid te realiseren, is in 2022 in totaal zo’n 12,6 miljard euro beschikbaar. Dit wordt gefinancierd uit de EZK-begroting. Hiermee kunnen subsidies, garanties, leningen of belastingkortingen worden verstrekt. Vergeleken met de middelen die in 2020 zijn vrijgemaakt voor het bedrijvenbeleid is dat zo’n 575 miljoen euro minder. Deze afname heeft te maken met het afbouwen van het steun- en herstelpakket van het kabinet nu de negatieve economische effecten van de coronacrisis minder worden.
De verdeling van de middelen van het bedrijvenbeleid ziet er in 2022 als volgt uit:

Fiscale stimulering ondernemerschap: 10,2 miljard euro

Hiervan gaat 4,4 miljard euro naar directe fiscale ondersteuning van ondernemers (zoals de Mkb-winstvrijstelling en de Zelfstandigenaftrek) en 2,8 miljard euro naar fiscale innovatiestimulering (zoals de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO) en de Innovatiebox). Daarnaast gaat ongeveer 2,2 miljard euro naar sectorstimulering (via onder andere verlaagd tarief motorrijtuigenbelasting bestelauto’s).

Niet-fiscale stimulering: ongeveer 2,4 miljard euro
Dit bestaat onder meer uit directe subsidies om innovatie en ondernemerschap te bevorderen. Deze directe subsidies nemen sterk af door de afbouw van de coronasteunmaatregel TVL (teruggaaf vaste lasten). De overige niet-fiscale stimuleringskosten gaan over bijdragen aan kennisinstituten (TNO, GTI’s en STW) en uitvoeringsorganisaties (RVO en KvK/ondernemerspleinen).

Financiële middelen voor het bedrijvenbeleid, vergelijking 2020 en 2022 (€ mln)

Financiële middelen voor het bedrijvenbeleid, vergelijking 2020 en 2022 (€ mln)
Financiele middelen voor het bedrijvenbeleid (art. 2 + art. 3), 2021Som van 2020, o.b.v. Rijksbegroting 2021 (mln)Som van 2021, o.b.v. Rijksbegroting 2022 (mln)
Garanties24158
Directe subsidies20501084
Leningen494313
Bijdragen aan organisaties841886
Fiscaal: regelingen voor bedrijfsoverdracht796825
Fiscaal: sectoren stimuleren18602201
Fiscaal: innovatie stimuleren28672774
Fiscaal: ondernemers stimuleren42614376
Bron: Rijksbegroting 2022 Brontabel als csv (443 bytes)

Weinig subsidies, veel fiscaal

Tot de coronacrisis lag het accent van het bedrijvenbeleid vooral op fiscale stimulering van alle bedrijven en ondernemerschap en minder op directe subsidies. Als voorbeeld: in 2009 bestond 4,5 procent van de financiële middelen gericht op innovatie en ondernemerschap uit directe subsidies. In 2018 was dit percentage teruggelopen tot 1,0 procent. Door de steunmaatregelen in de vorm van subsidies liep dit percentage in 2021 tijdelijk scherp op tot bijna 13,5 procent. In 2022 is dit percentage 8,6 procent.
Nederland scoort, internationaal gezien, gemiddeld als het gaat om financiële stimulering van bedrijfs-R&D en innovatie. Dat blijkt uit een internationale vergelijking van de OESO voor 2018. Net als in Nederland is in andere landen de laatste jaren een verschuiving zichtbaar naar meer fiscale ondersteuning van R&D door bedrijven. Nederland scoort eveneens gemiddeld bij de directe financiering (subsidies, kredieten en overheidsopdrachten) van bedrijfs-R&D. Overigens neemt de OESO de “patentbox” (in Nederland is dat de Innovatiebox) niet mee in deze vergelijking.

Top 20 landen met hoogste ondersteuning van R&D per € BBP, 2018

Top 20 landen met hoogste ondersteuning van R&D per € BBP, 2018
2017Fiscale faciliteiten om bedrijfs-RenD te stimuleren (% BBP)Directe overheidsfinanciering van bedrijfs- RenD (% BBP)
Rusland0,10150,3766
Frankrijk0,2820,1152
Belgie0,29710,063
Verenigd Koninkrijk0,2090,0868
Korea0,13410,1601
Canada0,13030,0565
Oostenrijk0,15810,0783
Ijsland0,10640,1239
Noorwegen0,12630,1038
Verenigde Staten0,08050,1279
Hongarije0,0570,1322
Ierland0,15080,0429
Italië0,15720,0299
Nederland0,16010,0244
Slovenië0,10670,074
Australië0,1430,0226
Japan0,12220,0233
Portugal0,11640,0281
Tsjechië0,04990,0791
China0,06940,0572
Bron: OESO Brontabel als csv (609 bytes)